Een straat vol hoop

De Nieuwe Binnenweg in Rotterdam is opgeknapt.De ongure cafés maken plaats voor bijzondere winkels.

Tot een jaar of tien geleden raadde geen enkele Rotterdammer de Nieuwe Binnenweg aan bij bezoek van buiten de stad. Hij kwam er zelf liever ook niet. Drugshandel en prostitutie zegevierden in een van de langste winkelstraten van Nederland. Sommige winkeliers voerden actie en veegden ’s ochtends zelf de zwervers uit hun portieken, anderen sloten hun deuren.

Hoe anders oogt de Nieuwe Binnenweg in Rotterdam-West nu. Het eerste stuk, tot de kruising met de Mathenesserlaan, werd een paar jaar geleden al aangepakt. Winkelend publiek stroomt toe. Je vindt er de lekkerste taarten en koeken van Rotterdam (Koekela), terrassen met een hoog gehalte Kunstacademiestudenten (Stalles, Rotown) en kledingwinkels die net even iets anders bieden dan de grote ketens (Movimento, Knetter, Sister Moon).

Het andere deel van de straat is nu aan de beurt. Onder de noemer ‘Revitalisering Nieuwe Binnenweg’ trekt de gemeente nieuwe ondernemers aan en verlangt dat bestaande eigenaren hun panden opknappen. Vanaf januari wordt de hele weg herbestraat. Dat kan mede dankzij ‘Europa’ die voor 17,5 miljoen euro investeert, inclusief 6 miljoen van Rotterdam. Doel: behoud de pas afgestudeerden en de tweeverdieners met jonge kinderen in de stad.

Het project lijkt zijn vruchten nu al af te werpen. In drie jaar tijd zijn er dertig winkels bij gekomen, gevels zijn opgeknapt, en in de buurt die tot voor kort bekend stond als probleemwijk, zijn meer studenten en hoogopgeleiden komen wonen. De straat leeft weer, dankzij een goede mix van verschillende ondernemers en een gevarieerd publiek. De ‘verblokkering’ is uitgebleven.

Hoe afwisselend het aanbod is, laat een wandeling over de Nieuwe Binnenweg zien. Laten we de reis beginnen bij de oude garde, de winkels die de oorlog en het verval hebben weerstaan.

Oudjes

Wandelend vanaf het eerste stuk van de straat dat wordt opgeknapt, vanaf de kruising met de Mathenesserlaan, komen we meteen een van de oudste winkels op de Binnenweg tegen: Metz Woninginrichting. Metz, gespecialiseerd in designmeubels, is tevens ‘hofleverancier’. Dat is een onderscheiding voor bedrijven van ten minste honderd jaar oud met een zeer goede reputatie in de regio. Verderop in de straat, op nummer 340, is nog zo’n meubelmastodont gevestigd: Damme Interieur. Gaan we iets terug, richting centrum, dan vinden we daar de allereerste supermarkt van Albert Heijn in Nederland (1955), Rembrandt Lijstenmakerij en delicatessenwinkel Vermeyden – de tweede hofleverancier van de straat. Op doordeweekse dagen komen hier tussen de middag advocaten en schilders een broodje halen, in het weekend ziet eigenaar Rob Sies vooral de midden en hoge inkomens die zichzelf willen verwennen. In februari wil Sies een lunchroom in de zaak maken. „Als je ziet hoe succesvol de Urban Espresso Bar is, even verderop, dan kunnen wij niet achterblijven. We moeten investeren in de toekomst.”

Nieuwe lichting

Dat Vermeyden en Metz zich al een eeuw lang weten te handhaven is uitzonderlijk en zeker op de Binnenweg; de straat kenmerkt zich door een hoge omloopsnelheid van winkels. Ook de huidige nieuwelingen, wier komst gestimuleerd is met subsidie, moeten zich nog zien te bewijzen. Eentje die vanaf de start meteen veel publiek trekt, is de Urban Espresso Bar op de hoek met de Claes de Vrieselaan. Het zit er dagelijks vol met „urban-publiek”, zoals eigenaar Jo McCambridge haar klanten omschrijft. „Er wonen veel kunstachtige mensen, architecten enzo in de buurt.” Die vind je ook bij nieuwe zaken als traiteur Chez Mo-i, The Hub-shop met duurzame producten, biologische supermarkt EkoPlaza, het IJslokaal en pastabar Filomena’s. Alhoewel de klantenkring breder is dan verwacht, zeggen de Italiaanse broers Marco en Elio Garone van Filomena’s. „Biseksueel, heteroseksueel, multicultureel, we krijgen alles qua klanten. Veel allochtonen zijn gewend buiten de deur te eten, meer dan Hollanders.”

De subsidie is een extra stimulans, maar de meeste nieuwe winkeliers hadden hun zinnen toch al op de Nieuwe Binnenweg gezet. Monica van Leeuwen van Chez Mo-i en de broers van Filomena’s omdat ze in de buurt wonen. Rina van der Stok van EkoPlaza omdat ze de buurt leuk vindt. „Het sprankelt.” Buurtbewoners staan open voor nieuwe ontwikkelingen, heeft ze gemerkt. De betrokkenheid is groot. Zo is omwonende Gerard Peet bezig met een boek over de straat en Mieke van der Linden heeft zichzelf als winkeldokter opgeworpen. „Ik kon de leegstand en belwinkels gewoon niet uitstaan. In opdracht van de gemeente adviseer ik ondernemers van de Binnenweg over hun zaak. De EkoPlaza is echt een plek voor bakfiets-moeders, maar die kunnen hun bakfiets er nu niet kwijt. Dat zeg ik dan.”

Of de straat zich ook na het aflopen van de subsidie-injectie kan bedruipen, moet de toekomst uitwijzen. „Een straat die dertig jaar achteruit gekacheld is, lap je niet in twee jaar op”, zegt Frank Belderbos. Hij is namens de gemeente projectleider van ‘Revitalisering Nieuwe Binnenweg’.

Verwacht dus geen glimmende stoepen en spiksplinternieuwe panden. Coffeeshops, ongure cafés en belwinkels zitten nog steeds op de Nieuwe Binnenweg. Maar die zijn inmiddels wel in de minderheid. Wat overheerst is een hoopvolle sfeer in een straat vol bedrijvigheid die barst van de bijzondere initiatieven en ondernemers.