Vanaf dinsdag mag Super Mario de euro redden

Volgende week verlaat Jean-Claude Trichet de Europese Centrale Bank. De Italiaanse technocraat Mario Draghi erft een bank die voor een dilemma staat: de brandslang openzetten en de eurozone redden of de hoeder blijven van prijsstabiliteit. De druk op Super Mario is vanaf dag één gigantisch.

Dit weekend laat Jean-Claude Trichet, de president van de Europese Centrale Bank, zijn werkkamer leeghalen. Maandag is hij nog één dag samen op kantoor met Mario Draghi, zijn opvolger. En op dinsdag 1 november zwaait Trichet af, na acht jaar ECB. Hij houdt nog een poosje een kamer in het gebouw, maar heeft niets meer te zeggen. Vanaf dinsdag is Draghi de baas.

De grote vraag is wat deze machtswisseling betekent voor de ECB en de euro. Die vraag dringt zich niet alleen op omdat Trichet (een Fransman) en Draghi (Italiaan) qua opvattingen, temperament en managementstijl heel verschillende mensen zijn. Maar ook omdat de Europese schuldencrisis juist nu een systeemcrisis is geworden, en de roep om een grootschalige interventie van de ECB steeds luider wordt. Vooral Frankrijk en zuidelijke eurolanden worden nerveus. Afgelopen weken drongen zij erop aan dat de ECB méér gaat doen dan banken goedkoop geld lenen en mondjesmaat staatsobligaties opkopen. Trichet heeft nooit verder willen gaan dan deze twee ‘onorthodoxe maatregelen’. Hij vindt dat dit de taak is van regeringen, niet de ECB. Maar wat wil Draghi? In een speech in Rome liet hij woensdag doorschemeren dat hij niet van plan is deze twee maatregelen te stoppen. Maar over het dilemma of de Bank verder moet gaan met eurolanden ondersteunen, bijvoorbeeld door het Europese noodfonds EFSF te financieren of massa’s Italiaans en Spaans staatspapier op te kopen, zweeg Draghi. Na de Europese top van woensdag is de druk even van de ketel – niet voor lang, vrezen velen. De econoom Martin Wolf schreef deze week in de Financial Times in een open brief aan ‘dear Mario’ dat de ECB niet langer moet doormodderen, omdat dit beleggers het verkeerde signaal geeft: nu lijkt het alsof de ECB zelf ook weinig vertrouwen heeft in landen als Spanje of Italië. Volgens Wolf is de ECB op een tweesprong beland en moet Draghi kiezen: „Of de monetaire haviken plezieren [en dus geen obligaties meer kopen, red], of de eurozone redden. Kies het laatste.” Mensen die Draghi kennen, sluiten niet uit dat hij dit gaat doen.

Hoe anders was de machtsoverdracht van 1 november 2003 - die van Wim Duisenberg, de eerste ECB-president, naar Trichet. Europese economieën deden het goed. De euro floreerde, al zeiden critici dat het niet kon werken: zoveel verschillende economieën met één munt. Dé focus van Duisenberg als bankpresident was geweest om prijzen stabiel te houden. Dat is het belangrijkste mandaat van de Bank, sinds de oprichting. Jean-Claude Trichet ging daarmee door. Wat de Bank wel en niet moest doen, stond niet ter discussie. Dat heeft een geschiedenis. Om te begrijpen hoe monumentaal en moeilijk de keuze is waar Draghi nu voor staat, moet die hier even worden opgerakeld.

Onafhankelijke bank

Toen de euro er kwam, waren de Duitsers daar niet klaar voor. De Fransen wel: omdat de Deutschmark in de jaren negentig de sterkste munt was van Europa, werden de Fransen in feite monetair bestuurd door de Bundesbank, de Duitse nationale centrale bank. Voor de Fransen was de euro een mooie inhaalmanoeuvre: ze bleven profiteren van de Duitse financiële stabiliteit, maar kregen ze er wel – binnen de ECB – medezeggenschap over. Toen de Muur viel, en de twee Duitslanden één werden, was dat voor Frankrijk bedreigend: zo’n grote nieuwe staat veranderde de politieke verhoudingen in Europa. Maar de Fransen slikten hun angsten in en gingen akkoord - op voorwaarde dat zij de euro ervoor terugkregen. Dit was een politieke deal: Duitsland kreeg de hereniging en Frankrijk de euro. De euro was de prijs die Duitsland voor de hereniging betaalde.

