Ik had 3 maanden om de monsters te ontwerpen

Filmmaker Matthijs van Heijningen, zoon van, debuteerde met The Thing. In Hollywood. „Ben je zeker van je zaak, dan overtuig je ze. Als je zelf twijfelt, wordt het lastig.”

Nederland, Amsterdam, 26-10-2011 Matthijs van Heijningen Jr. is a Dutch filmmaker, writer and producer PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Roger Cremers - 2011

De Nederlandse kijker kent Matthijs van Heijningen (45) misschien van de reclamespots waarin een dikke Noord-Koreaan zich verslaapt tijdens een parade voor de Grote Roerganger. Of van de haai die door krakend aquariumglas dreigt te breken. Ambitieuze minifilmpjes met figuranten en specialeffects.

Toch is het een hele stap naar een speelfilmdebuut van 45 miljoen euro: The Thing. Binnenkort gaat hij ook in Nederland in roulatie, deze ‘prequel’ (proloogfilm) van de gelijknamige scifi-horrorfilm van genremeester John Carpenter uit 1982. Daarin vinden wetenschappers op Antartica een bevroren alien die mensen absorbeert en hun vorm aanneemt.

Waarom Hollywood?

„Ik wist vijf jaar geleden wat ik kon en vertrok op de bonnefooi. Ik had een showreel van eerder werk, die leverde me een goede agent op. Via hem krijg je scripts. Twee of drie jaar oud meestal, de goede zijn er allang door de Scorseses tussenuit gehaald.”

U kwam eerst uit op een zombiefilm.

„Army of the Dead, waarin Las Vegas is overspoeld door zombies. Een idee van regisseur Zack Snyder. Hij vond mijn pitch goed, Warner Bros ook. Ik kreeg zes maanden een kantoortje om de film voor te bereiden. Dat was begin 2008. De film was begroot op vijftig miljoen dollar en kostte tachtig miljoen. Er was veel actie gepland op The Strip in Vegas; een helikopter die in dat kunstmeer voor het Bellagio neerstort. Maar toen kwam de crisis en flikkerde de zaak in elkaar. Je krijgt een telefoontje: helaas, het gaat niet door, kun je over een half uur je kantoor ontruimen? De meubels worden meteen weggesleept.”

Bestaat de kans dat Army of the Dead nog wordt gemaakt?

„Las Vegas wilde absoluut niet meewerken. We mochten niet filmen op The Strip en de hotels niet in beeld brengen. Begrijpelijk: er zijn verkrachtingen, zombies die tussen de roulettetafels waggelen. Het is ook een satirisch pamflet tegen hebzucht, kapitalisme en alles waar Vegas voor staat.”

Een jaar werk voor niets?

Ik dacht: dit kan niet waar zijn. Je eerste pitch en meteen een film van 80 miljoen? Ik wilde Gary Oldman in de hoofdrol, maar moest van de studio bij Tom Cruise op audiëntie. Showt Katie Holmes me haar baby. Cruise heel vriendelijk, maar ik wist dat hij de rol niet zou nemen omdat zijn hoofd ontploft op bladzijde 90.

„Maar als het opeens niet doorgaat, moet je dan weer al die slechte scripts lezen? Ik reed veel alleen in Los Angeles rond. Mijn vrouw zei: niet depressief worden, bedenk zelf iets. Zo kwam ik op The Thing, een van mijn favorieten. Kon ik daar geen vervolg op maken, een sequel? Anderen bleken bezig met een ‘prequel’. In de film uit 1982 ontdekken ze dat een Noorse poolbasis is afgebrand. Hoe is dat zo gekomen?”

„Wat zo goed aan de oude Thing is: het monster is niet exterieur zoals in Jaws. De deur barricaderen helpt niet, hij heeft de vorm van je beste vriend. Twee mannen bij de pisbak is een enge scène: je buurman kan opeens binnenstebuiten keren en je met tentakels doorboren. The Thing ademde een uitzichtloos, rauw soort nihilisme dat bij de jaren tachtig van Reagan en Thatcher past.”

