Schaamte

Mijn overgrootvader was een kansarme immigrant, een Galicische jood, die deserteerde uit het leger van de Habsburgse dubbelmonarchie en via Duitsland in Nederland belandde. In Amsterdam zette hij talloze zaakjes op, de meeste, als ik de verhalen mag geloven, mislukkingen. Uiteindelijk had hij een dropsnijderij in de Indische Buurt. Hij stierf in 1944 – verrassend genoeg van ouderdom. Wel was hij al zo’n twee jaar de deur niet meer uit geweest, omdat hij weigerde een ster te dragen.

Maar voor zijn dood heeft hij nog kunnen zien dat zijn kinderen het beter hadden dan hijzelf. En als hij verder had kunnen kijken, had hij gezien dat dat ook voor de daaropvolgende generaties gold – steeds welvarender, steeds hoger opgeleid. Was dat alleen het resultaat van individuele inspanning, van ‘eigen verantwoordelijkheid’ nemen? Kan zijn. Maar er was ook een bedding voor nodig. Die bedding was er. Nederland.

Ik denk wel eens aan mijn overgrootvader als ik zie hoe het nieuwkomers praktisch onmogelijk wordt gemaakt om die Hollandse bedding te vinden. Ik weet ook wel dat de situatie anno nu anders is dan aan het begin van de twintigste eeuw (massa-immigratie! massa-immigratie!), maar alles lijkt er nu op gericht nieuwkomers kansen te onthouden, in plaats van ze te geven. Immigranten worden hier kansarm gemaakt. Ik ken een jonge man uit Bulgarije die zich suf solliciteert op baantjes onder zijn opleidingsniveau en iedere keer tegen een muur van bureaucratie loopt – en tegen een muur van wantrouwen. Ik weet van een Braziliaanse vrouw die werkdagen van 10 uur maakt, samen met haar moeder in een kamer woont en over de capaciteiten beschikt om een eigen bedrijfje op te richten. In haar pogingen aan een legale verblijfsstatus te komen is ze tot twee keer toe in handen van oplichters gevallen, die haar met loze beloften geld hebben afgetroggeld.

Anders dan de Britse premier Cameron zie ik het aangeven van zulke mensen niet als mijn burgerplicht – wie wel? Het is dan ook een hele geruststelling dat, mochten ze worden opgepakt, ikzelf volgens de nieuwe wet niet als medeplichtig zal worden aangemerkt. Ik ben minister Leers dankbaar.

Een paar weken geleden opperde diezelfde Leers dat immigratie ook een verrijking van de samenleving kan zijn. Hij werd direct teruggefloten door Rutte – dezelfde Rutte die, toen hij in 2006 samen met Ben Verwaayen zijn verkiezingsprogramma schreef, op het standpunt stond dat je welkom was in Nederland als je werk had en de taal sprak. Leers ging diep door het stof – zo belachelijk onnodig diep dat je je afvraagt of we hier met een masochist te maken hebben.

Bij het zien van het Kamerdebat over de dreigende uitzetting van de achttienjarige Angolees Mauro die sinds zeven jaar bij Limburgse pleegouders woont die hem niet mogen adopteren, overviel me een gevoel van schaamte. Vooral vanwege de idiotie van het debat – sinds wanneer is het nodig dat de hele vaderlandse politiek tot diep in de nacht bijeenkomt voor één enkel geval? VVD-fractieleider Stef Blok: „De Kamer maakt wetten en beslist niet over individuele gevallen. Dat is de kern van de rechtsstaat.”

Dat is zeker waar. Maar in zijn gietijzeren zelfgenoegzaamheid vergeet Blok dat juist het geval-Mauro de funeste gevolgen van die almaar hoger geworden stapel wetten over immigratie zichtbaar maakt.

Pijnlijk was het te zien hoe Nederlandse volksvertegenwoordigers hardop nadachten over mogelijkheden om de eigen Hollandse wetten te omzeilen. Misschien kon Mauro een studievergunning krijgen? Als hij zijn zaak aanhangig maakt bij Europa, wordt zijn uitzetting wellicht opgeschort?

Het moet niet gekker worden.

Waarom één geval het hele land bezighoudt? Is dat enkel sentimentaliteit, omdat de pijn nu een gezicht heeft? Mij lijkt het vooral het gevolg van een kwaad geweten. De politici worden gedwongen de consequenties van hun eigen daden en uitspraken onder ogen te zien. Mauro Manuel is allang geen kansarme immigrant meer. Nederland is een kansarm land geworden.

Aan het CDA dit weekend de kans zich te rehabiliteren.