Roofvissen stikken in slijmprikslijm

BiologieGenoeg roofvissen die wel een hapje slijmprik lusten. Maar het dier verdedigt zichzelf, met slijm.

Voor de kust van het Great Barrier Island nabij Nieuw-Zeeland heeft een slijmprik (Eptatretus cirrhatus, een aal-achtig dier zonder kaken) een zak met aas gevonden. Nieuwsgierig tast het dier de buit af, zich kennelijk onbewust van de zwarte haai (Dalatias licha) die achter hem opdoemt. De haai nadert behoedzaam en slaat toe. Het lijkt gedaan met de slijmprik. Maar dan gebeurt het: de haai lijkt plots te stikken, laat zijn prooi los en druipt af. De slijmprik komt met de schrik vrij.

Voor de zwarte haai moet het een onaangename aanvaring zijn geweest. Zijn bek en kieuwen raakten bijna volledig verstopt met slijm dat werd afgescheiden door de huid van de slijmprik. Een team van Nieuw-Zeelandse biologen filmde deze gebeurtenis in het wild met onderwatercamera’s (Scientific reports, 27 oktober).Het is de eerste keer dat op film is vastgelegd hoe de slijmprik zijn slijm inzet als verdediging tegen roofvissen.

De slijmprik produceert het slijm in tientallen slijmkuiltjes, die in lange rijen over zijn lichaam lopen. Het was al langer bekend dat slijmprikken in het nauw in korte tijd veel slijm afscheiden. Wanneer een slijmprik in een emmer gestresst raakt, kan hij zo veel slijm produceren dat hij er zelf in stikt.

De biologen zagen dat alleen de slijmkuiltjes die in contact kwamen met de bek van de haai hun slijm afschoten. Dat gebeurde razendsnel: binnen viertiende van een seconde zaten de kieuwen van de haai al vol met slijm. Daarna trok de haai zijn kieuwbogen samen in een kokhalzende beweging, om het slijm weer kwijt te raken. Uit de filmbeelden bleek verder dat niet alleen haaien zich verslikken in de slijmprik. Ook gulzige wrakbaarzen, schorpioenvissen en palingen probeerden een slijmprik te verschalken, met een bek vol slijm tot gevolg.

De onderzoekers deden nog een onverwachte ontdekking: slijmprikken blijken actief op prooien te jagen. De gangbare opvatting was dat slijmprikken aaseters waren. Toch waren op de beelden duidelijk jagende slijmprikken te zien. Met hun baarddraden tastten ze de bodem af, op zoek naar burchten waarin mogelijk vissen waren verscholen. Als ze een ingang vonden, wurmden ze zich naar binnen.

De biologen zagen één slijmprik die daadwerkelijk een prooi ving. Het dier stak eerst zijn kop in de burcht. Aan zijn staart was duidelijk te zien dat er ondergronds een worsteling plaatsvond. Toen de prooi gestorven was, wellicht gestikt in slijm, legde de slijmprik het achterste van zijn lichaam in een knoop. Die knoop gebruikte hij als een hefboom om de burcht weer te verlaten, met een klein visje in zijn bek.

Het filmpje van de stikkende roofvissen is te zien op www.youtu.be/5kS64P-o5mU