Kijkt zo’n studio je op de vingers?

„We kregen het groene licht van Universal in november 2009 en hadden drie maanden om monsters te ontwerpen, het script bij te werken, de crew te zoeken, locaties te scouten en te casten. We draaiden in Canada, dat is best koud en ver. Na de eerste week kwamen ze niet meer en bekeken ze alleen de ‘dailies’ die we ze stuurden.

„Het verschilt per studio. Bij 20th Century Fox staat een leger functionarissen achter de monitor. Soms nemen acteurs ook een eigen schrijver mee en verlaten ze pas hun trailer als je die pagina’s draait. Heel fijn.”

De studio bemoeit zich zeker wel met de montage?

„Na de eerste versie krijg je dat cliché. Zo’n chic zaaltje vol mannen in pak. Iedereen let op de grote baas, niemand trekt zijn bek open voor hij dat doet. Zelf zie je de film dan ook voor het eerst. Het is net als koken: je gooit van alles door elkaar en verwacht een bepaalde smaak, maar dat kan anders uitpakken. Je krijgt allerlei suggesties, daar vecht je over. Net als met klanten van een commercial.”

Maar dat zijn amateurs en dit zijn filmprofessionals.

„Zoveel verschilt het niet, het is vaak de clichématige logica van marketingmensen. Ze wilden dat bange mensen iets zeiden als: ‘Oh my God, this is horrible!’ Ben je zeker van je zaak, dan overtuig je ze. Als je zelf twijfelt, wordt het lastig.”

Drie weken na de première van The Thing is het volgens Van Heijningen ‘kantje boord’ of de film zijn geld terugverdient. De Amerikaanse kritieken zijn slecht tot redelijk, bezoekers geven The Thing op internet een kleine zeven. Ongeveer wat de film verdient, denkt Van Heijningen, die „best tevreden” is.

Vanwaar de harde kritiek? Van Heijningen wijst op de weerzin tegen remakes, prequels en sequels onder critici en de schaduw van het origineel. Hoewel The Thing, die nu als horrorklassieker geldt, in 1982 dezelfde kritiek kreeg als zijn ‘prequel’. Een criticus sprak toen van een ‘kotszakfilm’ die karakterontwikkeling ondergeschikt maakte aan actie en vieze ‘lichaamshorror’.

Waarom kwam je terug?

„Mijn kinderen zijn tien en twaalf jaar en werden Amerikaans, dat is een beetje eng. In Los Angeles woont iedereen op zijn eiland. Ouders zijn bang, je doet alles met de auto. Belt je zoon: kun je me oppikken bij de 7/11? Je ziet hem straks al de hele dag in die winkelcentra rondhangen.”

Heb je je tanden gebleekt?

„Nee, ze vinden dat slordige Europese wel charmant. Gek genoeg ontdek je daar pas dat Europa echt bestaat: ik had vooral Europese vrienden. Daar blijkt dat een Fin of een Portugees jouw humor deelt. Donker ironisch, dat je een botte, beledigende grap maakt als je iemand aardig vindt. Amerikanen vinden dat exotisch, maar met mate.”

Verdwijn je daar niet uit zicht als je in Amsterdam woont?

„Voor acteurs is het belangrijker daar te zijn, hun kansen dienen zich heel plotseling aan. Bij regisseurs gaat het langzamer. Maar als ik een telefoontje krijg, zit ik er over drie dagen toch weer?”

Wil je kant-en-klare studiofilms maken?

„Ik heb goede gasten leren kennen, brooddraaiers. Wil je volgende week Pink Panther 2 met Steve Martin doen? Die draaien puur vakmatig en verdienen bakken met geld. Ik kan dat niet. Als ik er niets bij voel, ga ik zwemmen, word besluitloos. Ik heb dan geen maatstaf voor goed en slecht.”

Is je vader trots op je?

„Toen ik succes had in de reclame kon hij niet wachten op mijn eerste speelfilm. Na deze is het vast: nu een kwaliteitsfilm, American Beauty.”