Steun aan EU is China's belang

China heeft een goede reden om Europa te hulp te schieten, en dat ook nog eens zonder beperkende voorwaarden. Premier Wen Jiabao heeft vorige maand geopperd dat het ter beschikking stellen van Chinese fondsen afhankelijk zou kunnen worden gemaakt van bepaalde gunsten, zoals het verlenen van de status van ‘markteconomie’ door Europa aan het land. Maar als de grootste begunstigde van de wereldhandel is het in China’s belang om te doen wat nodig is om de eurozone te helpen terug te keren naar stabiliteit.

China is de Verenigde Staten in juli gepasseerd als de grootste handelspartner van de Europese Unie, aldus het kantoor voor de statistiek van de EU. Op dat moment voorzag China in 17 procent van de Europese importen, meer dan welk ander land ook. Nu in het Amerikaanse Congres wordt gedebatteerd over de vraag of er tarieven aan de import van Chinese goederen moeten worden opgelegd, is China meer dan ooit afhankelijk van het in stand houden van zijn export naar de EU. Krap bij kas zittende Europeanen zullen minder goederen en diensten afnemen in China en zouden eerder geneigd kunnen zijn de Verenigde Staten te volgen in het zoeken naar een zondebok in het oosten.

Beijing heeft al obligaties met de AAA-status (de hoogste kredietstatus) aangekocht van de Europese Financiële Stabiliteits Faciliteit (noodfonds EFSF). Maar dat is niet genoeg. De Franse president Nicolas Sarkozy zou gisteren met zijn Chinese collega spreken, terwijl het hoofd van de EFSF vandaag naar China zou reizen. Beiden zouden China kunnen vragen een deel van zijn buitenlandse valutareserves van 3,2 biljoen dollar te beleggen in een speciaal fonds voor landen met schuldenproblemen.

Hoe zwak de positie van de Europese Unie ook mag zijn, Peking zou moeite kunnen hebben extra voordelen uit het vuur te slepen. China zou er de voorkeur aan kunnen geven rechtstreeks havenfaciliteiten en andere bezittingen op te kopen, maar die liggen momenteel niet voor het grijpen.

Het is ook niet waarschijnlijk dat China de status van markteconomie zal krijgen, omdat het land dat niet is. Als China te hard aandringt, kunnen de landen van de eurozone besluiten zich in te graven, de euro te devalueren en zichzelf te helpen.

Bovendien zou het aanbieden van hulp zonder beperkende voorwaarden Peking wat tijdwinst opleveren. China is al bezig over te schakelen van een export- naar een consumptie-economie. Het overschot op de betalingsbalans van 5,2 procent van het bruto binnenlands product in 2010 moet worden teruggebracht naar 2,8 procent in de eerste helft van 2011.

Maar het land geeft er de voorkeur aan dit langzaam en gestaag te doen. Als Europa een plotselinge, scherpe sanering kan worden bespaard, kan de grootste Chinese handelspartner misschien ook met succes zo’n geleidelijke overgang bewerkstelligen.

Wei Gu

Vertaling Menno Grootveld