Schedelgeschillen worden pas na decennia beslecht

The Fossil Chronicles: How Two Controversial Discoveries Changed Our View of Human Evolution Dean Falk, University of California Press, 259 blz., ca. € 22,00

De binnenkant van een fossiele schedel – ‘endocast’ in het jargon – kan veel vertellen over de mensachtige aan wie het hoofd ooit toebehoorde. Bijvoorbeeld of de herseninhoud dichter bij die van een chimpansee lag (een kleine halve liter) of die van een moderne mens (een kleine anderhalve liter). Afdrukken in de schedel kunnen ook aanwijzingen geven over de mate waarin de hersenen primitief of modern waren.

Endocasts bieden zo inzicht in de evolutie van de menselijke soort, maar de interpretaties van de veelal incomplete schedels zijn inzet van debat. Dat debat in de zogeheten paleoneurologie wordt doorgaans op schrille toon gevoerd, woekert vele jaren voort, zet bekwame wetenschappers soms lang buitenspel en leidt er in het uiterste geval toe dat plausibele theorieën pas na decennia worden aanvaard.

‘Dat komt mogelijk doordat het brein de fysieke vindplaats is van de neurologische, emotionele en cognitieve trekken die ons menselijk maken. Dat maakt de inzet van het debat hoog’, schrijft antropoloog Dean Falk dan ook in haar bijzonder toegankelijke en leerzame boek The Fossil Chronicles. De Amerikaanse hoogleraar (Florida State University) spreekt uit ervaring, want als vooraanstaand endocast-expert raakte ze verzeild in twee controverses.

Deze controverses draaiden om twee schedels. De schedel van het Taung-kind werd in 1924 ontdekt in Zuid-Afrika door de Australiër Raymond Dart, die de 2 tot 3 miljoen jaar oude soort Australopithecus africanus doopte. De schedel van de ‘Hobbit’ behoorde tot een skelet van enkele tienduizenden jaar oud, dat in 2003 werd ontdekt op het Indonesische eiland Flores en kreeg de naam Homo floresiensis.

Beide schedels hebben volgens Falk gemeen dat de wetenschap de vondsten niet kon of kan plaatsen. Bij het Taung-kind sloeg het aanvankelijke enthousiasme over de ‘geweldige ontdekking’ (Dart) snel om in een hardvochtige afwijzing. Vele anatomische experts zeiden dat de schedel met de kleine herseninhoud waarschijnlijk van een jonge gorilla was, niet van een mensachtige. Ontdekker Dart vond geen wetenschappelijke uitgever voor zijn monografie over A. africanus en stopte voor jaren met opgravingen.

Het Britse establishment, dat destijds het wetenschappelijk debat over de oorsprong van de mens domineerde, was verblind. Om precies te zijn door de Piltdown-mens, waarvan in 1912 een schedel was gevonden. De Piltdown-mens had een groot brein en situeerde de oorsprong van de mens in Europa. In dat beeld paste geen schedel uit Afrika met een klein brein. Jaren nadat Piltdown in 1953 als fraude was ontmaskerd, kreeg Dart alsnog erkenning.

In zijn eerste publicatie in Nature had Dart wel een fout gemaakt, toonde Falk eind jaren tachtig aan. Ze voerde lang een felle polemiek met een Dart-fan, totdat iedereen zijn interesse verloor. Falk heeft onlangs in een archief Darts manuscript van de nooit gepubliceerde monografie gevonden en is diep onder de indruk van de manier waarop Dart destijds al de moderne trekken van Taung aantoonde. Ze vraagt zich af: hoe ver zou de paleoneurologie nu zijn, als dit destijds al was gepubliceerd?

Om herhaling van de geschiedenis te voorkomen, verdedigt Falk nu heel fel de Hobbit. Nogal wat wetenschappers beweren dat de Flores-mens geen nieuwe soort is, maar een moderne mens met microcefalie – een aandoening die gepaard gaat met kleine schedels en breinen. Falk rekent overtuigend af met deze theorie en laat zien dat het Hobbit-brein het meest lijkt op dat van de Homo erectus, die al dicht bij de moderne mens stond.

Het microcefaliedebat heeft de aandacht afgeleid van echt interessante vragen, zegt Falk. Hoe kan het bijvoorbeeld dat de jonge Hobbit niet alleen trekken heeft van genus Homo, maar ook van de veel oudere Australopicthecus? Misschien is er voor de exodus uit Afrika van de H. erectus (1,6 miljoen jaar geleden) en de moderne mens (minder dan 100.000 geleden) nog een exodus geweest, namelijk van Australopithecus. Dat is dus een speculatieve theorie die (nog) niet past in het huidige denken over de menselijke evolutie.

Karel Berkhout