Ik zal nooit meer die tandjes in doen

Arjan Ederveen (55) is acteur, tv-maker en toneelschrijver. Hij werd bekend met Theo en Thea en had televisiehits als Kreatief met Kurk en 30 Minuten. Hij schrijft toneelstukken voor onder meer het Ro Theater. Op 3 november gaat zijn soloprogramma Ederveenzaamheid in première. tekst Herien Wensink foto Ringel Goslinga

One-man-show

„Ik heb nog nooit een one-man-show gedaan. Maar ik dacht: jongen, grijp je kans! Het was nu of nooit meer. Alles gaat zo snel nu ik ouder word. Op een gegeven moment kun je die kar niet meer trekken, dan wordt het te zwaar. Het scheelt dat ik weet dat ik vier keer per week speel, bij vijf of zes keer had ik het niet meer gedaan. Het werkt alleen maar als je het met plezier doet.

„Vroeger dacht ik bij een one-man-show: getverdemme. Ik voel me al vaak alleen, als ik dan ook nog alleen toneel ga spelen, sluit ik me helemaal op. Dat valt in de praktijk mee: ik heb technici om me heen en regisseur Rik Hoogendoorn. Maar op het toneel ben ik op mezelf aangewezen. Ik sta daar zonder decor of kostuums, met alleen maar Stuk, de hond. Dat is natuurlijk wel retespannend. Ik ben ook onzeker, en sta daar maar vaag wat te doen. Alleen ben je dan extra kwetsbaar.”

Typetje

„Mijn vader was goochelaar en mijn moeder revueartieste. Mijn oudste broer Wick ging naar de toneelschool. Maar ik werd alsmaar afgewezen. Ik was te jong, of te oud, te dik, of te dun. Op de Kleinkunstacademie werd ik wel aangenomen. Het eerste jaar ging niet goed, en ik mocht niet meedoen aan de eindvoorstelling. Ik was bang dat dat alweer het einde betekende, en toen heb ik voorgesteld de avond maar aan elkaar te praten, als een typetje. Dat mocht. Nou jongen, dat sloeg áán! Iedereen vond het leuk, en dat gaf me zelfvertrouwen. Daarna liep het. Ik was ontzettend blij dat ik eindelijk onder de pannen was.”

Theo

„Als ik Theo en Thea soms toevallig nog eens terugzie, denk ik: Oo, wat was ik lang, en dun, en jong. Wat een atoomspriet staat daar, met die grote ogen en die rare bril op. Theo was een nerderig soort alter ego van mezelf; een cartoon. Een konijn. Tosca Niterink en ik speelden een broer en zus die alles deden wat niet mocht. Dat was natuurlijk heel slim.

„Het sloeg zo aan omdat het zo eigen was. En het had iets heel brutaals. Ik kon enorm om Tos lachen, zij heeft een heel sprankelend woordgebruik, en schreef eerder poëzie dan teksten. En er was een goede chemie met regisseur Pieter Kramer. Maar het was ook vaak zwaar. We stonden onder gigantische druk om steeds weer iets te maken. Als ik nu terugkijk op wat we allemaal hebben gedaan, kan ik het me haast niet voorstellen. We werkten soms echt met de moed der wanhoop. Zo van: wat moeten we in godsnaam nu weer verzinnen?

„Theo en Thea hebben we vier jaar gedaan, toen nog drie seizoenen Kreatief met Kurk en toen was de koek op. Het was een soort huwelijk, we hadden een cyclus van zeven jaar doorlopen en dan moet je kiezen: doorgaan of uit elkaar gaan. Het werd het laatste. Ik heb wel nog af en toe contact met Tos, en ik sluit niet uit dat we ooit weer zullen samen werken, maar niet meer als Theo en Thea. We worden wel eens gevraagd voor een quizje, maar dat doen we ook nooit. We koesteren de herinnering, het was een mooie tijd. Maar ik zal nooit meer die tandjes indoen, nee.”

Alleen op de wereld

„Het programma heet Ederveenzaamheid. De naam was er het eerst, maar het thema eenzaamheid ligt dicht bij mij. Ik voel me vaak heel alleen op de wereld. Alsof mijn denken het centrum is van het universum, en alles bij mij naar binnen gaat, waar ik dan artistiek iets mee doe. Het is moeilijk uit te leggen, maar ik vind het geen onprettig gevoel.

„Ik probeer die gevoelens wel eens te delen door erover te praten, maar dan sluipen er meteen vaagheden in en onbegrip. Omdat je nooit weet wat een ander echt denkt of voelt, wat zijn woorden voor hem betekenen en hoe anders ik ze interpreteer. Van die ruis tussen mensen ben ik me erg bewust. Ik denk altijd dat ik beter kan communiceren met de hond, hoewel je dat natuurlijk niet echt kunt vergelijken.”

