'Ik wil nog de hele wereld rond fietsen'

Carina Benninga was aanvoerder van het nationaal hockey-elftal, deed tweemaal mee aan de Olympische Spelen en is nu directeur en loopbaancoach bij Van Ede en partners. ,,Ik wil mensen graag een stapje verder brengen.”

Amsterdam 11-10 2011 Carina Benninga Foto NRC H'Blad Maurice Boyer

Coaching

„Ik ben coach geworden, denk ik, omdat ik zelf heel veel ben gecoacht. In de sport, maar ook door mijn moeder. Door de juiste begeleiding is er enorm veel uit mij gehaald. Dat wilde ik ook doen bij anderen. Het inspireert me nog elke dag dat ik als loopbaanbegeleider en coach mensen een stapje verder kan brengen, zowel mentaal als in hun werk. Maar ik heb ook de andere kant meegemaakt: een coach kan veel kapot maken door een verkeerde aanpak.”

Sport

„Sport was een soort compensatie voor mij. Mijn ouders zijn Joods en vroeg gescheiden. Mijn moeder heeft in Bergen-Belsen gezeten, dit bracht verdriet met zich mee. Sport was iets van mijzelf. Ik was altijd en overal aan het rennen. Ik wilde de beste zijn, om gezien te worden. Ik was bikkelhard voor mezelf. Gewoon trainen was niet goed genoeg. Tot mijn 40ste werkte ik honderd uur per week, met name doordat ik in mijn hoofd veel met mijn werk bezig was. Nu is dat anders. Ik heb twee kinderen, ik eet met ze en werk pas als ze slapen. Ik vind hard werken nog steeds heel fijn en kan nog wel eens doorschieten, maar ik ga niet meer over m’n grenzen heen.”

Passie

„Werken is mijn passie, ik zou niet weten wat ik anders zou moeten doen. Eigenlijk is het meer dan een passie: het is een bezieling om anderen te helpen. Vakantie vind ik lastig. Zonde van mijn tijd. Ik krijg energie van doen en werken. Persoonlijke ontwikkeling is ook een passie, omdat ik ervaar wat het me brengt. Daarvoor ga ik regelmatig in retraite en doe ik opleidingen, van mindfulness tot yoga en de leer van de Amerikaanse Byron Katie. Ik heb moeten leren dat het leven om meer draait dan winnen en verliezen.”

Stress

„Door de scholing in persoonlijke ontwikkeling is mijn stress met 99 procent afgenomen. Ik gebruik mijn energie nu voor andere dingen. Maar ik blijf een stresskipje met een sterke drive.”

Leermomenten

„Ik heb veel leermomenten gehad. Een belangrijk moment was het WK 1986 in Amstelveen. Ik zat niet lekker in mijn vel, had liefdesverdriet, wilde niet meedoen. Toch ben ik dagelijks gaan trainen. Vijf minuten voor het einde van de laatste wedstrijd vóór het WK brak ik een sleutelbeen. Toen wist ik: ik had moeten vertrouwen op mijn intuïtie.

Geld

„Geld is enerzijds wel, anderzijds niet belangrijk voor me. Hockeyen was geen betaalde sport, maar het heeft me heel veel opgeleverd: ik werd coach, werd gevraagd voor lezingen. Die balans tussen geld verdienen en doen wat je het fijnst vindt, heb ik altijd in de gaten gehouden. Ik ben wel eens geld kwijtgeraakt door verkeerde investeringen en merk dat ik dat toch niet echt belangrijk vind. Er zijn mensen die het zo veel slechter hebben. Ik ga voor innerlijke rijkdom.”

Een volgend leven

„In een volgend leven wil ik proftennisser worden. Omdat ik trainen heerlijk vind. En ik wil dan het tegenovergestelde van een teamsport doen. Al heb ik misschien wel alles gedaan in dit leven. Ik leef nu ‘maximaal’. Er blijft niet zoveel liggen voor een volgend leven. Al moet ik de komende vijftig jaar nog wel veel doen: een bijdrage leveren aan het leven van mijn kinderen, de communicatie in organisaties verbeteren, meer respect voor elkaar kweken en de wereld over fietsen.”

Friederike de Raat