Julius Malema, schrik der Afrikaners

Witte Zuid-Afrikanen debatteren weer dagelijks over hun plaats in de jonge democratie. Ieder gesprek over identiteit komt uiteindelijk op ANC-politicus Julius Malema. „De tijd van verzoening lijkt voorbij.”

Youth wing leader Julius Malema of the ruling African National Congress (ANC) takes part on October 27, 2011 in a demonstration to demand jobs and a greater share of South Africa's riches in Johannesburg on October 27, 2011. Protesters were bused in from around the country to support Malema, who accuses his party's government of not doing enough to create jobs in a country with 25.7 percent unemployment. AFP PHOTO / ALEXANDER JOE AFP

Op de ochtend van donderdag 14 juli heeft professor Anton van Niekerk, hoofd van de afdeling filosofie van de Universiteit van Stellenbosch, een afspraak met de hem onbekende zakenman, boer en activist Abel Malan uit Nelspruit, 1.800 kilometer verderop. Malan wil met Van Niekerk in discussie over een artikel dat onder de kop ‘Wittes hét baie skuld’ was verschenen in het dagblad Beeld. Witte Zuid-Afrikanen moeten het belaste verleden van hun land niet blijven goedpraten, had Van Niekerk geschreven.

Van Niekerk haalt zijn gast op bij de ingang van het Letterengebouw en begeleidt hem naar zijn kantoor op de zesde verdieping. Vanuit de kamer kijkt de professor uit op een rij nette huizen aan de rand van het aangeharkte universiteitsstadje. Daarachter, op een kale heuvel, een township met een wirwar van huisjes en krotten voor de zwarte bevolking. Als ergens de erfenis van de apartheid nog alomtegenwoordig is, dan hier in Stellenbosch. Al gauw wordt het gesprek ongemakkelijk. De twee komen uit verschillende werelden. De gast, veteraan van het apartheidsleger, verliest zijn geduld en staat op. Met de souplesse van een rugbyer trekt hij het immense houten bureau omver. De professor ligt eronder. Van Niekerk raakt gewond aan zijn hoofd.

„Ongelooflijk”, zegt hij nu. „In de dertig jaar dat ik aan de universiteit werk heb ik nooit zoiets meegemaakt.” Hij heeft tegen Malan een zaak aangespannen, die dient op 6 december in Stellenbosch.

Malan, die actief is in de separatistische ‘Volksraad Verkiesings Kommissie’, heeft een wat andere kijk op de affaire. De professor is „een verraaier”, zegt hij. „Geen mens heeft het recht te beweren dat witten voor de problemen van dit land verantwoordelijk zijn. Hij zegt in feite: je mag als witte in Zuid-Afrika blij zijn dat je nog leeft. Weet je wat we in de Tweede Vrijheidsoorlog deden met Afrikaners die zich tegen hun eigen mensen keerden? Die schoten we dood.”

Zeventien jaar na het eind van het witte minderheidsregime in Zuid-Afrika discussiëren witte Zuid-Afrikanen, in het bijzonder de circa drie miljoen Afrikaners die afstammen van Hollandse, Franse en Duitse kolonisten, onderling elke dag over hun plaats in de nieuwe democratie. Intellectuelen botsen met landbouwers, liberaal Kaapstad botst met conservatief Pretoria. Horen blanken wel in Zuid-Afrika thuis? Moeten de Afrikaners (of ‘Boeren’) niet een eigen staat krijgen? Moeten ze luidkeels van zich laten horen of zich juist stilletjes neerleggen bij de nieuwe verdeling?

De rekkelijken, zoals Van Niekerk, vinden dat Afrikaners zich bescheiden moeten opstellen, verantwoordelijkheid moeten nemen voor de apartheid en de daardoor misvormde samenleving. Zij wijzen erop dat de werkloosheid onder de veelal hoogopgeleide blanke Zuid-Afrikanen rond 5 procent ligt, een West-Europees niveau. En dat ten minste eenderde van de zwarte Zuid-Afrikanen zonder werk zit. Criminaliteit is een ergernis en een gevaar, maar witte Zuid-Afrikanen moeten beseffen dat zwarten vaker slachtoffer zijn dan zij.

De preciezen hebben ‘het nieuwe Zuid-Afrika’, met toenemende corruptie, hoge misdaadcijfers en slechte publieke diensten afgeschreven. Zij betichten de ANC-regering van een geweldscampagne tegen de vijf miljoen blanken in het land. Vooral Afrikaners zijn bang voor de ondergang van hun taal en cultuur en strijden voor minderheidsrechten of een staat met zelfbeschikking voor ‘die Volk’, zoals de met Afrikaner folklore dwepende Abel Malan zegt. Zij zijn boos over armoede onder blanken door wetgeving die zwarten voorrang geven, en blijven verwijzen naar de vele honderden boeren die sinds het einde van de apartheid in 1994 zijn vermoord.

