Libische vrouwen zijn weer 'moeders, echtgenotes, zussen'

Libische vrouwen zijn geschrokken van de toespraak van interim-president Abdel Jalil waarin hij onder andere veelwijverij legaliseerde. „Hij heeft de jongens aan het front willen paaien door vier vrouwen te beloven.”

Ze kennen elkaar niet maar ze hebben hetzelfde verhaal. Asma Khalifa en Ala’a Murabit zijn allebei 22 jaar oud, modieus gesluierd en vastbesloten om de rechten van de vrouw in het nieuwe Libië te beschermen. Allebei hebben ze tijdens de revolutie geholpen om gewonde rebellen te verzorgen in clandestiene ziekenhuizen, Khalifa in Tripoli en Murabit in Zawiya. En allebei zijn ze ziedend over de toespraak van Mustafa Abdel Jalil, voorzitter van de Nationale Overgangsraad en daarmee interim-president, afgelopen zondag in Benghazi.

„Ik was beledigd”, zegt Khalifa op het terras van het Mahari-hotel. „Vrouwen hebben wapens gesmokkeld. Ze hebben in de gevangenis gezeten. We hadden gedacht dat Abdel Jalil de rol van de vrouwen zou erkennen. In de plaats daarvan werden we weggezet als de ‘moeders, echtgenotes en zussen’ van de martelaars.”

Er was ook die ene passage in de toespraak: „Elke wet die in strijd is met de shari’a, de islamitische wetgeving, is nietig. De huwelijks- en echtscheidingswet is strijdig met de shari’a.” Het kwam neer op het legaliseren van veelwijverij. In combinatie met het tweede nieuwtje in de toespraak – islamitisch bankieren – was de conclusie eenvoudig.

„Hij heeft de jongens aan het front willen paaien door hen renteloze leningen en vier vrouwen te beloven”, snoeft Murabit in de gloednieuwe kantoren van The Voice of Libyan Women, een niet-gouvernementele organisatie die ze mee heeft opgericht. „Er was zoveel dat hij had kunnen zeggen. Dat vrouwen die zijn verkracht zich niet schuldig moeten voelen bijvoorbeeld.”

Op een caféterras in de oude stad van Tripoli zitten vier vrienden bij mekaar. Ze zijn in de twintig, komen oorspronkelijk uit Benghazi en ze hebben allemaal banen die iets met de oorlog te maken hebben: liaison met de gewonden in Tunesië, de Amerikanen helpen bij het opsporen van de duizenden vermiste SAM-raketten, fixer voor de media, een kaderfunctie bij de Nationale Overgangsraad.

Een van hen, Soheil Lahiwel, is de vriend van Asma Khalifa’s zus. „Toen Abdel Jalil zijn toespraak hield, zuchtte mijn vriendin: ‘Tijd om die groene Gaddafi-vlag opnieuw boven te halen’,” zegt Lahiwel. Met ‘schoonzus’ Asma maakt hij vaak plagend ruzie over haar strijd voor de vrouwenrechten. Maar deze week heeft hij vooral ruzie met zijn vrienden. Dat komt doordat Lahiwel vindt dat Libië een islamitische republiek moet worden.

„We begrijpen het niet”, zegt Nizar Sarieldin, die zijn tijd verdeelt tussen Kairo en Benghazi. „Telkens wanneer er een feestje is in Kairo kwam Soheil speciaal uit Tripoli overgevlogen.” De laatste keer kwam hij nog wel naar het feest maar hij was gestopt met drinken.

„Zeg dan in welk islamitisch land je graag zou wonen. Iran? Saoedi-Arabië?”, dringen zijn vrienden aan. Nee, zegt Lahiwel, geen enkel van die landen. „Maar de islam is het beste systeem. Het is alleen nog nergens toegepast zoals het hoort.”

Sarieldin begrijpt het wel een beetje. „We moeten nu kiezen tussen totale vrijheid, een islamitische republiek of iets daar tussenin. Veel mannen zijn bang dat totale vrijheid wil zeggen dat hun vrouwen en dochters niet meer gaan luisteren. In het algemeen zijn de mensen bang dat het een chaos wordt.”

Asma Khalifa en Ala’a Murabit weten heel goed dat ze voorzichtig te werk moeten gaan. Murabit, die in Canada opgroeide en pas drie jaar geleden terugkeerde, ondervond dat met vallen en opstaan. „Ik had het idee om in Tripoli een fietstocht met vrouwen te organiseren. Mijn moeder zei: ‘Ben je helemaal gek geworden? Dat is alsof je in Toronto topless zou rondlopen’.”

Nu heeft ze geleerd dat ze eerst toestemming moet vragen aan de man als ze een vrouw wil rekruteren als vrijwilliger. „En zelfs dan: één vrouw kwam ons vertellen dat ze moest stoppen. Haar man had gedreigd om van haar te scheiden.”

Murabits plannen zijn bescheiden: een koffiehuis voor vrouwen zodat af en toe ook eens naar buiten kunnen, een opvangcentrum voor vrouwen in Zawiya. „We gaan het natuurlijk niet zo noemen, en de psycholoog zal geen psycholoog heten. Want een meisje dat bij de psycholoog is geweest, raakt nooit meer aan een man.”

Khalifa bereidt met een buitenlandse NGO een traumacentrum voor kinderen en jongeren van zes tot 25 jaar voor. Ook dat mag zo niet heten. En ze overweegt om een vrouwenpartij op te richten. „Ik wil niet in de politiek gaan maar als ik zie hoe de Libische mannen zich gedragen, en na de toespraak van Abdel Jalil, zie ik geen andere keuze.”

Er zijn ook positieve dingen gebeurd. In het aartsconservatieve Zawiya, zegt Murabit, hebben vrouwen leren autorijden. De mannen waren aan het front en iemand moest in de rij staan voor benzine.

In het veel vrijere Tripoli was er op 2 september de één miljoen vrouwen mars. „Veel vrouwen durfden niet op straat te komen wegens het schieten. Op Facebook is toen het idee gegroeid om allemaal samen naar buiten te komen. Ik denk dat we niet ver van het miljoen waren.”

„Het zijn babystapjes”, geeft Murabit toe. „Maar we weten dat als we te snel te ver gaan dat de deur dichtslaat. De Libische vrouwen zijn nog niet sterk genoeg.”

„Het blijft een mannenland”, zegt ook Khalifa. „Alle mannen, inclusief mijn vader, vinden dat vrouwen eigenlijk in de keuken thuishoren. En met die wapens voelen ze zich natuurlijk heel stoer nu. Wij meisjes worden verondersteld om te blozen, onze ogen neer te slaan en zachtjes te spreken.”

Khalifa’s vader heeft al geleerd dat het verstandiger is om zijn mond te houden. De meeste Libische vrouwen zijn nog niet zo ver. Maar Khalifa gelooft stellig dat de kleine minderheid waartoe zij behoorde door de revolutie een stuk groter is geworden. „Ik vermoed dat het altijd een gevecht zal blijven. Maar wij vrouwen hebben zoveel gedaan tijdens deze revolutie. We laten ons niet zomaar meer wegzetten.”