Dé Duitse angst is altijd geldontwaarding geweest. Otmar Issing, het eerste Duitse directielid van de Bank (1998-2006), vertelde deze krant vorig jaar: „Als u iets van de Duitse positie wilt begrijpen (...) moet u zich in de wortels van die angst verdiepen. Mijn moeder had al twee keer in haar leven, in ‘23 en ‘48, meegemaakt dat er nieuwe munten kwamen. Twee keer vaagde dit alles weg wat mensen bezaten. Duitsers associeerden een nieuwe munt met ellende. En ditmaal deden we dat zelfs vrijwillig? Ik werkte toen bij de Bundesbank. Wij konden die angst alleen wegnemen door de Duitsers te beloven dat de euro solide zou zijn.”

Vanwege deze Duitse obsessie werd de ECB geboetseerd naar het model van de Bundesbank: prijsstabiliteit voor, prijsstabiliteit na. Trichets loopbaan is doordrenkt van dit gegeven - wat mede verklaart, zeggen betrokkenen, waarom hij geen koersverandering bij de ECB kon of wilde doorvoeren. Bij zijn aantreden wist Trichet dat hij permanent op de wip zou zitten tussen Frankrijk en Duitsland. De Banque de France staat dichtbij de politiek. De Fransen zien de radicaal onafhankelijke ECB als een vreemdsoortig, Duits orgaan. Dit verklaart waarom president Nicolas Sarkozy afgelopen weken aan Trichet bleef vragen om ferm in te grijpen in de eurocrisis: het gaat er bij de Fransen niet in dat regeringen geen greep hebben op de Bank. Dit verklaart ook waarom er geen Europees land is waar de bevolking zo´n lage dunk van de ECB heeft als Frankrijk. Sarkozy en Trichet kunnen elkaar niet uitstaan. Met de Duitse regering heeft Trichet een betere relatie. Bondskanselier Merkel heeft ideeën over wat de ECB wel of niet moet doen, maar zal Trichet nooit openlijk instructies geven: deze week nog schrapte zij een regel uit de slotverklaring van de euroleiders (die Sarkozy erin had gemoffeld) dat zij de ECB aanmoedigden om door te gaan met goedkope leningen aan banken en de aankoop van staatsobligaties. Dat Merkel dat zinnetje eruit haalde, heeft geen politieke betekenis: het betekent alleen dat zij de spelregels respecteert dat regeringsleiders de ECB niet kunnen commanderen.

In elke toespraak, elk interview zegt Trichet wat Duitsers willen horen: dat geen enkele centrale bank er ooit in slaagde prijzen zo stabiel te houden als de ECB nu. De gemiddelde inflatie bedroeg de afgelopen acht jaar 2,02 procent. Nu veel mensen vinden dat de ECB in crisistijd zijn tweede statutaire opdracht – financiële stabiliteit in de eurozone – meer prioriteit geeft, blijft hij op dat punt hameren. Journalisten die zijn boodschap over prijsstabiliteit niet in interviews met hem opnemen, krijgen hun tekst (die hij persoonlijk naleest, zoals hij ook intern alles naleest) vol rode strepen en opmerkingen terug: hij zet het er altijd weer in.

Trichet wil de geschiedenis in als de man die erin slaagde om tijdens de ergste crisis sinds tachtig jaar toch de prijzen stabiel te houden. Dat was zijn politieke opdracht, daar wil hij op worden afgerekend - plus misschien het feit dat hij een kleine, informele ´start-up´ heeft uitgebouwd tot een volwassen Europese instelling van 1600 man met een – het moet gezegd - formidabele reputatie. De ECB is onder Trichet uitgegroeid tot een belangrijke speler op het Europese politieke toneel, beaamt Guntram Wolff, een voormalig Bundesbank-functionaris die nu adjunct-directeur is bij de Brusselse denktank Bruegel. Maar „Trichets nalatenschap is niet klaar. Of hij de man is die ‘de euro heeft gered’, is nog onduidelijk. Veel hangt af van de vraag of zijn opvolger en belangrijke politici in de eurozone komende tijd de goede stappen zetten.”