Anton van Niekerk reageerde in het artikel dat hem de klappen van Malan bezorgde ook op de Engelstalige filosofe Samantha Vice uit de Oost-Kaap. Zij publiceerde vorig jaar een beschouwing in het academische Journal of Social Philosophy dat pas onlangs door kranten werd opgepikt. „How Do I Live in This Strange Place?” luidde de kop. Haar devies: blanken moeten in het Zuid-Afrika van nu na alle ontsporingen in het verleden „bescheiden” en „stil” zijn.

Morele waakhonden

Om de vraag ‘wat is de moreel gepaste reactie op iemands bevoorrechte situatie?’ te beantwoorden, meandert Vice via een reeks black consciousnessdenkers, die wezen op het dominante witte wereldbeeld, naar de vraag wat het betekent om wit te zijn in Zuid-Afrika na 350 jaar kolonialisme en apartheid. „Hoe bezorgd we ook mogen zijn over de staat van het land, het kan niet onze rol zijn om als morele waakhonden op te treden richting diegenen die nu aan de macht zijn”, schreef ze onlangs in het weekblad Mail&Guardian.

Van Niekerk deelt de suggestie van Samantha Vice tot meer nederigheid. „Ja, we moeten meer bescheiden zijn en de geschiedenis onderkennen”, zegt hij in zijn inmiddels strengbewaakte werkkamer in Stellenbosch. „De arrogantie van sommige mensen dat het boek van de apartheid inmiddels is afgesloten, is totaal ongepast.” Als voorbeeld noemt hij de onderwijsachterstand die de meerderheid van de zwarten heeft door de apartheid. „Daarover hoef je niet de hele dag in zak en as te zitten, maar je moet er wel verantwoordelijkheid voor nemen.” Vice gaat nog verder. Het is in Zuid-Afrika „gepast voor witten om schaamte te voelen over hun witte identiteit”, schreef ze.

Daar heeft zanger Steve Hofmeyr weinig last van. Hij is de „ongekroonde koning van de Boeren”, zegt een presentator die hem begin oktober tussen stalletjes met boerewors en biltong aankondigt voor een literair interview op het Afrikaner kunstfestival Aardklop in Potchefstroom. Vorig jaar nog hield Hofmeyr een toespraak op de begrafenis van Eugene Terre’Blanche, de vermoorde leider van de extremistische Afrikaner Weerstandsbeweging.

Hofmeyr heeft een ‘what if’-boek geschreven: wat als niet de Engelsen maar de Boeren begin vorige eeuw de Tweede Vrijheidsoorlog (beter bekend als de Boerenoorlog) gewonnen hadden? Dan was Zuid-Afrika echt het ‘land van de Afrikaners’ geweest – met ook gevolgen voor nu, meent Hofmeyr. „Afrikaners horen in dit land”, zegt hij tegenover een schare trouwe fans op het festival. „Ik wil graag in Zuid-Afrika samenleven met de zwarten, maar niet ten koste van mezelf.” De fans applaudisseren instemmend.

Soepel legt Hofmeyr verbanden tussen de Afrikaner geschiedenis, de heroïek uit de Boerenoorlog en de ‘Grote Trek’ van de Boeren van Kaapstad richting binnenland, naar de „huidige moordstatistieken” en wat volgens hem de „uitroeiing” van boeren is. Hoewel volgens criminologen de aanvallen op de geïsoleerd wonende agrariërs niets meer of minder zijn dan fataal aflopende overvallen op huizen op het platteland, ziet de Amerikaanse organisatie Genocide Watch in navolging van mensen als Hofmeyr een patroon. De waakhond voor volkerenmoord verhoogde vorige maand het dreigingsniveau voor Zuid-Afrika naar fase zes van de acht stappen naar ‘genocide’. ‘Voorbereiding’ heet die fase.

De reden: Julius Malema. De voorzitter van de jeugdliga van het regerende ANC is volgens Genocide Watch het „bewijs van georganiseerd aanzetten tot geweld tegen witte mensen”. In Zuid-Afrika gaat geen dag voorbij of Malema is in het nieuws. Hij verpersoonlijkt de witte angst – en is in de woorden van Van Niekerk „de context” waarin de verhitte debatten onder witte Zuid-Afrikanen begrepen moeten worden. Iedere discussie over de positie van blanken in het huidige Zuid-Afrika komt uiteindelijk uit bij Malema.

„Een bizarre toestand”, zegt Van Niekerk. „De ene witte komt de andere in elkaar slaan om een krantenartikel, terwijl de woede eigenlijk om Malema draait.” Misschien, zegt hij, heeft hij vanuit zijn ivoren toren op de universiteit de gevoeligheden wel verkeerd ingeschat, toen hij zijn artikel schreef.

Malema en het ANC verloren onlangs een rechtszaak van de blanke belangenorganisatie AfriForum over een door Malema regelmatig aangeheven strijdlied met de frase ‘dood de boer’. Het ANC zegt dat de tekst symbolisch de wens van de zwarte massa vertolkt om zeventien jaar na de apartheid ook een eind te maken aan de apartheid in de door blanken gedomineerde Zuid-Afrikaanse economie.

