Meeuw geeft slak een lift

Het is een oude mop. Twee vlooien komen uit de Bijenkorf. Zegt de ene vlo tegen de andere: “Gaan we lopen, of nemen we de hond?” Grappige onzin. Maar dat dieren meeliften op andere dieren, is níet verzonnen. Dieren doen dat zelfs over veel grotere afstand dan een stelletje vlooien op een hond.

Biologen hebben nu ontdekt dat zeeslakken, verstopt in het verenpak van meeuwen, vroeger helemaal van de Stille Oceaan naar de Atlantische Oceaan zijn meegelift. Dwars over Midden-Amerika heen.

Die onderzoekers zijn daar achter gekomen door het bestuderen van fossielen, lang geleden gestorven en toen versteende dieren. In heel oude grondlagen aan de kust van de Atlantische Oceaan kwamen ze opeens heel veel fossiele zeeslakjes tegen die ze eerst alleen maar van de Stille Oceaan kenden. De enige verklaring was dat die slakjes een keertje waren meegevlogen – per ongeluk, dat wel.

Van zeevogels is bekend dat ze van de ene zee naar de ander vliegen over deze, moeilijk woord, landengte. Het land Panama is op sommige plekken maar veertig kilometer breed. Voor een zeeslak is dat een onoverbrugbare hindernis, voor zeevogels is het een peulenschilletje.

De biologen kwamen er zelfs achter dat die zeeslakken in de afgelopen miljoen jaar ook weer terúg zijn gelift. Dat konden ze zien aan de slakkenhuisjes. De zeeslakken aan weerszijden van Panama waren er namelijk in al die tijd ietsjes anders uit gaan zien. (Het staat allemaal in Proceedings of the Royal Society: B)

Die liftende zeeslakjes lijken trouwens niet uniek. Biologen vroegen zich ook al tijden af hoe landslakjes van Europa terecht zijn gekomen op het eilandje Tristan da Cunha, middenin de Atlantische Oceaan. Die hebben dus waarschijnlijk ook lang geleden van trekvogels een gratis vliegticket gekregen.

En dit beantwoordt misschien ook de vraag hoe het toch kan dat opeens vissen opduiken in afgesloten vijvers. Die vissen liften mogelijk als eitjes mee aan de poten van reigers.

Menno Steketee