Vlek

Toen ik begon met het maken van rechtbanktekeningen, werkte ik met een potje Oost-Indische inkt en een tekenpennetje, net als thuis. Dat was niet zo verstandig en dat zou ik weldra merken. Want toen het interieur van de rechtbank aan de Prinsengracht gerenoveerd werd, het meubilair met gloednieuw crèmekleurig skai, voltrok zich een kleine catastrofe. Natuurlijk had ik beter moeten weten, je kon erop wachten dat het zou gaan gebeuren. Tijdens het tekenen, schetsboek op schoot, pen in de hand, ging ik er op een gegeven moment eens goed voor zitten om een getuige beter te kunnen zien, maakte een onbeheerste beweging met mijn been en gooide mijn potje inkt om, dat naast mij op die nieuwe bank stond, probeerde het nog op te vangen, maar de ramp had zich al voltrokken. Een vlek! Watervaste inkt, dus spoed was geboden. Buigend voor de rechtbank snelde ik naar de bode en verzocht om een dweiltje, de ramp reducerend tot „een ongelukje”, om maar vooral geen paniek te zaaien, zelf al genoeg in paniek. Het dweiltje bij een fonteintje nat gemaakt en daarna terug naar de rechtszaal, weer buigend voor de rechtbank en ik begon te deppen, zo stilletjes mogelijk, om geen slapende honden of rechters wakker te maken. Opnieuw een buiging voor de heren rechters, mijn dweiltje uitgespoeld, terug naar het rampgebied, voor de vierde maal gebogen en mijn poetswerk voortgezet. Zo, dweilend, buigend, spoelend, uitwringend, buigend, poetsend en weer buigend, ijlde ik vele malen heen en weer. Een stijve rug aan het eind van de dag, na al dat buigen en bukken. Maar hoe ik ook met mijn lapje tekeerging, wanhopig wrijvend, er bleef een grote, vaalgrijze plek, die er hoogstwaarschijnlijk nog zit. Gelukkig is de rechtbank verhuisd naar elders. Wijs geworden, heb ik na die tijd uitsluitend fineliners en zwartschrijvende ballpoints gebruikt in de rechtszaal.