Dag schat

Ivo Weyel luistert op Schiphol mee met een telefoongesprek.

„Even naar de wc”, zegt de man tegen zijn vrouw op het moment dat ik aanstalten maak hetzelfde te doen. We zitten bij de gate op Schiphol, op weg naar Rome. Hij loopt voor me uit, pakt z’n telefoon en vlak voordat ik de wc in ga hoor ik hem fluisteren: „Dag schat, ik sta bij de gate…” Als ik terugkom hangt hij net op: „Ik ook van jou”, en: „’t Is maar een week, voor je het weet sta ik weer bij je op de stoep.”

Hij heeft niet geplast.

Als we landen op Fiumicino, begint het gebruikelijke carillonspel van alle mobiele telefoons: piepjes, rinkelende bellen, refreinen van populaire songs (Amy Winehouse zingt: ‘I say no, no, no’), blaffende honden, tokkelende spechten, een uil. Het is krap anderhalf uur vliegen naar Rome, maar niemand kan een seconde langer wachten om weer in contact te komen met de buitenwereld. Wat kan er in godsnaam in anderhalf uur gebeuren? Natuurlijk, je hele familie kan zijn omgekomen bij een auto-ongeluk, je dochter kan uit Nicaragua hebben gebeld dat ze is ontvoerd door rebellen en of je maar een miljoen wil overmaken, of je huis kan in de hens zijn gevlogen, maar erg voor de hand liggend is dat allemaal niet. Er gaan uren, dagen, weken, maanden, soms zelfs jaren voorbij zonder dat er iets noemenswaardigs gebeurt in je leven. Om met P.G. Wodehouse te spreken: „They don’t know how little happens to most of us.”

Uit mijn ooghoeken zoek ik de man van de wc, en zijn nietsvermoedende vrouw die nog niet weet dat haar huwelijk verschoten is, verbleekt, zijn uiterste houdbaarheidsdatum heeft bereikt. Ik vind ze bij de bagageband, hij stoïcijns, zij met haar arm in de zijne gehaakt. Ze zegt wat met een glimlach. Hij antwoordt niet.

Ik vind ze weer, wachtend bij hetzelfde welkomstbordje waar ook ik op afsteven. Op het bordje staat mijn naam, en die van hun en de naam van het cruiseschip waarmee we (blijkbaar gezamenlijk) vanmiddag de haven van Rome zullen verlaten voor een zevendaagse cruise over de Middellandse Zee. Nu is zij aan de telefoon. „Ben je al bijna op school, liefje? Goed zo. Heeft omi lekkere broodjes klaargemaakt?”

Nog kinderen ook.

De man moet even plassen, zegt hij. Een laatste telefoontje neem ik aan. Een cruiseschip is namelijk het allerlaatste plekje op aarde waar geen bereik is. Ze kijkt verbaasd: „Maar je bent toch net geweest?”

Wordt vervolgd.