Waarom houden wij van Mauro?

Strenge regels voor migranten? Veel mensen vinden het prima. Maar veel mensen hebben er ook moeite mee een jongen van 18 naar Angola te sturen. Waarom?

Chimpansees hebben het. Alle apen. Olifanten, vergeet de olifanten niet. En alle andere dieren die voor hun overleving afhankelijk zijn van de groep. Maar bij chimpansees herkennen we het ’t beste, want die lijken zo op ons.

Zit een kleuterchimp aan de rand van een greppel te spelen, kijken drie volwassen chimpansees bezorgd toe – al is ‘bezorgd’ misschien te menselijk gedacht. Maar toch: kleuterchimp valt in het diepe en de volwassenen, niet eens familie, aarzelen niet. Erop af! Redden!

Kijk naar Mauro Manuel en denk: empathie. Frans de Waal, de beroemde evolutiebioloog en primatoloog die al jaren in de Verenigde Staten werkt (nu als hoogleraar psychologie in Atlanta), doet er zijn hele werkende leven al onderzoek naar en is ervan overtuigd geraakt hoe ver een emotie als empathie teruggaat in de evolutie en hoe diep die in onze genen besloten zit. Zien we een ander lijden of lachen, dan lijden of lachen we mee. Neuropsychologen kunnen het tegenwoordig heel mooi laten zien met hersenscans: mensen spiegelen in hun eigen brein de emoties (maar ook bijvoorbeeld de bewegingen) die ze bij een ander waarnemen. Zien we iemand vallen, dan vallen we in hun eigen hoofd mee. We beleven echt wat die ander beleeft.

Ga daar maar eens tegenin als je in de Tweede Kamer zit en je ziet Mauro Manuel op de publieke tribune zitten. Arme jongen, arme pleegouders, wat moeten zij een verdriet hebben. Sarah Blaffer Hardy, de beroemde Amerikaanse antropoloog, geeft in haar boek Een kind heeft vele moeders prachtige voorbeelden van ons vermogen tot meeleven en de daardoor opgeroepen mildheid, ook in het gewone, dagelijkse leven. Passagiers proppen zichzelf in een per definitie te klein vliegtuig en gaan elkaar in de regel níet te lijf als ze elkaar per ongeluk aanstoten. Ze zeggen sorry. Ze zetten de moeder met de krijsende baby er níét uit, maar negeren haar gewoon, of ze glimlachen naar haar: ik snap hoe je je voelt.

De meeste mensen willen aardig zijn voor elkaar, zegt de Utrechtse hoogleraar sociale psychologie Kees van den Bos. Ze willen het ‘goede’ doen. En dat is niet: een aardige jongen van 18 die Nederlands met een Limburgs accent praat het land uit sturen, naar Angola, helemaal alleen – wie weet in welke ellende hij terecht komt. Als dat ons eens zou overkomen, zeg. Er is maar één manier om deze soms zeer hinderlijke eigenschap te onderdrukken en dat is afstand nemen, abstraheren. Niet aan de persoon denken, maar aan de regels. En die regels, vaak om goede redenen, belangrijker maken dan de rest. Psychologisch vindt Kees van den Bos dat heel interessant: dat we dat ook kunnen. Totdat je dus het gezicht van zo’n jongen ziet. Hadden de CDA’ers Ad Koppejan en Kathleen Ferrier hun hoofd de andere kant uitgedraaid, dan hadden ze zich vast wel aan het unanieme fractiebesluit van een paar uur eerder weten te houden. Zo slim van Mauro en zijn pleegouders om naar de Kamer te gaan!

Bij dat abstraheren hoort ontmenselijken. Precair voorbeeld, maar zo deden de nazi’s het ook. Je kunt mensen alleen op industriële wijze vermoorden als je er in je hoofd ongedierte van maakt, kakkerlakken. En dan nog, zegt Kees van den Bos, hadden zelfs de ferventste nazi’s er moeite mee als ze hun slachtoffers per ongeluk wel even als een man, een vrouw, een kind zagen. Lees de roman De welwillenden van de Amerikaanse schrijver Jonathan Littel. De hoofdpersoon, een SS-officier, gaat er kapot aan. Ander voorbeeld: Pim Fortuyn. Hij was een van de eerste politici in Nederland die pleitten voor een streng uitzettingsbeleid. Maar toen hij een aantal dossiers had gelezen van de mensen die het land uit moesten, was hij opeens voorstander van een generaal pardon.