Grote aantallen mensen optrommelen vereist een groot netwerk én de juiste prikkels

De Arabische Lente heeft laten zien dat via het internet grote aantallen mensen in korte tijd op de been gebracht kunnen worden voor een bepaald doel. Maar een netwerk is niet voldoende, effectieve mobilisatie vereist ook prikkels om mee te doen. Om het mobiliserend vermogen van internet te testen schreef het Defense Advanced Research Projects Agency (DARPA), dat onderzoek doet voor het Amerikaanse ministerie van Defensie, een wedstrijd uit. Met elkaar wedijverende teams werd gevraagd tien rode weerballonnen op te sporen, die waren bevestigd op verschillende plaatsen verspreid over de Verenigde Staten. Het team van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) wist alle tien ballonnen binnen negen uur op te sporen en won de competitie. Het team van het Georgia Institute of Technology (GaTech) eindigde op de tweede plaats met negen ballonnen binnen negen uur. Het MIT-team analyseerde de strategieën waarmee zijzelf en andere deelnemende teams mensen optrommelden (Science, 28 oktober).

Het team van MIT wist in de 36 uur voorafgaand aan de zoekactie 4.400 mensen te mobiliseren. Het kreeg die medewerking door 40.000 dollar aan prijzengeld uit te loven, niet alleen voor de vinders van de ballonnen, maar ook voor degenen die de vinders in contact brachten met het team. Wie als eerste de correcte coördinaten van een ballon doorgaf, kreeg 2.000 dollar. Wie de vinder van een ballon had aangetrokken voor het team, kreeg 1..000 dollar, wie die persoon had aangetrokken 500 dollar, enzovoort. Dit systeem van afnemende prikkels beloont de contactman van ieder die een prijs wint met de helft van diens prijs. Het MIT-team ging ervan uit dat grootschalige mobilisatie alleen werkt als individuen zich beloond voelen, voor de taak zelf én voor het werven van andere deelnemers. Het GaTech-team, dat tweede werd, gebruikte altruïstische prikkels: alle opbrengsten zouden worden gedoneerd aan het Rode Kruis. Die aanpak leidde tot aanzienlijk minder tweets (1..400, een derde) dan de MIT-strategie.Dirk Vlasblom