Recht op vervoer

Amsterdam trams combino bij Amsterdam Centraal Dijkstra bv.

Op maandag 24 oktober ’s ochtends om een uur of elf kwam er een jongen van een jaar of achttien op me af. Ik zat in lijn tien op mijn lievelingsplaats, het derde éénpersoonsbankje links, achter de bestuurder, vooruit rijdend. Een mooi uitzicht en relatief rustig. Mag ik u iets vragen, vroeg hij. Dat hebt u al gedaan, zei ik. Als het een oudere meneer was geweest, had hij meteen daarop gevraagd of ik in God geloofde en daarna was er een theologische discussie ontstaan waarin ik mijn best had gedaan, hem ervan te overtuigen dat God niet bestaat, en hij geprobeerd, me te verzekeren dat ik me vergiste. Bij de bijbelkiosk, op de hoek van de Van Baerlestraat en de Lairessestraat, worden voorbijgangers weleens door zulke zendelingen besprongen. Alleen bij mooi weer.

Deze jongen liet me een paar formulieren vol met vragen zien. Met een potlootje kon ik een hokje aankruisen en daarmee had ik dan mijn antwoord gegeven. Het ging over de mate van mijn waardering over het Amsterdamse openbaar vervoer. Ik ben over het algemeen een tevreden tot gelukkige passagier. Maak voor mijn plezier tramreizen, van het Azartplein naar de Van Hallstraat, van het Station Muiderpoort naar de Zoutkeetsgracht. Ik kom door de Czaar Peterstraat, de melancholiekste straat van Amsterdam, de Plantage Middenlaan met de best bewaarde bouwkunst uit de negentiende eeuw. Nog veel meer van dergelijke kalme avonturen. En ja, ik ben weleens een zakkenroller tegengekomen. Ik stak mijn hand in een zak van mijn winterjas. Daar zat al een hand in. O, pardon, zei de eigenaar. Ik dacht dat het mijn jas was. Ik heb, op de hoek van de Paulus Potterstraat, een geflipte jongen gezien, die kennelijk zo’n gruwelijke hekel aan het openbaar vervoer had dat hij tegen iedere tram begon te trappen. Tot de politie kwam.

In het algemeen is het openbaar vervoer het beste middel om een vreemde stad zo goedkoop en zo grondig mogelijk te leren kennen. Doe als Gerri Eickhof, de onverschrokken oorlogsverslaggever van de NOS. Hij heeft alle zestien lijnen van de Amsterdamse tram van begin tot eind grondig verkend, 213 kilometer, en er een boekje over geschreven, Met de tram door Amsterdam. Ga niet in zo’n tourist bus zitten. Toeristen vormen toch al een aparte volksstam. Ze maken het nog erger door in zo’n kakelbont geschilderde bus zich door de reisleider op de verplichte bezienswaardigheden te laten wijzen. In New York kon je lang geleden T-shirts kopen met het opschrift I’m not a tourist. Ik heb het niet gedaan, maar ik vond het een goed idee. Zo bescherm je jezelf tegen al die mensen die, hoe dan ook, geld aan de onnozele vreemdeling willen verdienen. In tram en bus ben je één onder de velen, met behoud van al je vrijheden.

Waarom werd me nu, in lijn 10, plotseling gevraagd of ik wel tevreden was met het openbaar vervoer, en zo ja, in hoeverre? Wil het GVB meer klanten trekken? Vorige week heeft de directie bekendgemaakt dat er moet worden bezuinigd. De ritprijs wordt waarschijnlijk verhoogd, van 1,21 naar 1,33 cent per 4 kilometer, en er gaan geruchten dat bepaalde tramlijnen zullen worden geschrapt. Samengevat: er wordt overwogen tram en bus minder toegankelijk te maken. Zeker in een tijd van crisis beschouw ik dit als een vijandige daad jegens de stad.

Het openbaar vervoer hoort samen met de waterleiding, de elektriciteit en de geplaveide straten en wegen tot de meest democratische voorzieningen. Eigenlijk zouden die faciliteiten uit de belastingen moeten worden betaald, zodat je zonder ‘geldig plaatsbewijs’ in bus of tram kon stappen, zoals je nu zonder erbij na te denken het licht aandraait, of boos wordt als je de deur uitgaat en plotseling in een gat valt. Je moet er wel iets voor betalen, maar goed openbaar vervoer is een recht. Door de overweldigende massaproductie van de particuliere auto zijn we daar anders over gaan denken. We geloven nu dat iedereen au fond het recht heeft op een eigen auto, met parkeerplaatsen, een aandeel in de vervuiling en nog veel meer. Als er binnenkort zeven miljard mensen op de planeet wonen, die allemaal een auto willen hebben, zullen we nog iets heel anders beleven. Het blijft jammer dat het vervoer te land niet op dezelfde manier is geregeld als dat door de lucht: collectief. Maar daarvoor is het nu een eeuw te laat.

Ik geef toe dat er wel iets aan de Amsterdamse tram verbeterd kan worden. De Combino is, met zijn geschok in de bochten en verrassende acceleratie, een halve miskoop. En dan hebben we het gedrag van sommige passagiers en personeelsleden. Maar dat ligt niet aan het openbaar vervoer; het is het gevolg van wat we tegenwoordig de ‘verhuftering’ noemen. Die wordt niet bestreden met het verhogen van de ritprijs. Misschien staan we aan de vooravond van een nieuwe escalatie: meer zwartrijders, meer controleurs, meer vechtpartijen, politie in de tram, nieuwe tariefsverhoging.

    • S. Montag