De pragmatische afspraken van Nelson Mandela met blanke Zuid-Afrikanen begin jaren negentig over behoud van land en kapitaal zijn voor Malema niet in steen gebeiteld. Blanken zijn „criminelen”, zei hij eerder dit jaar, omdat ze land van de zwarte man hebben afgepakt. Dat land moet daarom zonder compensatie worden teruggepakt. En mijnbedrijven moeten genationaliseerd.

ANWB voor blanken

AfriForum, de organisatie die Malema voor de rechtbank sleepte, noemt zichzelf een burgerrechtenorganisatie. Het is een soort ANWB voor blanken, met een actieve lobby, maar ook financiële producten, armenzorg voor witten en een speciaal programma om geëmigreerde Zuid-Afrikanen ‘naar huis toe’ te krijgen.

De organisatie, door het ANC weggezet als rechts-extremistisch en racistisch, voert aan de lopende band rechtszaken om het Afrikaner smaldeel te beschermen tegen overheersing door de meerderheid: zaken tegen Malema, maar ook voor behoud van de naam van hoofdstad Pretoria en het gebruik van het Afrikaans als taal in het onderwijs.

AfriForum is er op Afrikaner toogdagen als in Potchefstroom altijd bij om leden te werven. „Dat soort festivals laat zien dat Afrikaners op zoek zijn naar hun plaats in dit land”, zegt voorzitter Kallie Kriel van AfriForum. „Ze willen onder elkaar zijn om hun eigen cultuur te beleven.”

‘Mugabe Go Home’, staat op een oude poster in Kriels kantoor in Pretoria. De angst zit diep dat Zuid-Afrika onder de invloed van een demagoog als Malema de kant opgaat van het onder dertig jaar Mugabe gedegenereerde Zimbabwe. „We vroegen Zimbabweanen wat er in hun land is misgegaan na de onafhankelijkheid in 1980”, zegt Kriel. „Zij zeiden dat struisvogelpolitiek niet gewerkt heeft. Je moet bij ontsporingen direct ingrijpen en desnoods naar de rechter om grondwettelijke rechten te verdedigen.” Malema symboliseert voor hem „de groeiende intolerantie tegenover minderheden”. „De tijd van Mandela’s verzoening lijkt voorbij”, zegt Kriel.

Malema’s campagne is „onverantwoordelijk populisme”, vindt ook Van Niekerk. Maar de vlek van de apartheid is zeventien jaar na de onderhandelde vrijheid nog niet uitgewist, haast hij zich. En veel witte Zuid-Afrikanen stappen daar te gemakkelijk overheen.

Dat is precies wat ook voormalig aartsbisschop Desmond Tutu onlangs zei in een lezing, waarin hij provocerend opriep tot een speciale belasting voor witte Zuid-Afrikanen. „Onze witte landgenoten moeten het overduidelijke aanvaarden: jullie hebben allemaal voordeel gehad van apartheid. Jullie kinderen konden naar goede scholen, jullie woonden in deftige buurten. Toch raken veel van mijn witte medelandgenoten ontsteld als je dit zegt”, zei Tutu.

AfriForum en een reeks andere blanke organisaties reageerden woest op het in hun ogen ‘racistische’ belastingplan. Over Tutu’s oproep tot erkenning van hun nog altijd bevoorrechte positie ging het niet. „Veel opinieleiders die in Afrikaner kranten schrijven”, zegt Van Niekerk, „maken zichzelf wijs dat apartheid lang zo slecht nog niet was en dat witte mensen en Afrikaners zichzelf omhoog gewerkt hebben. Terwijl het apartheidsregime in feite een stelsel van staatssocialisme was dat zich volledig richtte op de bevoorrechting van Afrikaners”.

Het kan tien jaar duren, zegt hij, voor een jonge generatie witte Zuid-Afrikanen kritische vragen gaat stellen over het verleden van haar ouders. „Net als in Duitsland twintig jaar na de oorlog.”

Maar wie, zoals Samantha Vice, vindt dat blanken stil en nederig moeten zijn, erkent impliciet dat zij geen plaats in Zuid-Afrika hebben, zegt Kriel. „Wij horen hier thuis. Ik ben een Afrikaan met een lichte huidskleur, geen Europeaan.”

De Afrikaner activist ergert zich aan luidruchtige extremisten als Abel Malan of „periferiedenkers” als Dan Roodt (die onlangs in deze krant Afrikaners „slachtoffer van nieuwe apartheid” noemde) omdat zij de „stereotypes” over Afrikaners uitvergroten. Van georganiseerd extreem-rechts dat de apartheid wil terugdraaien, is na de dood van Terre’Blanche weinig over. Kriel: „De meeste witte Zuid-Afrikanen voelen zich thuis in dit land en willen slechts wederzijds respect en erkenning voor hun cultuur. Ik begrijp dat na de apartheid cultuur en etniciteit als gevaarlijk worden gezien. Maar je kunt diversiteit niet ontkennen. Je moet haar zien te hanteren.”

    • Peter Vermaas