Insecten als lampenolie

Schaarste maakt vindingrijk. Dat is de boodschap van een tentoonstelling over energie in museum Boijmans.

Waar halen we de energie vandaan om onszelf, onze spullen, onze omgeving, onze wereld aan de gang te houden nu energie en materialen schaars worden? De vraag klinkt naar dreiging en rampspoed, maar er zijn intelligente, provocerende en vrolijke antwoorden mogelijk, blijkt op de tentoonstelling ‘Nieuwe energie in Design en Kunst’. Museum Boijmans brengt onderzoeksprojecten, gebruiksvoorwerpen en kunstwerken bij elkaar die nieuw licht werpen – soms letterlijk – op ons energieverbruik.

Eigenlijk ligt brandstof voor het oprapen, laat het Britse ontwerpduo Auger en Loizeau zien. Hun lampenkap-met-gaten lokt motten die, door dood te gaan, als biomassa de energie produceren om het lampje te laten branden. Ze maakten ook een klok met een strook vliegenpapier die langzaam langs een schraper rolt; de dode vliegen leveren na verwerking in een klein gesloten kastje de energie om een digitaal klokje te laten draaien.

Schaarste maakt vindingrijk, dat is de onverwacht vrolijke boodschap. Richard Gilbert wil met zijn Agency of Design de hoeveelheid energie terugbrengen die we in het fabriceren van producten stoppen. Hij neemt als voorbeeld een object dat we allemaal gebruiken: de bureaulamp. Die kost nu gemiddeld 142 megajoules om te produceren; Gilbert heeft er met simpele materialen als hout, beton en kurk drie gemaakt die 1, 10 en 20 megajoules hebben ‘gekost’, en die je – als de suppoost even niet kijkt – graag in handen neemt.

Jeroen Verhoeven van Demakersvan steekt fijn de draak met hét icoon van de duurzaamheid, het zonnepaneel: hij knipt 502 ‘vlinders’ van het glimmende blauwe spul en maakt er een prachtige kroonluchter van. Duurzame luxe? Luxe duurzaamheid?

Voedsel verzamelen, licht maken, warmte produceren, ons verplaatsen – we gebruiken er op grote schaal fossiele brandstoffen voor. Kunnen we meer doen met alternatieve energiebronnen, vragen sommige ontwerpers zich af. Natuurlijk wel, is het antwoord. De zon kan een machine aandrijven die met een 3D-printer krukken fabriceert, met als gevolg dat iedere kruk anders afhankelijk is van de wolken en het seizoen. Al in de jaren zeventig en tachtig ontwierp kunstenaar Gerrit van Brakel ‘machines’ die hij ‘zelfbewegers’ noemde, die door de wisseling tussen dag- en nachttemperatuur worden aangedreven. En de bijproducten van kernenergie lenen zich voor verrassende doeleinden: een kwekerij van tropische vissen verwarmen, een achtbaan laten draaien , luchtstromen veroorzaken waar windsurfers plezier van hebben of die de ‘Strandbeesten’ van pvc-buis van Theo Jansens laten bewegen. De uitwerking mag frivool zijn, de gedachte erachter is dat niet.

Veel van de bij elkaar gebrachte ontwerpen zijn al langer bekend, deze thematiek speelt immers al langer. De meerwaarde zit in de breedte van het verhaal dat de objecten samen vertellen. Die context wordt nog eens versterkt door de filmpjes en interviews die ter plekke te bekijken zijn en anders achteraf via de site van het museum.

Sommige thema’s, zoals het samengaan van kunst, ontwerp en biotechnologie, vragen wel om meer aandacht dan een enkel object als de prachtige Half Life Lamp van Joris Laarman. Deze mini-schemerlamp heeft een ‘kap’ van levend weefsel, dat dankzij de genen van vuurvliegjes licht geeft. Of beter gezegd, gaf: het weefsel is afgestorven en het object staat nu als een negentiende-eeuwse schat op sterk water in een glazen kolf.

Als alles gezegd en gedaan is, kunnen we ook nog energie uit de resten van onszelf halen. De ontwerpers Auger en Loizeau – die de dood kennelijk graag meer als een nieuw begin dan als een einde zien – vroegen aan een aantal vakgenoten hoe zij graag de energie zouden inzetten die vrijkomt uit het vergaan van hun lichaam.

Het echtpaar Dunne en Raby wil niet zonder elkaar verder en gebruikt die energie om een fraai vormgegeven euthanasiemachine aan te drijven: een mooi en handzaam tafelmodel. Een ander wil met zijn laatste krachten de afstandsbediening zo programmeren dat hij vanuit het hiernamaals de huiselijke ruzies over de programmakeuze in de war kan sturen: op willekeurige momenten stelt de tv zich af op een natuurdocumentaire en verschijnt er een statement in beeld: ‘It’s my turn now.’ En een derde, die de kok van het gezin was, zet zijn energie om in de geur van gebraden vlees die op gezette tijden zijn gezin aan zijn heerlijke maaltijden herinnert. De energie van de toekomst is soms die van het verleden.

Nieuwe Energie in Design en Kunst, t/m 26 febr. in Museum Boijmans, Rotterdam. Zie boijmans.nl