The Lord of the Nibelungen-Ring

Aflevering 9: over de opera ‘Der Ring des Nibelungen’ van de Duitse componist Richard Wagner.

1juni1998.Premiere "SIEGFRIED" Nederlandse Opera. foto VINCENT MENTZEL opera Wagner ©

Ik zal niet de enige zijn die zijn kennis over het Nibelungenlied – en dus ook over de Wagner-opera Der Ring des Nibelungen – jarenlang heeft ontleend aan het Suske & Wiske-album nummer 137. In De ringelingschat, voor het eerst verschenen in 1951, geeft stripmaker Willy Vandersteen een geheel eigen interpretatie van de middeleeuwse sage over de ‘Held aus Niederland’ Siegfried. Enkele originele details zijn gebleven: het gevecht met de draak, in wiens bloed Siegfried een bad neemt om zichzelf een Hornhaut te bezorgen; het lindeblad dat tijdens het baden op zijn rug dwarrelt en zo één kwetsbare plek overlaat; de magische hulpmiddelen die hij vechtend verwerft; en natuurlijk veel gehannes met de schat van koning Nibelung. Maar voor het overige is het verhaal grondig verbouwd en zijn alle namen veranderd: het draait niet meer om Siegfrieds dood door verraad, laat staan om de gruwelijke wraak van zijn vrouw Kriemhilde. Siegfried is Bikfried geworden, en de draak heet geen Fafnir, maar To-Tal-Krieg – de Tweede Wereldoorlog was nog maar net voorbij.

Vandersteen maakte een potje van het Nibelungenlied. Maar hij was in goed gezelschap. Ook de componist Richard Wagner zette de oude sagen naar zijn hand in de vierdelige cyclus van ‘Bühnenfestspiele’ waar hij tussen 1848 en 1876 aan werkte. Uit het oorspronkelijke heldenepos van de anonieme 12de-eeuwse dichter – herontdekt tijdens de Romantiek – nam hij maar weinig over; hij ging onder meer terug naar de bron, de oude

©

©

saga’s uit de Scandinavische Edda. In de opera Siegfried, het derde deel van Der Ring des Nibelungen, is de titelheld een sprookjesfiguur: een kleinzoon van de oppergod Wotan die opgroeit in de grot van een dwerg in het woud, met behulp van een magisch zwaard een draak verslaat en diens gouden schat en ring steelt – een toverring die geen rol speelt in het oorspronkelijke Nibelungenlied. In het slotdeel Götterdämmerung zien we hoe Siegfried de toorn van de Walküre (strijdgodin) Brünnhilde op zich laadt en wordt vermoord door de perfide Hagen, die in het bezit wil komen van het ‘Rijngoud’ en de Ring.

‘Een verhaal van wraak’ zou de ondertitel kunnen zijn van het Middelhoogduitse lied. ‘Hoe de goden aan hun einde kwamen’ is een van de vele manieren om Wagners Ring samen te vatten. Maar zoals de titel van de cyclus aangeeft, draait alles in de vier muziekdrama’s – een ‘Vorabend’ gevolgd door een trilogie – om de ring die de bezitter almacht geeft en dus door iedereen, goden en helden, begeerd wordt; een ring die tegelijkertijd iedere drager tot zijn slaaf maakt.

Rings a bell? Zeker: Wagners interpretatie van de Noorse Völsungensaga was van grote invloed op The Lord of the Rings van J.R.R. Tolkien, die zelf gepokt en gemazeld was in de noordse mythologie, en die in zijn succestrilogie – voorafgegaan door het kinderboek The Hobbit – tal van motieven uit de Ring integreerde. Wie vanavond een dvd’tje opzet met een van de getrouwe romanverfilmingen door Peter Jackson, ziet Wagners drama’s er doorheen schemeren – des te meer omdat de maker van de filmmuziek zich heeft uitgeleefd in typisch wagneriaanse Leitmotive (terugkerende stukjes muziek die personen of situaties begeleiden) en functionele bombast.

Want Wagner mag dan groot zijn in de verbreiding van de Noord-Europese sagenwereld over de (populaire) cultuur, zijn belangrijkste invloed is muzikaal. Hij vernieuwde de opera met zijn doorgecomponeerde, vaak episch lange muziekdrama’s (de Ring duurt vijftien uur, zijn latere opera Parsifal zes). Hij legde de basis voor de atonale muziek door zijn experimenten met wisselende toonaarden en dissonanten (zoals in het openingsakkoord van Tristan en Isolde). Zijn liefde voor grote orkesten, nieuwe instrumenten en veelomvattende harmonieën beïnvloedde componisten van Mahler tot Phil Spector, die zich voor zijn ‘Wall of Sound’ door de meester liet inspireren. Zijn theorie van het Gesamtkunstwerk, waarin muziek, poëzie, toneel, beeldende kunst en architectuur (hij bouwde zijn eigen theater in Bayreuth) tezamen kwamen, werd door velen in praktijk gebracht.

Ja, ook door de nationaal-socialisten, bijvoorbeeld door Hitler, die Wagner als zijn favoriete componist beschouwde en van wie wordt gezegd dat hij het Derde Rijk als een Gesamtkunstwerk zag. Het was niet het enige misbruik dat de nazi’s van de hun welgevallige (want antisemitische en nationalistische) Wagner of zijn Ring des Nibelungen maakten. De nazi’s waren bezeten van alle Germaanse sagen. Maar voor het verhaal van Siegfried, ook verbeeld door de filmer Fritz Lang (Die Nibelungen, 1924) en tientallen Duitse schrijvers, hadden ze de warmste gevoelens. Siegfried was de ultieme Duitse held, iemand om je mee te identificeren. Telkens dook hij op in de redevoeringen en geschriften van Hitler en trawanten. Zo waren de frontsoldaten in 1918 verraden door een ‘dolkstoot’ van de linkse Duitse regering die net zo lafhartig ‘in de rug’ was als die van Siegfrieds moordenaar. Na de ‘Nacht van de Lange Messen’ in juni 1934 (toen de nazitop had afgerekend met de SA) presenteerde Hitler zich als een moderne Siegfried die een gevaarlijke draak had gedood. En toen er vanaf 1936 gebouwd werd aan een ‘Westwall’ die Duitsland moest beschermen tegen de Fransen, kon die natuurlijk alleen maar de Siegfriedlinie heten. Omdat die verdedigingsmuur in 1945 even kwetsbaar bleek als de Germaanse held, kon Willy Vandersteen zes jaar later in vrijheid De ringelingschat publiceren.

Van het Nibelungenlied verscheen een nieuwe vertaling door J. van Vredendaal (Boom, € 29,-)