Dromen van puree

Het is tijd voor comfortfood, met koolhydraten en vet, dat grijze luchten en regenvlagen goedmaakt.

Het is al zo gewoon geworden dat Engels de keukentaal is, dat niemand zich zelfs meer lijkt te herinneren dat Engelsen ooit doorgingen voor mensen die niet bepaald lekker aten. De Engelse keuken heeft nooit veel reputatie gehad en wie eens een bezoekje bracht aan het Verenigd Koninkrijk begreep precies waarom. Fluorescerend groene erwten zo groot als pingpongballetjes en even kauwbaar, een glibberig soort muntsaus bij je vlees en spierwitte kippen die nog net geen acné hadden.

Wel raar dat uitgerekend die mensen ons nu voortdurend vertellen hoe we moeten eten en koken. Want het vieze eten is daar heus niet voorbij, denk aan de strijd die Jamie Oliver voert tegen de vervaarlijk smerige en vette schoollunches.

Het zal de culinaire achterstand geweest zijn die koks en kookboekenschrijvers daar enorm inspireerde. Niet dat we hier geen achterstand hadden/hebben, maar wij hebben geen BBC om wereldberoemde koks te veroorzaken. We kunnen wel naar de BBC kijken, en dat, en wanhopige vertalers, zal wel de reden zijn dat voor allerlei dingen geen Nederlands woord (meer) is. Denk aan: soulfood, topping, chutney, smaakboost, sticky toffee pudding en ongetwijfeld vergeet ik er nog een hoop uit ouderwetsigheid en dwarsigheid want ik vind eigenlijk nog steeds dat koken in het Frans hoort, met veel larderen en barderen en reduceren, en met rouille en roux en béchamel en crème caramel enzo.

Een van die onvertaalbare begrippen is ‘comfortfood’. Het wordt wel vertaald als ‘troosteten’, wat niet helemaal onbegrijpelijk is, omdat comfort nu eenmaal ook troost betekent, maar comfort duidt ook op gemak, ontspanning, welbehagen. En troosteten is geen geweldige vondst, het is een lelijk woord en het klinkt bovendien te veel naar het weg-eten van pech of ongeluk. Zoals mensen (vrouwen) een troostaankoop doen, een paar dure schoenen om je over het niet doorgaan van een leuke afspraak heen te zetten. Dat kan met eten soms ook, chocola is er groot mee geworden, maar om daar nu een hele categorie op te baseren… Hoeveel en hoe vaak moet je getroost worden?

Huiselijk

Het klinkt een beetje te zielig. Terwijl, zoals ik het begrepen heb, comfortfood niet alleen werkt op de eter maar ook op de kok. Het kan immers ook heel comforting zijn om gehaktballetjes te draaien, of koekjes te bakken of auberginerolletjes te vullen. Gewoon lekker een beetje knutselen in de keuken. Regenachtige middag, maar binnen zijn we leuk bezig. Of een stoofgerecht in de oven hebben staan, dat is dunkt me ook erg comforting. En dan bedoel ik alweer niet troostrijk, maar meer gezellig, huiselijk, geruststellend, plezierig.

Het woord drong denk ik ons bewustzijn binnen, in ieder geval het mijne, via Nigella Lawson, die er in Nigella Bites (2001), een hoofdstuk aan wijdde. Zij legde toch nogal tamelijk de nadruk op de troostrijke werking van eten en dan meer in het bijzonder van ‘een kop van iets warms of een plak van iets zoets’ vooral wanneer je gestrest, moe, verdrietig of alleen zou zijn. Nu ja, het is waar, daar kan eten je soms ook overheen helpen. Maar ik zie het liever toch ietsje vrolijker, niet alleen als een middel tégen iets, maar ook als een positief, in zichzelf plezierig fenomeen.

Het is nu de tijd van het jaar voor comfortfood. Veel grijze luchten en regenvlagen die je kleddernat maken als je hebt moeten fietsen of willen wandelen en al weer vroege schemering. Dan verheugen kok en eter zich, ze willen neuriënd aan de slag in de keuken en dampende dingen uit de oven halen, pannen vol gloeiend en pittig rood en geel, zoete smelterige taarten met brosse korsten, slurpsoepen.

Zo althans stel ik me comfortfood voor en als ik het nieuwe boek van Janneke Vreugdenhil bekijk, dat Comfort Food heet, doet zij dat ook. Zij specificeert comfortfood als ‘eten dat je gelukkig maakt’ en dat is precies goed, een stuk minder weeïg dan al die troost.

Als het over gelukkigmakend eten gaat, gaat het, zo is me opgevallen, altijd meteen over aardappelpuree. Dat is zowel verwonderlijk (wie droomt er nu echt van aardappelpuree?) als niet zo moeilijk te verklaren. Want wat werkt enorm gelukkigmakend? Koolhydraten en vet, begeleid door een intense smaak. En als je aan die dingen denkt, waar denk je dan aan? Aan macaroni met kaassaus, aan boterige aardappelpuree, aan chocoladetaart. De top drie van comfortfood-gerechten. (Andere versnaperingen met deze kenmerken, zoals koekjes en chips laten we hier buiten beschouwing. Het gaat om echt eten nu. Om koken. Om iets veel hogers dan leverworst bij de borrel en bonbonbloc bij de thee.)

Maar laat ons eens even stilstaan bij die aardappelpuree. Iedereen maakt dat en moeilijk kun je het moeilijk noemen, maar om te zeggen dat iedereen een even geweldige puree maakt, nee.

Aardappelkookwater

De twee dingen die je echt nodig hebt voor, vooruit, troostrijke puree, zijn een pureeknijper en boter of room. Ja sorry. Wie getroost wil worden door aardappelkookwater heeft geen troost nodig, die heeft gewoon een onverwoestbaar goed humeur. Margarine mag ook niet. Boter is boter, Janneke V. schrijft het ook. Dus. Geen halvarine of Croma vloeibaar of Becel met actief cholesterol of wat dies meer zij.

De aardappelen voor puree zijn bij voorkeur van een licht kruimige soort. Ze moeten goed gaar gekookt (harde stukjes in de puree zijn dodelijk, anderzijds leveren pappige aardappelen waterige puree) en afgegoten. Bewaar gerust een kopje van het kookwater, helemaal onnuttig is het niet. Verwarm in de pan een beetje melk en/of room. Knijp de aardappelen fijn boven de hete melk cq room. Roer. Voeg royaal boter toe. Doe er voldoende zout bij. Maak de puree eventueel wat dunner met wat kookwater, zodanig dat er een smeuiige, boterige massa ontstaat. Als er saus bij komt kan de puree iets dikker zijn, als ie gegeten wordt bij worstjes (zoals Vreugdenhil voorstelt) mag ie ietsje dunner. Wie wil voegt wat kruiden toe, en dan denk ik eigenlijk voornamelijk aan peterselie – dat is heel lekker bij puree. En bij worteltjes, ook even in boter gestoofd. Mmm.

Eigenlijk is comfortfood het leukste food wat er is. In Comfort Food staan allemaal gerechten waar je zin in hebt, zowel om te maken als om te eten, van Italiaanse broodsoep tot Chinese hete garnalen en van kaneelbroodjes tot ‘clementine jelly’ (daar heb je weer zo’n Engels kookwoord: ‘jelly’. Lees: gelatinepudding.)

Je hoopt gewoon op rotweer waarvoor je hoognodig getroost moet worden. En anders maak je jezelf en anderen gelukkig om niet.

    • Marjoleine de Vos