Tunesië en de herfst die volgde

Het allerbeste wat er over de verkiezingen in Tunesië valt te zeggen, is dat ze afgelopen zondag in alle vrijheid kónden worden gehouden. Dat recht was de Tunesiërs sinds hun land in 1956 onafhankelijk werd maar een enkele keer gegund. Zij honoreerden hun keuzevrijheid met een opkomst die niet uitbundig was. Van de 7,5 miljoen kiesgerechtigde Tunesiërs hadden er zich 4,1 miljoen laten registeren en daarvan maakte 90 procent de gang naar de stembus.

Dat waren dan wel gemotiveerde kiezers, die voor lange rijen zorgden en konden verwachten dat de internationaal gecontroleerde verkiezingen nu eens niet gemanipuleerd zouden worden. Ze hadden bovendien een royale keuze, allicht te royaal: 81 partijen deden mee.

Als iets als de ‘Arabische Lente’, de opstand waarbij de bevolkingen zich van hun autocratische leiders trachtten en trachten te ontdoen, een begin kent, dan was dat op 17 december 2010 in Tunesië. De werkloze Mohamed Bouazizi stak zichzelf in brand. Deze openbare zelfmoord in de stad Sidi Bouzid bracht een protestgolf in beweging. De gehate president Zine al-Abidine Ben Ali sloeg op de vlucht.

Het lijkt dus omineus dat onder meer in deze stad gisteren rellen uitbraken, nadat de verkiezingsuitslag bekend was gemaakt. Aanleiding was de aankondiging dat de partijleider van Areedha Chaabiya de negentien zetels die hij had behaald, inleverde. Miljardair Hechmi Haamdi is beschuldigd van dubieuze praktijken bij de financiering van zijn partij.

De rellen werpen een schaduw over de verkiezingen en hun gevolgen. Nochtans zijn deze verkiezingen uit democratisch oogpunt tot nu toe het meest concrete en hoopgevende resultaat van de Arabische Lente. Egypte volgt volgende maand dit voorbeeld. Maar waar de rebellie uiteindelijk toe zal leiden in Libië, Syrië, Jemen of elders, is maar de vraag.

De verkiezingsuitslag laat een grote zege zien voor de moslimfundamentalistische partij Ennahda, die 41,47 procent behaalde. Dat resultaat zal in het Westen met enige reserve worden ontvangen, maar er valt hoop te putten uit de opstelling van partijleider Rachid Ghannouchi. Hij ziet zijn partij als verwant aan de in NAVO-lidstaat Turkije regerende AK-partij en voert coalitiebesprekingen met liberale partijen die hopelijk hun invloed als hoeders van het secularisme zullen aanwenden.

Vermoedelijk hebben veel Tunesiërs op Ennhada gestemd omdat deze partij de meest geharnaste tegenstander was van het vorige regime – zij werd door Ben Ali als terreurbeweging beschouwd. Hoe dan ook: dit is de uitslag, zij het nog een voorlopige, waarmee Tunesië en het Westen het moeten doen, het resultaat van vrije verkiezingen.