Luifel met gebouw

Schiphol heeft een nieuwe terminal voor privévliegers. ‘Een feest van luxe’, zegt de architect.

Welke kleur heeft de kolossale luifel van het nieuwe General Aviation Terminal op Schiphol nu precies? Paars is het beslist niet, maar ook roze is niet helemaal de kleur van de luifel van het gebouw, waar popsterren, leden van het Koninklijk Huis of anderen die zich vliegen met een privévliegtuig kunnen veroorloven, arriveren en vertrekken. „Het is magenta”, zegt Don Murphy van VMX architects, het bureau dat de nieuwe terminal heeft ontworpen. „We hebben heel lang over de kleur zitten dubben. Oranje vonden we te voor de hand liggend – tegenwoordig zijn al zo veel gebouwen en interieurs oranje. Blauw was te koud, rood te hard. Ten slotte kwamen we uit op magenta. Dat vonden we de kleur die het best past bij luxe.”

A celebration of luxury noemt Murphy, de Ierse architect die al zestien jaar VMX architects in Amsterdam bestiert, de nieuwe terminal voor privévliegtuigen, dan ook. „Kijk, daar staat de oude terminal”, zegt hij, wijzend op een oud wit gebouw dat nog het meest lijkt op een verslonsd wegrestaurant. Hierdoor moesten jaarlijks 15.000 vliegers naar hun vliegtuigen voor maximaal 20 passagiers. „Zoiets past niet bij vliegen met privévliegtuigen. Wij willen met de nieuwe terminal het vliegen weer iets avontuurlijks en futuristisch geven. Je moet er een beetje het gevoel bij krijgen dat ik als jongetje had toen we in Cork als gezinsuitje een dagje naar de luchthaven gingen. Dat was iets heel speciaals en spannends.”

De spectaculaire, messcherpe luifel is bevestigd aan een bouwdeel dat met zilverkleurige panelen is bedekt. Met zijn geknikte gevels doet dit deel denken aan Murphy’s eigen betonnen woonhuis dat hij twee jaar geleden in een polder bij Amsterdam liet bouwen. „Het is ons derde gebouw met zulke gevels”, zegt hij. „De constructie van zulke muren die daken zijn en daken die muren zijn luistert nauw. Het gebouw moest bovendien als tegenwicht dienen voor de luifel waarop de wind enorme krachten kan uitoefenen.”

Toch is dit bouwdeel met uitzondering van de geknikte gevels niet opvallend. „Dat hebben we expres gedaan”, zegt Murphy. „Het moet voor paparazzi niet te gemakkelijk worden om de terminal te vinden.”

Drive-in-terminal

Een deel van de gevel is open. Zo is het gebouw een drive-in-terminal geworden waar passagiers bij een inpandige deur kunnen worden afgezet. Na binnenkomst komen de passagiers in een hal met een balie waar de formaliteiten die bij vliegen horen worden afgehandeld. „De balie kan zo worden omgebouwd tot bar”, legt Murphy uit. De vloer is belegd met driehoekige tegels in zwart, wit en grijs in een patroon waarin je molenwieken kunt herkennen. Bij de ramen, waarvoor zilvergrijze gordijnen kunnen worden geschoven, staan fauteuils van de Franse ontwerpbroers Bouroullec.

Vanuit de hal kunnen de privévliegers, onder de luifel, naar hun vliegtuig buiten. Of naar boven, naar een van de lounges. Murphy: „In beginsel hoeven privévliegers niet te wachten – dat is tenslotte een van de plezierige kanten ervan. Maar het kan natuurlijk wel eens gebeuren dat het vliegtuig later vertrekt.”

De bovenste etage, met kantoren, gaat over de volle hoogte over in de luifel die metersdik begint en zo dun als een scheermes eindigt. Zo is de luifel niet iets dat aan het gebouw is gehangen maar vormen ze één geheel. Voor hun luifelgebouw hebben VMX architects goed gekeken naar beroemde luchtvaartarchitectuur. „De spectaculaire terminals van architect Eero Saarinen in New York en Washington geven bijvoorbeeld nog steeds het gevoel dat vliegen iets speciaals is”, zegt Murphy. „Maar we hebben ons vooral laten inspireren door het huis van John Travolta. Hij is een fanatieke vliegenier die een huis heeft laten bouwen met twee luifels: een voor zijn eigen vliegtuig en een voor dat van zijn vrouw. Zo blijven ze altijd droog als ze zijn geland.”