De Leuvense professor Paul de Grauwe is harder. Hij vindt Trichet halfslachtig: „Aarzelend Italiaanse en Spaanse obligaties opkopen is erger dan niets kopen of veel kopen. Trichet geeft een signaal aan de markten dat hij onzeker is over Spanje en Italië. Dit is funest. Zo jaagt hij beleggers weg. Ik hoop dat Draghi die keuze wel maakt. In dat opzicht komt de wisseling als geroepen.”

Trichet vindt juist dat niet hij treuzelt, maar de regeringsleiders. Hij verwijt ze dat ze niet de 'kwantumsprongen' namen die nodig waren om de crisis meteen te smoren. Hij vindt dat ze eerder, genereuzer Griekenland hadden moeten redden en een groter, krachtiger noodfonds hadden moeten opzetten. Sancties moesten volgens hem automatisch worden voor landen met te hoge schulden en begrotingstekorten. Ook pleitte Trichet van begin af aan voor sterker Europees toezicht op banken, verzekeraars en markten, om de macht van het nationale toezicht (gestuurd door nationale politici) te breken. Trichet kreeg op veel fronten gelijk. Hij kent de financiële sector beter dan veel ministers van Financiën en zeker regeringsleiders. Maar met zijn preken, uitvallen en dreigementen om geen staatsobligaties meer te kopen heeft hij veel regeringsleiders ongelooflijk geërgerd. Vorig jaar wilden sommigen hem zelfs niet meer uitnodigen voor Europese toppen.

Goldman Sachs

Veel mensen denken dat Mario Draghi heel anders gaat opereren. Draghi is afstandelijker. De nieuwe ECB-president komt uit een andere centrale-bankierstraditie dan Trichet: zo verknoopt als de Banque de France is met Parijse politici, zo onafhankelijk is de Italiaanse centrale bank. De Banca d’Italia is een van de meest onafhankelijke centrale banken van Europa. Draghi heeft in Amerika gestudeerd en gewerkt. Zijn beslissingen, zeggen sommigen, worden daardoor vooral ingegeven door juridische en technische argumenten. Ook persoonlijk, zeggen mensen die hem kennen, is Draghi minder verknoopt met de Europese politiek dan Trichet. Hij stort zich er minder in, is meer de technocraat op afstand. Zo bestuurde hij de Banca d’Italia. Zo trad hij op toen hij tussen 2002 en 2005 bij de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs werkte – een controversiële periode, omdat sommigen beweren dat Draghi betrokken was bij pogingen om de Griekse overheidsfinanciën te verfraaien (Draghi ontkent dat hij daarvan wist). En zo kent men hem als voorzitter van de Financial Stability Board, die mondiaal financiële regulering probeert te verbeteren. In Frankfurt ziet men Draghi het minst van alle centrale bankdirecteuren. Volgens een ECB-medewerker „kennen wij Draghi nauwelijks. Hij is hier niet vaak.”

Dat komt niet alleen omdat Draghi het altijd druk heeft. „Trichet is een micromanager,” vertelt iemand die beiden kent. „Hij bemoeit zich overal mee. Er gaat geen ECB-rapport de deur uit zonder dat hij erbij betrokken is. Hij leest alles, zit overal bij. Trichet ís de ECB. Draghi is het andere uiterste: hij bestuurt met afstandsbediening. Hij zet grote lijnen uit en delegeert. Hij geeft medewerkers enorm veel ruimte.”

