Syrië: 30 doden bij anti-regeringsprotesten

Syrische veiligheidstroepen hebben vrijdagmiddag rond de dertig betogers doodgeschoten bij anti-regeringsprotesten. Dat melden Syrische activisten. De meeste doden vielen in de centrale steden Homs en Hama, waar het verzet tegen het regime van president Assad fel is.

Volgens de activisten openden veiligheidssoldaten het vuur op betogers terwijl protesten gaande waren. In Homs zouden soldaten later van deur tot deur zijn gegaan met machinegeweren om betogers op te sporen.

De berichten kunnen niet worden geverifieerd omdat het Syrische regime buitenlandse journalisten en waarnemers nauwelijks toelaat.

Het in Londen gevestigde Syrische Observatorium voor de Mensenrechten, dat aan de kant van de oppositie staat, en het Syrische Lokale Coördinatie Comité in Beiroet noemen dodentallen variërend van 29 tot 37.

Ondanks verscherpte veiligheidsmaatregelen en waarschuwingen van het regime dat geweld zou worden gebruikt, werd na het Vrijdagmiddaggebed volop betoogd. Volgens activisten waren er door het hele land in totaal 170 protestacties.

Het geweld van vrijdag zou het dodelijkste zijn sinds het begin van de protesten, half maart. Syrische opstandelingen hebben hoop geput uit de val van de Libische leider Gaddafi deze maand. Maar president Assad heeft de nationale en internationale druk tot nu toe weten te weerstaan.

Betogers riepen gisteren opnieuw op tot internationale bescherming, onder meer in de vorm van een no-flyzone boven het land. Maar zoiets zou weinig nut hebben omdat Assad geen vliegtuigen inzet tegen betogers. De oppositie zelf is over zulke interventie zwaar verdeeld, net zoals over veel andere dingen. (Reuters)