Wereldzeeën zonder Hollanders

Zaterdagmiddag gaat de Volvo Ocean Race van start, met een havenrace in Alicante. Zes jachten doen mee, zonder ook maar één Nederlander aan boord. Een primeur.

Ooit waren ze de schrik van alle wereldzeeën. Als handelaren, veroveraars en piraten. En als oceaanzeilers. Maar zaterdag wordt de geschiedenis van de roemruchte Volvo Ocean Race een klein beetje herschreven. Na Tjerk Romke de Vries, de enige Nederlander die in 1973 meedeed aan de inaugurele Whitbread Round The World Race – op het winnende Mexicaanse jacht Sayula II – speelden Nederlandse zeilers en hun boten altijd een voorname rol. Maar op de bemanningslijsten van de jachten die zaterdag beginnen aan de elfde editie, staat geen enkele Nederlander. Voor het eerst.

Geen Dirk de Ridder, geen Bouwe Bekking, geen Marcel van Triest of Wouter Verbraak – het is even wennen voor de Nederlandse zeilsport. „Verrekte jammer, heel erg zonde. We hebben waanzinnig goeie zeilers”, zegt Whitbread-veteraan Bouwe Bekking (zes deelnames), die als 22-jarige aanmonsterde op de Philips Innovator van Dirk Nauta. De laatste twee edities was hij schipper van het Spaanse Movistar en Telefónica Blue. „Ik had graag voor de zevende keer meegedaan”, zegt Bekking (48), die in Nederland, Spanje en Scandinavië probeerde sponsors te vinden. „Maar het is niet gelukt.”

Jachten als de Flyer, Equity & Law en ABN Amro voeren altijd vooraan mee namens Nederland, het enige land dat drie keer een winnend jacht aan de startlijn bracht. Conny van Rietschoten won race zelfs twee keer met twee verschillende Flyers (1977-1978 en 1981-1982). ABN Amro I – beter bekend als Black Betty – was onder de Nieuw-Zeelandse schipper Mike Sanderson superieur in de Volvo Ocean Race van 2005-2006 – overigens zonder Nederlandse zeilers.

Maar zonder Nederlandse boot is het nog moeilijker geworden voor de zeilers, zegt Gideon Messink, die vier keer meedeed en met Bekking zijn vuurdoop beleefde op de Philips Innovator (1985-1986). „De teams hebben vaak een nationale identiteit, zoals de Fransen en de Nieuw-Zeelanders. Die hebben veel eigen zeilers. In Nederland hebben we zes of zeven zeilers die fullprofessional zijn. De spoeling is heel dun. Dit is niet goed voor het Nederlandse offshorezeilen. We missen toch wel even de slag.”

De zes boten komen dit jaar uit Spanje (Telefónica), Frankrijk (Groupama), de Verenigde Staten (Puma), Nieuw-Zeeland (Camper) en twee nieuwe landen: Abu Dhabi Ocean Racing en Team Sanya uit China, onder gezag van Mike Sanderson. Zoals vaker in het zeilen domineren de Kiwi’s ook nu weer de bemanningslijsten.

De nieuwe reglementen van de Ocean Race werken niet in het voordeel van de Nederlanders, zegt Gerd-Jan Poortman, zeiler op ABN Amro II en Delta Lloyd. „De boten hebben nog maar negen bemanningsleden. Drie zeilers moeten jonger dan dertig zijn. Met slechts zes boten maak je dan als Nederlander weinig kans.”

Bovendien zijn drie Nederlandse topzeilers ‘bezet’. Dirk de Ridder, Piet van Nieuwenhuijzen en Simeon Tienpont staan voor veel geld op de loonlijst van het Californische softwarebedrijf Oracle, dirigent van het miljoenenbal dat America’s Cup heet. De inkomsten zijn daar veel hoger – en de zeilers zijn ’s avonds gewoon bij vrouw en kind. In plaats van acht maanden op de oceaan.

Even leek het erop dat Delta Lloyd een vervolg zou geven aan de laatste Ocean Race (2008-2009), waaraan de verzekeraar deelnam met de vertimmerde Black Betty. „Door de beursgang en de economische malaise besloten zij even niet mee te doen”, zegt Poortman, die zo aan boord zou stappen. „Maar dat wil niet zeggen dat ze voor altijd uit de race zijn.”

Messink ziet Delta Lloyd als „de ideale sponsor” van een Nederlandse campagne. „Ze zijn al zeilsponsor en in de raad van bestuur zitten zeilers, zoals CEO Niek Hoek en Paul Medendorp. Daar moet je het van hebben. Bij ABN Amro had je met Dolf Collee en Joost Kuiper zeilers in het bestuur. Je moet mensen hebben die zeggen: we gaan het gewoon doen.”

Onder de zeezeilers is het bekend dat Nederlandse bedrijven niet snel warmlopen voor de ‘grote boten’, hoe rijk de geschiedenis ook is met avonturiers als Van Rietschoten. „We moeten terug naar de goeie ouwe tijd”, zegt Bekking. „De bravoure moet terug, noem het VOC-mentaliteit. Je moet in het diepe durven springen. Alle onderzoeken wijzen uit dat een sponsor geld verdient aan de race. Het heeft alles: uitdaging, avontuur, spanning. En met de nieuwe media krijg je nog meer aandacht, acht maanden lang.”

Maar de tijden zijn veranderd, in alle opzichten. In 1981-1982 deden 29 jachten mee, nu dus zes. Het rauwe zeeavontuur evolueerde tot hightech topsport. Poortman: „Vroeger waren het avonturiers, amateurs. Mensen met een eigen boot schreven zich in. Dat was écht een andere tijd. Nu is het volledig professioneel. Iedereen moet betaald worden, aan boord en aan wal. Voor een privé-eigenaar is het niet meer te doen.”

Wie nu serieus wil meedoen moet op 15 tot 20 miljoen euro rekenen. Ook al is dat al veel minder dan ABN Amro en het Zweedse Ericsson in hun gloriejaren uitgaven, het blijft veel geld in een onzekere tijd.

Bekking zal de komende dagen op zee zijn, voor de kust van Alicante, waar hij talloze uren zeilde met zijn Spaanse collega’s. „Ik ga commentaar geven op een grote sponsorboot”, zegt hij. „Ook om contacten te onderhouden met de grote bedrijven. Natuurlijk zal ik sommige dingen missen. Maar het doet geen pijn. Ik vaar veel andere races. Zeilen is het allermooiste wat er bestaat. Daarom ben ik altijd teruggegaan naar de Ocean Race. Ik ga nu op de sofa kijken, voor het eerst met mijn gezin. Maar de volgende keer ga ik zeker weer proberen mee te doen.”