Superman, Manga, Maaike Hartjes

Striptekenaar Jean-Marc van Tol (Fokke & Sukke) maakte voor de VPRO het stripprogramma Beeldverhaal. Hierin reist hij de wereld rond op zoek naar de wortels van Hollandse antihelden, Amerikaanse superhelden en Japanse manga. Hij is ook niet te beroerd om een Bommeljasje aan te trekken.

Zelden gaf een beginfilmpje van een tv-serie zo goed de inhoud ervan weer als die van Beeldverhaal, de achtdelige serie over strips, die vanavond begint. We zien Jean-Marc van Tol, tekenaar van Fokke & Sukke, die zich als echt persoon door stripplaatjes beweegt; hij loopt langs getekende figuren als Lucky Luke en Suske en Wiske, slaat een dame uit de Nederlandse strip van Dirk-Jan op de kont, vliegt als Superman langs helden als Bommel en Kuifje, klopt superheld Captain America op de schouder, knokt in een Japanse strip en wandelt via underground stripplaatjes in een nieuw getekende afbeelding, een stadsgezicht – bijvoorbeeld Groningen, met de Martinitoren. En dat stripbeeld gaat over in het echte bewegende tv-beeld van die scène, en we zien Van Tol als presentator het beeld binnenlopen.

De serie volgt de tekenaar op een internationale rondgang langs stripmakers. „Het is een persoonlijke zoektocht”, zegt Van Tol in zijn tekenstudio in Soest, waar hij dagelijks de Fokke & Sukke-cartoons maakt. „De meeste striptekenaars zijn nogal solitaire figuren. Ze zitten in hun kamertje te tekenen. Je spreekt elkaar wel op beurzen, maar verder ben je vooral in je eentje bezig te tekenen.” Het was nieuwsgierigheid naar wat striptekenaars drijft, waarom ze zo graag zowel in beeld als tekst hun verhaal vertellen, die hem besloot mee te werken aan de serie Beeldverhaal.

Dat levert een rijkgeschakeerd beeld op, met intieme portretjes van zowel binnenlandse als buitenlandse striptekenaars. Om bij een aantal binnenlandse te beginnen: Van Tol bezoekt onder anderen de moderne oervader van de Nederlandse ballonstrip, Jan Kruis van Jan, Jans en de kinderen. Die successtrip is inmiddels in handen van een studio overgegaan, en hij bemoeit zich er niet meer mee. Maar in zijn boerderij in Drenthe vertelt Kruis dat hij het toch niet helemaal los kan laten: hij is een parodie op zijn eigen strip begonnen, waar het homostel Jan, Jan en de kinderen Kwynk en Annabel gezinsperikelen beleven.

Peter de Wit, tekenaar van de Volkskrantstrip Sigmund wordt door Van Tol bezocht in zijn kantoor in het voormalig Algemeen Handelsbladgebouw in Amsterdam, waar hij rustig – zonder computer – kan werken. Ook scharrelen ze door een kiosk, waar De Wit de covers van damesbladen als Cosmopolitan bestudeert, om inspiratie op te doen voor de vrouwenstrip Single, die hij met Hanco Kolk maakt: „Ik hoef alleen de covers te lezen, dan weet ik al genoeg”, zegt De Wit. Sommige tekenaars zoeken hun inspiratie dicht bij huis, net als ooit Jan Kruis, die zijn eigen gezin als voorbeeld nam. Zoals Maaike Hartjes, wier man, stripmaker Mark Hendriks, geregeld in haar strips figureert. Van Tol vraagt ook de man in kwestie wat die er van vindt.

Van Tol is een ideale tv-gids door stripland: hij is niet te beroerd om zich in een Bommeljas te hijsen als hij op de Bommelzolder is van een privémuseum over de beroemde stripbeer, en stelt naturel nieuwsgierige vragen, die veel inzichten en doorkijkjes in de geest van de stripmakers bieden.

De afleveringen hebben steeds verschillende thema’s, zoals België, stripland bij uitstek, waar hij ondermeer Studio Vandersteen bezoekt, waar de hedendaagse makers van Suske en Wiske werken in de voormalige slaapkamer van de oude Willy Vandersteen. Hij spreekt ook tussendoor met experts, zoals Giselinde Kuipers, hoogleraar antropologie aan de Universiteit van Amsterdam, die de werking van humor bestudeerde. Voor de aflevering over superhelden reist hij naar de Verenigde Staten. Eerst naar San Diego waar een grote stripconventie is, waar tekenaars komen en bezoekers verkleed zijn als hun favoriete superheld. En hij zoekt naar de oersuperman in New York. „In zo’n stad als deze”, zegt hij in de tv-serie, wandelend door Manhattan, „gedijen anti-helden als Asterix en Obelix en Fokke en Sukke niet.”

Dat is eigenlijk de enige keer dat Fokke & Sukke genoemd worden in de serie. „Ja, dat was eigenlijk per ongeluk, daar in New York”, vertelt Van Tol in zijn studio in Soest. „We hebben Fokke & Sukke bewust niet behandeld, anders wordt het te veel navelstaren.”

Er komen veel mainstream strips aan bod, maar ook undergroundtekenaars. „Ik heb meer begrip gekregen voor de mangastrip, doordat we naar Japan gingen”, zegt Van Tol. In Japan verdiept hij zich in het werk van de mangagrootmeester Osamu Tezuka (1928-1989), onder meer bekend door de tekenfilm en strip Kimba de Witte Leeuw. Die was weer de inspiratiebron voor Simba in Disney’s tekenfilm The Lion King. Van Tol: „Het is grappig om te zien hoe Tezuka aanvankelijk in zijn vroege periode ook weer beïnvloed is door werk van Disney”.

De VPRO meldt in zijn persbericht over Beeldverhaal: „Niet eerder werd de strip als cultureel fenomeen op deze manier op televisie ontleed en in kaart gebracht.” En dat is wel waar: er is bijna BBC-achtig veel werk gemaakt van deze serie voor de Nederlandse tv. Ook aan de vormgeving is extra aandacht besteed: per aflevering is een andere Nederlandse striptekenaar gevraagd de overgangen, van bewegend beeld in stripbeelden te tekenen. Zo tekende Floor de Goede voor de Bommel-aflevering de overgangsshots. En soms is de serie zelfs ontroerend, bijvoorbeeld als Van Tol spreekt met de Belgische tekenaar van de populaire strip Urbanus, Willy Linthout. Die tekende ook, in potlood, een strip over de zelfmoord van zijn zoon, Het jaar van de olifant.

Beeldverhaal is vanavond te zien op Ned 2, 23.05 uur.