Taaie bacteriën klampen zich vast aan pacemakers

Patiënten met pacemakers of andere implantaten lopen risico op een infectie door bacteriën die zich aan het implantaat hechten. Amerikaanse onderzoekers ontdekten dat drie mutanten van de bacterie Staphyllococcus aureus zulke ernstige infecties veroorzaken, dat het implantaat moet worden vervangen.

De mutaties zorgen ervoor dat de bacteriën zich zo stevig aan het implantaat hechten dat ze nauwelijks te bestrijden zijn. Daarom lijkt het nuttig om vóór de plaatsing van een implantaat na te gaan of een patiënt één van deze mutanten bij zich draagt, zodat deze vooraf met antibiotica verwijderd kan worden (Proceedings of the National Academy of Sciences, 24 oktober).

In ons land worden jaarlijks zo’n 15.000 pacemakers geplaatst bij mensen wier hartritme ondersteund moet worden. Na plaatsing komen implantaten in contact met eiwitten van de ontvanger. Die vormen dan de basis voor een biofilm, te vergelijken met tandplaque. Die biofilms bestaan veelal uit bacteriën, ingebed in door henzelf geproduceerde eiwitten, DNA en suikers. Omdat de bacteriën in een biofilm maar moeilijk met antibiotica te bestrijden zijn, wordt druk gezocht naar andere middelen om de vorming van de biofilms te voorkomen.

Geprobeerd wordt bijvoorbeeld om componenten ervan met enzymen af te breken. Ook wordt veel geëxperimenteerd met nieuwe materialen waar biofilms geen vat op krijgen. Meestal leidt de biofilm niet tot ernstige problemen, maar bij ongeveer vier procent van de patiënten veroorzaken de bacteriën ernstige infecties. Dan is er doorgaans maar één oplossing: het besmette implantaat uitnemen en vervangen door een schoon exemplaar.

De onderzoekers bestudeerden vooral de eerste stappen van de vorming van een biofilm: het contact tussen een bacterie en de eiwitten van de ontvanger. Omdat lang niet alle stammen van S. aureus evenveel problemen geven, vergeleken ze drie soorten monsters: van patiënten met en zonder geïnfecteerde implantaten en mensen zonder implantaten. Uit deze personen werden in totaal zo’n tachtig verschillende stammen gekweekt. Met een atomaire krachtmicroscoop en een supercomputer maten ze hoe sterk de bacteriën zich aan een implantaat hechtten. Zo vonden ze de drie mutanten die een extreem stevige binding met de ondergrond aangaan en daardoor vrijwel niet te verwijderen zijn. Als die in een patiënt worden aangetroffen, moeten ze dus vóór de plaatsing van een implantaat uitgeroeid worden.

Huup Dassen