Zwakke banken betalen de hoofdprijs

Bankiers zijn „uitgenodigd” om „vrijwillig” mee te betalen aan de Griekse oplossing. Maar lost het vage en broze Europese akkoord de problemen ook echt op?

Banken zijn te zwak maar moeten toch meer meebetalen aan de oplossing van de Griekse problemen. Dat is kort gezegd de belangrijkste, ietwat paradoxale boodschap uit Brussel voor het Europese bankwezen. Maar die komt niet onverwacht. Tweeslachtigheid in Europa is de laatste paar jaar eerder de norm dan de uitzondering. De politieke agenda vertroebelt de probleemanalyse van de schuldencrisis stelselmatig. Wie de problemen kleiner inschat, hoeft immers ook minder op te lossen.

Om met de gezondheid van Europese banken te beginnen: die is niet goed. De erkenning daarvan door politici vergde wel wat aanlooptijd. Eerst waren er diverse stresstests, door regeringsleiders bedacht om het vertrouwen in banken te schragen maar tegenovergestelde conclusies opleverden. Er zou hooguit een paar miljard extra kapitaal nodig zijn voor Europese banken. Toen bestuursvoorzitter Christine Lagarde deze zomer een gat van 200 miljard identificeerde, werd de kersverse IMF-voorzitter weggehoond. Nu komt de nieuwe Europese banktoezichthouder uit op een tekort van 106 miljard euro.

Dat tekort ontstaat als alle beleggingen van banken in Europese staatsleningen tegen actuele koersen worden gewaardeerd en als we er van uitgaan dat banken tegen iedere 100 euro verplichtingen voortaan 9 euro vermogen moeten hebben.

Nederlandse banken zijn nu al sterk genoeg, maar de vraag is in hoeverre zij hebben vals gespeeld. De afgelopen maanden verkochten financiële instellingen razendsnel hun Griekse en Italiaanse staatsleningen, terwijl Franse banken hun Griekse en Italiaanse schuldpapier op verzoek van de autoriteiten op de balans hielden. Was dat nu wel zo solidair?

Boele Staal, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB), bestrijdt die lezing. „Er was helemaal niet afgesproken dat banken hun staatsleningen van mediterrane landen moesten vasthouden. Er was alleen afgesproken dat banken niet tegen die landen zouden speculeren, en dat is ook niet gebeurd. Bovendien hebben Nederlandse banken vanaf het begin al relatief weinig van die leningen in bezit gehad”.

De banken die volgens de jongste definities met tekorten kampen, moeten bij hun plaatselijke toezichthouders plannen inleveren hoe zij denken de gaten te dichten. Zij komen feitelijk onder curatele te staan, want in Brussel is ook bedacht hoe het moet gebeuren. Niet door simpelweg minder geld uit te lenen waardoor de broze economie nog meer schade wordt berokkend. Nee, banken zullen vooral hun schulden moeten omzetten in aandelen, minder winst moeten uitkeren aan aandeelhouders en de verstrekking van bonussen matigen. Tot eind juni 2012 hebben zij de tijd om aan de nieuwe kapitaalseisen te voldoen.

Partijen roepen daarom nu al de politieke leiders op om met plan B te komen. De G20, die volgende week in Cannes bijeenkomt, zou volgens deskundigen onder ogen moeten zien dat financiering van de wereldgroei niet meer van banken verwacht mag worden. Dat zullen de markten moeten doen.

Boele Staal is erg tevreden dat Nederlandse banken nu al solide genoeg zijn, althans dat concludeert de European Banking Authority. Maar de voorman van de banksector betreurt het dat Brussel veel aan „symptoombestrijding” doet terwijl de oorzaak – te zwakke overheidsfinanciën – in zijn ogen niet wordt aangepakt. Maar zitten Europese landen niet mede in de problemen door de crisis van 2008? Staal: „Die relatie wordt te makkelijk gelegd.”

Het is niet veel bedrijven gegeven om op internationaal politiek topniveau mee te onderhandelen, maar het bankwezen zat de afgelopen weken uitgebreid met alle hoofdrolspelers aan tafel. Charles Dallara van de internationale banklobby onderhandelde intensief met de autoriteiten over welke offers zij zouden kunnen brengen. Hij lijkt zijn werk goed te hebben gedaan. Uitkomst is dat de banken nu door de Europese regeringsleiders worden „uitgenodigd” om „vrijwillig” een plan te maken met de Griekse autoriteiten waarbij de helft van de schuld wordt kwijtgescholden.

De toon is hier ook voorzichtig omdat dwang leidt tot wanbetaling waarbij gevreesd wordt dat er allerlei juridische clausules uit leningcontracten in werking gaan treden. Dat zou in een chaotisch faillissement van Griekenland kunnen resulteren.

Maar wat zijn verzekeringen tegen wanbetaling nog waard als je op „vrijwillige” basis toch nog de helft van je inleg kan verliezen en de verzekeraar niet uitkeert? Direct gevolg van deze constructie is dat de handel in ruilcontracten waarmee beleggers die Griekse risico’s kunnen afdekken is doodgevallen (zie grafiek). De vrees bestaat dat beleggers hun vertrouwen in zulke derivaten verliezen en zich niet meer willen verzekeren tegen een bankroet van bijvoorbeeld Spanje of Italië. Het gevolg: een hoger risico en dus een hogere rente.

Van de 350 miljard euro Griekse schuld zit een groot deel al bij de Europese Centrale Bank. Zij wordt ontzien bij de haircut van 50 procent. Het betekent dat over circa 200 miljard Griekse staatsleningen een kwijtschelding van 100 miljard euro in aantocht is. De totale Griekse schulden worden dus geenszins gehalveerd. Bovendien krijgen banken 30 miljard euro steun om „vrijwillig” aan dit project mee te doen. Het is nog onduidelijk wat dit allemaal precies betekent.

Gemikt wordt op een schuld van maximaal 120 procent van het bbp in 2020. Een doelstelling die volgens vele economen al per definitie onhoudbaar is. Een staatschuld is pas beheersbaar tot 90 procent van het nationaal inkomen.

NVB-voorman Boele Staal houdt zich op het punt van de kwijtschelding verder afzijdig. De onderhandelingen daarover zijn „aan de banken zelf”. De gevolgen van het nieuwe reddingsplan voor de markt van kredietderivaten kan hij „niet overzien”. En of de 106 miljard euro kapitaalversterking voldoende is voor het Europese bankwezen? „Dat mag ik aannemen.”

Het is duidelijk dat er de komende maanden intensief zal worden onderhandeld over de bijdrage van banken en dat ook nu weer onzeker is of de Griekse schuld wel houdbaar wordt. En dat is en blijft toch het eerste probleem in Europa.