Trichet oogst louter lof voor de manier waarop hij op de kredietcrisis reageerde. De Dow Jones Industrial Average kelderde in augustus 2007 bijna 400 punten en de ECB reageerde eerder dan de Federal Reserve - de Amerikaanse centrale bank – door banken van extra cash te voorzien. In augustus 2008, vóór Lehman failliet ging, bood Trichet Europese banken weer krediet. Dat programma loopt nog. Als tegenprestatie geven de banken de ECB een onderpand. In het begin lagen de eisen waar dat onderpand – veel staatsobligaties - aan moest voldoen, hoog. De ECB wilde geen rommel. Nu de kredietcrisis is overgeslagen in een schuldencrisis, heeft de ECB die eisen versoepeld. Het gevolg is dat banken nu wel rommel in Frankfurt parkeren. Vooral in noordelijke eurolanden vreest men dat dit de Bank verzwakt, zodat er constant geld uit hoofdsteden bij moet. Anderen verwijten Trichet dat hij wel banken helpt maar nauwelijks landen. Sinds mei 2010 heeft de ECB voor 170 miljard aan staatsobligaties opgekocht. Volgens Harald Hau, hoogleraar aan het Swiss Finance Institute in Genève, „beschadigt de Bank haar reputatie door zo duidelijk de kant van de banken te kiezen en niet die van Europese belastingbetalers en burgers”.

Mondjesmaat ingrijpen

Trichet begon pas staatsobligaties te kopen toen regeringen het noodfonds EFSF opzetten. Hij vindt dat regeringen de crisis moeten oplossen, niet de Bank. Hij gaf ze met die aankopen het signaal: jullie zijn op de goede weg, ik zal jullie helpen. Maar hij kocht die obligaties mondjesmaat. Als hij meer kocht, zou hij kritiek krijgen uit noordelijke eurolanden als Duitsland en Nederland, die ongelukkig zijn met deze obligatieaankopen. In zuidelijke eurolanden zou het juist tot ‘moral hazard’ leiden: als landen schuilen onder de ECB-paraplu, komt er van hervormen en bezuinigen weinig meer. In de raad van bestuur van de ECB, waar de zes directieleden plus alle centrale bankiers zitten, wordt deze verdeeldheid steeds zichtbaarder. De meerderheid accepteert het huidige beleid of wil verder gaan. Maar Bundesbankvoorzitter Jens Weidmann en Klaas Knot van De Nederlandsche Bank zijn bezorgd. Zij steken dat niet onder stoelen of banken. Trichet is bang dat het noorden van de Bank vervreemdt. Hij weet dat Draghi door Duitsers en Nederlanders als ‘de Italiaan’ wordt gezien, als de ‘zuiderling die de ECB heeft overgenomen’. Trichet deelt die mening niet, maar vreest dat hij de tweespalt tussen noord en zuid aanwakkert als hij de brandkraan opendraait. Ook daarom werd hij vorige week op zijn afscheidsreceptie zo nijdig, toen Sarkozy begon te pushen. Het ging fel toe, vertelt een bron. „Trichets afscheidsconcert begon zonder Trichet. Hij kwam in de pauze binnen.”

Paul de Grauwe zegt dat Draghi, ‘zuiderling’ of niet, de knoop moet doorhakken. „Alles beter dan blijven aarzelen. Een generaal die ten strijde trekt met de mededeling dat hij er niets in ziet, wint de oorlog niet. Als je oorlog voert, moet je vechten met alles wat je hebt.” Wat Draghi kan helpen, is dat de hele ECB-directie momenteel gerecycled wordt. Behoudende directieleden vertrekken of zijn vertrokken - Lucas Papademos, Jürgen Stark, binnenkort Lorenzo Bini Smaghi. De nieuwkomers – Vitor Constancio, Peter Praet, Jörg Asmussen – zijn geen dogmatici. Daardoor opereert Draghi in een andere omgeving dan Trichet. Sommigen juichen dit toe en anderen vrezen het ergste. Maar dat aller ogen nu op deze man gericht zijn, bewijst in ieder geval de centrale rol die de ECB in Europa onder zijn voorganger heeft gekregen. En dat is dezer dagen al heel wat, voor een Europese instelling.