Rechters zeggen baan op als kabinet plannen doorzet

Maandag was bij de VRT de eerste aflevering van De rechtbank te zien. Een onopgesmukt beeldverslag van vijf maanden filmen in de rechtbank Gent. Documentaire tv van Woestijnvis zoals het hoort te zijn – beelden en personen die een authentiek verhaal vertellen. Geen Zembla-retoriek of Brandpunt-ijdelheid uit de Hollandse tv-ego fabriek. Dienstbaarheid blijft een zeldzaam talent in de journalistiek.

In de Gentse rechtbank onderhouden slachtoffers, sukkelaars, schoften en togadragers zich met elkaar in een Vlaams dat redelijk dicht bij het Nederlandse oor ligt. En wat is die rechtbank modern ingericht. Hoogtepuntje tot nu toe: ‘Is er iemand in de zaal die Bulgaars spreekt?’ De Gentse rechtbankserie belooft even nuttig te worden als de achtdelige reeks die de EO eerder in Utrecht maakte. Ook bij deze zittingen domineerde de sociale werkelijkheid. De togadragers moeten uitzichtloze ruzies, crisissituaties, huiselijke drama’s en ander ongerief afhandelen, beheren of doorschuiven. Zonder zelf in de knel te komen – sterker, met in standhouding van hun objectiviteit. Waardoor ze steeds afstandelijk, koel en onaangedaan moeten reageren. Wetend dat ze geen oplossingen bieden, maar doorgaans sancties, waar nooit iemand blij mee is.

Wat er in al die toga’s broeit is te lezen in Rechtspraak is mensenwerk. Een boekje met vrij openhartige interviews met zestien rechters dat vorige week verscheen. Het boek haakt in op dezelfde publieke onrust waarop de tv-series over ‘De Rechtbank’ het antwoord waren. Wie zijn die geheimzinnige, machtige functionarissen? Rechters zijn de laatste notabelen die in de opstand der burgers na Fortuyn onder publieke druk komen.

Om zestien losse interviews met willekeurig gekozen rechters achter elkaar te willen lezen moet je wel héél nieuwsgierig zijn naar hun roerselen. De auteurs schreven geen verbindend hoofdstuk noch trokken ze echte conclusies. Zij laten het bij de vaststelling dat rechters de publieke druk onaangenaam vinden en veel kritiek onterecht. Allemaal worstelen ze met de erecode die neerkomt op een zwijgplicht. Over elkaar, hun ambt, de politiek en de kwaliteit van de rechtspraak. In dit boek zeggen ze gelukkig toch iets. Er zit dus een omzichtig geformuleerd boodschappenlijstje in verstopt. Waar het echt wringt of fout loopt, waar de politiek te ver gaat of de praktijk niet deugt. Die scherpe randjes zien er zo uit:

Als het kabinet minimumstraffen invoert, stappen er diverse strafrechters op. Ze vinden dat onbillijk, onrechtvaardig, onuitvoerbaar en onnodig. Het getuigt van ‘tunnelvisie’ en tast de onafhankelijkheid aan. Hetzelfde geldt voor het voorstel om de griffierechten te verhogen. Voor het bestuursrecht zou dat „in één klap twintig jaar terug in de tijd” betekenen. Een onmiddellijk einde aan alle pogingen om het bestuursrecht te moderniseren. Dat overigens ‘bizar ingewikkeld’ is door de nooit aflatende regelzucht die ieder kabinet ontwikkelt. Wordt de burger echt actief weggehouden bij de bestuursrechter, dan stappen er ook bestuursrechters op. Zij willen geen ‘rechter voor de rijken’ worden. Dat is nieuws, lijkt mij.

Alle rechters maken zich druk over het ‘verkwanselen’ van hun publieke imago. En het gezagsverlies dat zij lijden. Een enkeling zegt heel boos te zijn, de rest is ten minste geërgerd. Straffen gaan al jaren omhoog, juist in reactie op de wens van het publiek. Inmiddels zit Nederland in de top van strengste landen. Maar nóg leeft het verwijt dat de strafrechtspraak soft is. Veel rechters willen dat de Rechtspraak van zich af gaat bijten – de woorden ‘de beuk erin’ vallen. De publieke opinie moet meer en beter geïnformeerd worden. Deze rechters werden deze week op hun wenken bediend. TV-camera’s in de rechtszaal moeten de standaard worden, aldus een gezaghebbend advies.

Bij de politie is een ‘enorme onderbezetting’. De politieman is jong, onderbetaald en overbelast. Dat de politie niet meer fouten maakt is een wonder. Intussen melkt de gesubsidieerde strafadvocatuur de staatskas – er worden soms getuigen gehoord omdat het geld oplevert, niet vanwege de informatie. Verzoeken om in het buitenland te verhoren zijn minder populair nu strafrechters aankondigen ’s avonds terug te vliegen. In de toeristenklasse. Ook als het uit de VS is. Overwerk in eigen kring blijkt structureel, vooral bij strafrechters. De grens van wat rechters fysiek nog aankunnen is bereikt, zeker als je de plicht om de literatuur en de regeldruk bij te houden meetelt. Alle dossiers in extenso lezen bij een strafzaak? Uitgesloten, niemand kan dat meer. En zo verder.

Rommelt het in de rechtspraak? Wie deze bundel leest krijgt een bevestigend antwoord.

Folkert Jensma

Reageren kan op www.nrc.nl/rechtenbestuur, twitteren via #rechtenbestuur