V-raad beëindigt NAVO-mandaat Libië

Unaniem heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties gisteren besloten een eind te maken aan het mandaat waaronder de NAVO sinds maart militair kon ingrijpen in Libië. Maandag 31 oktober om één minuut voor middernacht (Libische tijd) verstrijkt de toestemming voor de no-flyzone en de militaire interventie om Libische burgers te beschermen. Het wapenembargo wordt versoepeld.

Vorige week, na de dood van de verdreven leider Moammar Gaddafi, nam de NAVO al een voorlopig besluit om de operatie ‘Unified Protector’ maandag af te sluiten. Vandaag heeft de alliantie in Brussel dat besluit bekrachtigd.

Het nieuwe Libische bewind heeft de afgelopen dagen verschillende signalen afgegeven over de rol van de NAVO. Na aanvankelijke instemming met beëindiging van de operatie zei interim-president Jalil woensdag dat hij tóch graag wilde dat het bondgenootschap zijn missie zou verlengen – onder meer om te verhinderen dat wapens uit de arsenalen van Gaddafi naar de buurlanden gesmokkeld zou worden. Maar gisteren meldde het regime per brief aan de Veiligheidsraad dat het toch instemt gaat met afronding van de missie per 31 oktober.

De secretaris-generaal van de NAVO, Anders Fogh Rasmussen, noemde de Libische operatie „waarschijnlijk een van de meest succesvolle missies in de geschiedenis van de NAVO”. Hij sloot niet uit dat het bondgenootschap verder nog een rol in Libië zal spelen. „Op verzoek kunnen we de nieuwe Libische regering helpen bij de overgang naar democratie”, zei hij, doelend op hervorming van leger en politie. „Maar afgezien daarvan zou ik geen nieuwe taken verwachten.”

Op 17 maart nam de VN-Veiligheidsraad de resolutie aan die de NAVO toestemming gaf „alle noodzakelijke maatregelen” te nemen om de Libische bevolking te beschermen. Sommige lidstaten, waaronder Rusland, vonden dat de NAVO, door zo duidelijk partij te kiezen voor de opstand tegen Gaddafi, de resolutie te ruim uitlegde.

De VN-gezant voor Libië, Ian Martin, zei gisteren tegen de Veiligheidsraad dat Libië onder Gaddafi een voorraad van de schouder af te vuren luchtdoelraketten had aangelegd, die groter was dan enig ander land dat deze wapens niet zelf produceert. Hij sprak zijn zorg uit over de plundering en verspreiding van deze en andere wapens. Ook toonde hij zich bezorgd over nieuw gelegde mijnen, en de controle over chemisch en nucleair materiaal in het land. (AP, Reuters)