Welkom bij de Dayton Dutch Lions

De Amerikaanse voetbalclub Dayton Dutch Lions hield woensdag in Nieuwerkerk aan den IJssel een testdag voor Nederlandse spelers. „Ik wil overal wel prof worden.”

Achttien miljoen voetballers zijn er in de Verenigde Staten, maar een paar extra spelers uit Nederland zijn van harte welkom. De Amerikaanse profvoetbalclub Dayton Dutch Lions, tweeënhalf jaar geleden opgericht door de Nederlandse oud-profs Erik Tammer en Mike Mossel, organiseerde woensdag een testdag in Nieuwerkerk aan den IJssel voor voetballers die hopen op een avontuur overzee.

In de voetbalkantine van vv Nieuwerkerk verzamelden zich 59 spelers met hun zwarte, rode en blauwe voetbaltassen. Honderden van deze kantines staan er in Nederland, met de verzamelde trofeeën op een richel boven de houten bar en teamfoto’s van lachende jeugdspelers aan de muur. Maar de voetballers van vandaag, de meesten zo rond de twintig jaar, willen meer. En in de polder van Nieuwerkerk kunnen ze een ticket naar het Amerikaanse Midwesten verdienen. Waar je voor de derby tegen Pittsburgh vierenhalf uur moet rijden.

De achttienjarige keeper Matthew Lentink is een van de testspelers. Acht seizoenen lang voetbalde hij bij RBC Roosendaal, totdat de eerstedivisieclub in juni dit jaar failliet ging. Lentink vond onderdak bij een amateurvereniging, maar heeft de hoop op een profclub niet opgegeven. De try-outs van de Dutch Lions, strenge selectiedagen die in veel Amerikaanse sporten heel gewoon zijn, betekenen voor hem een extra kans zijn droom waar te maken. Dat hij daarvoor naar de VS zou moeten verhuizen, ziet hij als een avontuur. „Eigenlijk wil ik overal wel profvoetballer worden.”

Erik Tammer – oud-speler van onder meer Excelsior, Heerenveen en Sparta – staat langs de lijn van het kunstgrasveld in Nieuwerkerk. Samen met Mike Mossel, die vooral in de Verenigde Staten als prof speelde, richtte Tammer tweeënhalf jaar geleden een voetbalclub in Dayton op, een provinciestad in de staat Ohio. Dutch Lions, noemden ze hun club, en ze propageren de Hollandse voetbalschool: „Opbouwen van achteruit, de spits aanspelen, bijsluiten, een voorzet, doelpunt”, vat Tammer snel samen. Amerikanen voetballen heel anders, zegt hij. „Een lange bal en dan heel hard rennen.”

Uiteindelijk willen Mossel en Tammer bij de Dutch Lions Amerikaanse jeugdspelers opleiden en ze eventueel verkopen aan clubs in de Europese profcompetities. „Geen land ter wereld heeft zoveel voetballers als de VS, achttien miljoen”, vertelt Mike Mossel aan het begin van de dag in een presentatie. „Tegelijkertijd is Noord-Amerika het laatste continent waar niet wordt gescout.” Niet ontdekt talent is er daarom volop in de VS, weten Mossel en Tammer.

Een voetbalopleiding is er alleen nog niet. „Voetballers in de VS zijn fysiek ijzersterk en hebben een geweldige instelling”, vertelt Mossel aan het begin van de dag aan de Nederlandse testspelers in de kantine van Nieuwerkerk. „Maar op technisch en tactisch gebied lopen ze gigantisch achter.” Talentvolle jeugdspelers komen in de VS pas op hun veertiende bij een profclub terecht, terwijl volgens Mossel en Tammer de basis voor een voetbalcarrière in de leeftijd van zeven tot twaalf jaar gelegd moet worden.

Om jonge spelers naar de jeugdteams van hun nieuwe club te krijgen, besloten Tammer en Mossel zich te profileren met hun Nederlandse voetbalachtergrond. „De Hollandse school staat overal goed bekend, ook in de VS”, weet Tammer. De ploegen spelen in oranje shirts, er werken nu zo’n tien jeugdtrainers uit Nederland. Ook kwam er een profteam. „Het uithangbord”, zegt Tammer.

In het eerste jaar haalden de twee ervaren eredivisievoetballers als doelman Oscar Moens en aanvaller Geert den Ouden naar Ohio. De Dayton Dutch Lions spelen nu op het op één na hoogste Amerikaanse profniveau, de USL Pro. „Het niveau is daar vergelijkbaar met de onderkant van de eerste divisie”, stelt Tammer. Vorig seizoen trok de ploeg gemiddeld 900 toeschouwers per wedstrijd.

Ook werd vorig jaar een tweede vestiging van de Dutch Lions in Houston opgericht. Het eerste team van de dependance in Texas speelt vanaf dit seizoen in de derde Amerikaanse competitie. Plannen voor meer vestigingen zijn er ook al, onder meer in Florida en Californië.

Terwijl Tammer af en toe over de reclameborden langs de lijn heen buigt om een actie van een van de testspelers goed te bekijken, vertelt hij dat technisch goede en tactisch geschoolde voetballers uit Nederland een meerwaarde zijn voor zijn profteam. „De nieuwe Messi zal hier niet tussen lopen. Dit zijn vooral jongens die pech hebben gehad met blessures, of in de jeugd bij profclubs hebben gespeeld en nu alsnog de stap willen maken.” 

Na de try-outs van vorig jaar kregen vijf Nederlandse testspelers een contract voor drie seizoenen, die in de Verenigde Staten slechts een half jaar duren. De voetballers van de Dutch Lions zijn in dat halve jaar fullprof, maar zeker geen duurbetaalde vedetten. „Je kan er goed van leven, maar zult er weinig aan overhouden”, zegt Tammer zelf. Hij wijst ook op het avontuur in Amerika en zegt dat zijn club kan fungeren als een springplank. „Twee voetballers die bij ons zijn begonnen, spelen nu in de Major League Soccer [de hoogste divisie]”.

Rechtsbuiten Lucien Seymor verhuisde na de testdagen van vorig jaar naar Dayton. Deze herfst en winter is hij in Nederland, over een paar maanden vliegt hij terug voor zijn tweede seizoen. Seymor, die in Nieuwerkerk even naar zijn mogelijk nieuwe ploeggenoten is komen kijken, vertelt dat hij moest wennen aan het voetbal in de Amerikaanse profcompetitie. „Ze gooien daar echt de beuk erin. En voor elleboogstoten en tackles waar je in Nederland rood voor zou krijgen, wordt soms niet eens gefloten.”

Maar het avontuur bevalt, vertelt Lucien Seymor. Hij heeft zin in zijn tweede seizoen. „Ik ben al 28, ik had nooit gedacht dat ik nog profvoetballer zou kunnen worden.”