Wouterse in briljant verslag van verslaving

Slaaf. Regie: Alize Zandwijk. Tekst: Oscar van Woensel. Spel: Jack Wouterse. Gezien: 27/10 in Ro Theater, Rotterdam. Aldaar t/m 26/05. Inl.: rotheater.nl/slaaf ***

Je moet het durven: in je eentje op het toneel gaan staan en een voorstelling spelen die is geënt op je eigen gevecht met verslavingen – aan eten met name, maar ook aan andere. Jack Wouterse durft het en het resultaat is veel meer dan de exercitie in masochistisch autobio-toneel waarvoor je in zo’n geval zou kunnen vrezen.

Wouterse en zijn tekstschrijver Oscar van Woensel – zelf vier jaar geleden óók afgekickt van een verslaving aan drugs – tillen het onderwerp vrijwel vanaf de eerste minuut op een hoger plan. Man komt binnen, kondigt de portretten van zijn ouders aan de muur aan dat hij zich van het leven gaat beroven, zet zich achter een tafeltje en steekt van wal.

De monoloog gaat over veel meer dan verslaving. Wouterse zet een manisch personage neer dat diep ongelukkig is. Tegen alles en iedereen valt hij uit, hij ontbeert de controle over zijn gevoelens en barst af en toe los in schuttingtaal als leed hij aan het syndroom van Gilles de la Tourette. De tekst van Oscar van Woensel is van een grote poëtische zeggingskracht en Wouterse brengt hem zo goed, dat je bang voor hem zou worden. Eten, zo begrijpen we, is het opvullen van psychische leegte.

Niet alles is even mooi aan deze voorstelling. Misschien omdat Wouterse en Van Woensel zo hoog inzetten, lukt het in de loop van 80 minuten niet om naar een ontknoping of een dramatisch hoogtepunt toe te werken, terwijl dat wel de bedoeling lijkt te zijn geweest.

Dat Wouterse zich halverwege uitkleedt, en we aldus ruim zicht op zijn door de eetverslaving uitgedijde lichaam krijgen, helpt niet echt. Dat schokt de toeschouwer niet echt meer die in de veertig minuten daarvoor door de briljante toneeltekst van Van Woensel immers geleerd heeft het probleem van het personage niet als een fysiek probleem te zien, maar als een psychisch probleem.

De voorstelling die zo prachtig was begonnen, loopt aldus een beetje weg. Sommige dingen blijven onduidelijk – waarom het personage eerst geketend is en later niet bijvoorbeeld. Of waarom het geheel is vormgegeven als een biecht aan zijn ouders, terwijl we over de relatie tot die ouders verder weinig vernemen.

Dat alles neemt niet weg dat Slaaf een gedurfde en in zijn autobiografische pretentie bijzondere voorstelling is, waarvoor je veel bewondering kunt hebben.