Euro/Mauro en de invloed van de Nederlandse politiek

Waar gaat de Nederlandse politiek over: Mauro of de euro? Anders gezegd: waar kan Den Haag werkelijke nuttige invloed uitoefenen? De vraag dringt zich op nu de Tweede Kamer zich deze week vooral opwond over de voorgenomen uitzetting van een achttienjarige Limburger van Angolese herkomst en zich opmaakt volgende week te oordelen over het zoveelste reddingspakket van de Europese gedachte.

SGP-voorman Van der Staaij was het strengst over Mauro. Hij verdedigde de stelling dat de Kamer zich niet moet bezighouden met individuele gevallen. Daar zijn de minister en zo nodig de rechter voor. Dit is een theoretisch aantrekkelijk standpunt, maar de Kamer hoort ook de volkswil te vertalen en mag als medewetgever best kijken hoe de toepassing van wetten uitpakt.

Als de emoties in het land hoog oplaaien over de consequenties van het vreemdelingenbeleid of de kwaliteit van het openbaar vervoer, zou het niet goed zijn als het parlement rustig doorvergaderde over een wijziging van de Wet op de omzetbelasting. Het risico is wel dat de Kamer een soort themastudio van Hilversum wordt.

Eigenlijk zou zo’n aansprekende zaak als die van Mauro, die na acht jaar meer Nederlands dan Angolees is, moeten leiden tot weging van de geldende regels. Zo nodig kunnen die worden aangepast, maar een emotierijk debat, waarin de PVV flink kan hameren op het asielbeperkingsaambeeld, leent zich zelden voor analyse en conclusies.

In dit geval speelt ook het geweten op van de ‘dissidente’ CDA-fractieleden Kathleen Ferrier en Ad Koppejan, die zich sinds de formatie koest hebben gehouden. Op het CDA-congres vandaag moet vandaag blijken of een jaar samenwerking met de PVV heeft geleid tot meer onbehagen. Mauro zou een lucifer in een droge hooibaal kunnen zijn, maar het vooruitzicht van verkiezingen levert waarschijnlijk voldoende bluswater.

De politisering van het geval-Mauro kan ook voorkómen dat het vreemdelingenbeleid wordt gepolitiseerd. Medelijden met één mediagenieke jongen, en verder lippendienst aan de PVV-muziek in het gedoogakkoord. De oppositie staat voor barmhartigheid, maar maakt er geen campagnepunt van.

De voortslepende eurocrisis heeft voorlopig evenmin gezorgd voor politisering, in dit geval van het idee ‘Europa’. De PVV en de SP zijn tegen en Rutte en De Jager hebben deze zomer de sinds het referendum van 2005 heersende stilte doorbroken, door te pleiten voor een strenge Eurocommissaris voor begrotingsdiscipline. Zij trokken een technisch gezicht en ontkenden dat er sprake zou zijn van verdere overdracht van soevereiniteit. Zij weten wel beter natuurlijk.

Voorlopig vermijden alle Europese leiders als de pest een open debat over wat nodig in het Europese bestuur. Men houdt het bij een banken- en begrotingsverhaal, maar in alle deskundige reacties op het woensdag bereikte ‘akkoord’ wordt moeiteloos de vinger gelegd op de ontbrekende concrete afspraken over wat met een plakkerig woord governance heet – wie zorgt dat de afspraken worden nageleefd door landen-op-laag-water? Wie houdt de toegang tot de miljarden in het Europese steunfonds op een zeer nauwe kier?

Econoom Arnoud Boot verbond aan deze constatering in deze krant en via de NOS en Nieuwsuur een opruiend advies. Laat de Kamer het onderhandelingsresultaat volgende week afkeuren en het kabinet terugsturen naar Brussel om steviger te verankeren dat het IMF in laatste instantie keurmeester en redder wordt van de zoals Boot dat noemt Europese ‘mooi-weerafspraken’.

Dat een ervaren en deskundige econoom zoiets voorstelt, betekent dat hij geen vertrouwen meer heeft in het vermogen van de Unie om een effectief, eigen handhavingsregime op te tuigen. Zolang we nog midden in de crisis zitten, roept hij liever de autoriteit in van het IMF, dat wordt geleid door de vorige minister van Financiën van Frankrijk. Het hoofd van het Europabureau, Antonio Borges, is oud-vicepresident van de Portugese nationale bank. Overigens trekken daar de grote landen aan de touwtjes, met China als oploevende mogendheid. Aan wie geven we de ultieme macht over onze economieën? Alles liever dan Europa?

Het interessante van Boots suggestie is dat hij de Tweede Kamer tijdelijk een ongebruikelijk grote invloed binnen Europa toedicht. Meestal ziet men Nederlandse invloed wegglijden – als gevolg van de uitbreiding van het aantal lidstaten en van de wankelmoedige Nederlandse inzet in het hart van de Unie – maar nu zou de Nederlandse kredietwaardigheid dusdanig belangrijk zijn voor elk reddingsplan van de euro dat zich een uniek hefboommoment voordoet.

Zal een Kamermeerderheid deze kans grijpen? Waarschijnlijk niet. Voor de VVD en het CDA zou het betekenen dat zij Rutte terugsturen naar Brussel. Dit kan alleen als gevolg van een stilzwijgende afspraak om binnen te slepen wat Duitsland moest weggeven aan de Fransen. Het kan ook alleen als de PvdA bereid is het hard te spelen, al of niet met een vergelijkbaar stille instemming van Rutte. Die bereidheid neemt toe naarmate fractieleden in het land moeilijker kunnen uitleggen waarom zij dit Maurokabinet Europees in het zadel houden.

De Kamer kon tot gistermiddag vragen inleveren bij Financiën en zal maandag antwoord krijgen. Het ‘akkoord’ zit vol onduidelijkheden. ‘Hoe stevig is het steunfonds’ en ‘wie bewaakt de toegang’ zijn twee sleutelvragen. Door nu nee te zeggen, wordt de weg geopend naar IMF-toezicht. Dan wordt de soevereiniteit nog een continent verder gelegd dan bij ‘Europa’. Maar niemand weet wat ja-zeggen brengt.

marc chavannes

E-mail naar opklaringen@nrc.nl