Therapie

„Van nature ben ik een nogal gesloten karakter. Mijn vriend roept wel eens: ik ben geen mind reader! Maar hij is heel verbaal en communicatief, een echt mensenmens. Dat ben ik helemaal niet. Toen we pas begonnen met de relatie had hij het daar moeilijk mee. En ik was steeds verbaasd dat er dingen voor hem niet duidelijk waren. Hoe moet ik dat weten, vroeg hij dan. En ik dacht: dat voelt hij toch? Dat moet hij toch zien?

„Mijn werk helpt me wel me beter te uiten. Het is therapie, in die zin dat ik onder de mensen kom en gedwongen word te communiceren. Dat het goed gaat en wordt gewaardeerd, heeft me zelfverzekerder gemaakt: ik ben veel minder verlegen dan vroeger. Maar uit mezelf zou ik nog altijd niet zo makkelijk contact zoeken met mensen. Ik zou snel een beetje van de wereld kunnen vervreemden. Dus het is maar goed dat ik acteur ben geworden en geen landbouwer.”

Probleemkind

„Ik ben zo blij dat ik geen achttien meer ben. Als je er op een gegeven moment achterkomt wat je wilt en waar je sterke kanten liggen, dan kom je er, daar ben ik van overtuigd. Maar als je het niet weet word je weggeblazen, ondergesneeuwd, ondergescheten. Ik kon op de lagere school niet goed meekomen, ik werd als een probleemkind gezien. Achteraf bleek dat te komen door kleurenblindheid en dyslexie. En in de puberteit kwam ook nog eens die homoseksualiteit om de hoek kijken, dat moet je ook maar zien op te lossen.”

Wroeten

„Het succes van Theo en Thea heb ik op tv nooit kunnen overstijgen. Er zijn een paar dingen mislukt. Mijn ecologische natuurprogramma Wroeten werd na één seizoen alweer geschrapt. Dat vond ik wel heel jammer, maar ja, er keken geen mensen naar. Intussen heb ik het met televisie wel een beetje gehad. Ik ben nog vaak met ideeën voor programma’s gekomen, maar het loopt stuk of het gaat niet door. De netmanager wil het niet, het is te commercieel, of niet commercieel genoeg. Dus ik ben met dat leuren gestopt. Ik steek mijn energie nu liever in projecten waarvan ik weet dat ze doorgaan. Maar ik doe nog wel eens mee aan programma’s als Wie van de drie en zo. Je moet wel op televisie zijn, anders denken de mensen meteen dat je dood bent.

Moeder

„Uiteindelijk verkies ik toneel boven tv. Ik heb mooie voorstellingen kunnen maken over pijnlijke dingen die zijn gebeurd. Tussen 1994 en 2002 stierven achtereenvolgens mijn twee broers en mijn vader. In de voorstelling Tocht, die ik met Jack Wouterse maakte, speel ik mijn moeder. Die voorstelling gaat over ouderdom, over een oudere vrouw die alleen achter is gebleven met een kind, een kleinkind in dit geval. Daarin kon ik verwerken hoe mijn moeder met dat verdriet is omgegaan.

„In Ederveenzaamheid bel ik haar op en sta ik op toneel een beetje met haar te beppen. Dat is in het echt ook zo; ik bel haar elke dag. We hebben een goede band, maar een beetje zorgelijk. Zij is 86 en vallerig. En we zijn maar met zijn tweetjes; van ons gezin zijn alleen wij nog over.

Alzheimer-revue

„In mijn voorstelling De Alzheimer-revue kon ik de ziekte van mijn vader verwerken. Dat heeft me wel geholpen om om te gaan met het verdriet. Het is dankbare stof, dood en liefde. Huilen en humor, dat is waar het om gaat. Ik vind het mooi als die een beetje door elkaar lopen. Dat het publiek denkt: hè, is dit nu grappig? Of is het eigenlijk heel wrang?

„Over mijn broers heb ik nog niets kunnen maken. Het lukt me niet. Zij waren allebei pas veertig toen ze stierven. Mijn oudste broer Wick in 1994 aan aids, en Dick vier jaar later aan een of andere zeldzame bloedziekte. Bij Wick wisten we wat er ging gebeuren, daar konden we naar toe werken. Maar bij Dick kwam het zo onverwachts. Hij werd gewoon ziek, een griepje. En drie weken later was hij dood. Net een nieuw huis, jonge kinderen...

„Ik merk dat als ik het onderwerp aanraak, als ik er maar even aan denk, de emotie te sterk wordt. Ik kan niet beschrijven wat er gebeurde, hoe pijnlijk het was. Dat gaat gewoon niet. Ik denk vaak: misschien dat ik er later wel iets over schrijf. Maar ik weet niet of dat er ooit van zal komen.”