Hendrikse en het bolwerk

Dominee Klaas Hendrikse zegt dat de Utrechtse theologische faculteit in de jaren ’70 en ’80 „een bolwerk van de Gereformeerde Bond” was. Dat beeld wil ik graag corrigeren. Onder de studenten was het aantal dat zich tot de Gereformeerde Bond rekende inderdaad aanzienlijk, maar onder de docenten waren het maar enkelen. Prof. H. Jonker die namens de Hervormde kerk praktische theologie doceerde, was lid van de G.B., zijn kerkelijke collega J.M. Hasselaar (dogmatiek) was daarentegen barthiaans georiënteerd. Wat heeft ds. Hendrikse gemerkt van de Bond in de colleges van C. van Leeuwen (O.T.), J.Reiling (N.T.), O.J. de Jong (Kerkgeschiedenis), V. Brümmer (godsdienstwijsbegeerte), R. Heeger (ethiek), H.M. de Lange (sociale ethiek) of J.D.J. Waardenburg (godsdienstgeschiedenis)? De G.B. heeft in Utrecht een bijzondere leerstoel ‘Gereformeerde Godgeleerdheid’ gesticht, toen bekleed door C. Graafland, maar dit vak was facultatief; als hoofdmedewerker doceerde hij de geschiedenis van het gereformeerd protestantisme, een klein onderdeel van de kerkgeschiedenis.

De positie van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk geeft nog steeds aanleiding tot debatten, maar legendevorming dient tot niets. De theologische biografie van ds. Hendrikse lijkt me interessant, maar wel graag zonder kreten.

Aart de Groot

Doorwerth