achter het stuur

‘Een Mercedes, ik vond het zó zielig’

Amsterdam, The Netherlands April 1, 2011 Photo shows shoe designer Jan Jansen Photo © Joost van Manen Joost van Manen

Jan Jansen (1941), schoenontwerper, rijdt in een Chrysler 300 C.

Wat was uw eerste auto?

„Een Ford Taunus. Ik kocht hem in 1962 voor 150 gulden. Hij was toen al zeker tien jaar oud. De eerste eigenaar had op de asbak een ring gesoldeerd en daarop past precies een koffieschoteltje, waarop hij zijn sigaar legde.”

In hoeveel keer afrijden heeft u uw rijbewijs gehaald?

„Ik heb een gratis proefles gehad en daarna voor 25 gulden drie lessen. Vervolgens ben ik afgereden en geslaagd. Ik reed al op m’n veertiende in de garage waar de auto van mijn vader gestald was. Vijf meter vooruit en vijf meter achteruit.”

In welke auto wilt u absoluut niet gezien worden?

„Een vierdeurs Mercedes-Benz. Bij elke schoenfabriek waar ik gewerkt heb was deze auto het hoogst haalbare doel van elke vertegenwoordiger. Ik vond het zó zielig.”

De beste chauffeurs: mannen of vrouwen?

„Het zou me niet verbazen als blijkt dat vrouwen minder ongelukken veroorzaken dan mannen. Mannen hebben over het algemeen meer bravoure en vrouwen denken misschien net ietsje meer aan kinderen die eventueel zouden kunnen achterblijven.”

Wat is het gekste wat u ooit in of met een auto hebt gedaan?

„Dat was in militaire dienst. Als ik met een Volkswagenbus ’s ochtends vroeg post ophaalde op het station van Den Bosch reed ik altijd een extra rondje om de rotonde, met gillende banden en soms op drie wielen. Totdat de omwonenden de kazerne belden met de vraag of die idioot het eens wat kalmer aan wilde doen. Het stomste wat ik ooit gedaan heb, is na zeker 25 jaar zonder alcohol op rijden toch een keer met drank op gereden. Meteen gepakt.”

Als u een auto koopt, in hoeverre beslist uw partner dan mee?

„Over het merk of de cilinderinhoud niet. Mijn vrouw heeft niets met auto’s. maar ze beslist wel mee over de kleur.”

Wat is uw grootste ergernis achter het stuur?

„Ik erger me niet zo gauw. Hooguit als een bravourerijder met gillende banden wegscheurt denk ik wel eens: ach gut, ik hoop dat hij geen weeskinderen maakt.”

Als ik minister van Verkeer was dan zou ik…

„…op de knelpunten autowegen hoog boven de grond aanleggen.”