Spreiding, eigen geld en eenvormigheid voorop

Woensdag publiceert het Fonds Podiumkunsten zijn nieuwe subsidiestelsel. Er komen drie basissubsidies. Eigen inkomsten en regionale spreiding gaan meetellen.

Voor muziekensembles ziet de toekomst er somber uit. Woensdag publiceert het Fonds Podiumkunsten zijn nieuwe subsidiesystematiek. Het Fonds heeft vanaf 2013 43 miljoen euro per jaar te besteden, dat is in 2012 nog 62 miljoen. Tegelijkertijd zijn er meer aanvragers, doordat er veel gezelschappen uit de Basisinfrastructuur (BIS) van het Rijk zijn gevallen, waarin ze zonder tussenkomst van het Fonds geld kregen. Staatssecretaris Zijlstra (Cultuur, VVD) wil bovendien dat de fondssubsidies aan zalen en voor producties op peil blijven. Gevolg: de druk op meerjarige subsidies neemt vanaf 2013 met 60 procent toe.

Voor het krappere budget heeft het Fonds een nieuwe systematiek ontwikkeld. Die gaat uit van drie basissubsidies: groot (maximaal zo’n 7,5 ton per jaar, nu is dat maximmum nog zo’n 1,8 miljoen), middel en klein. Die indeling berust niet op de grootte van de aanvragers, maar op die van de zalen die zij bespelen. Een klein orkest of toneelgezelschap dat in grote zalen speelt, valt onder de grote basissubsidie. Op dit moment is het stelsel gedifferentieerder, omdat wordt uitgegaan van exploitatietekorten bij gezelschappen.

Door de standaardbedragen kunnen gezelschappen met hoge exploitatiekosten die spelen in kleine zalen in de knel komen. Aantal spelers en speelbeurten, cruciale kostenposten, wordt in de nieuwe systematiek vooralsnog niet meegewogen. Al kan het zijn dat het Fonds de regeling nog blijkt te hebben aangepast na aandringen vanuit het veld.

De normbedragen, die woensdag bekend worden gemaakt, worden toegekend voor twee jaar – met uitzicht op verlenging. Voor nieuw repertoire, internationalisering en samenwerking met derden zijn toeslagen beschikbaar. Aanvragen kunnen punten (van -2 tot +4) verdienen op vijf criteria: kwaliteit, ondernemerschap, bijdragen aan pluriformiteit, geografische spreiding van voorstellingen en co-financiering door lokale overheden. Anders dan voorheen gaat ondernemerschap (publieksbereik, eigen inkomsten) net zo zwaar wegen als artistieke kwaliteit. Die wordt, net als nu, beoordeeld door een adviescommissie.

Het grote belang van diversiteit en spreiding zijn nieuw. Iris Daalder van brancheorganisatie Nederlandse Associatie voor Podiumkunsten (NAPK) kreeg van het Fonds al een schets van het nieuwe stelsel te zien. Volgens haar zal er niet meer geld naar de provincie gaan. „Een kwaliteitsgezelschap uit de Randstad dat veel reist, scoort nog altijd hoog.” De NAPK is tevreden. „Wij vinden het een redelijk fair systeem.”

De Vereniging Nederlandse Muziekensembles (VNME) denkt daar anders over en heeft een brandbrief aan het Fonds gestuurd. Omdat er veel nieuwe aanvragers vanuit het theater en de dans bijkomen, kan het zijn dat voor de ensembles straks nog maar de helft van de huidige 10 miljoen subsidie resteert. „Dan is kwaliteit niet meer genoeg en gaan toonaangevende ensembles sneuvelen”, vreest directeur Paul Dijkema.

Daar komt bij dat de ensembles ontstaan zijn vanuit diversiteit in genre, omvang, instrumentsoort, speelcircuit. „Geen standaardmodel kan daaraan recht doen”, aldus Dijkema. „Voor de Bachvereniging is sponsorwerving makkelijker dan voor ensembles in nieuwe muziek. Wil je subsidies ‘eerlijk’ verdelen, moet dat allemaal meewegen.”

Grote potentiële gedupeerden zijn muziektheatergezelschap Orkater (nu 1,6 miljoen) en het Nederlands Kamerkoor (1,8 miljoen). Als beider subsidie wordt gemaximeerd op het rondzoemende bedrag van zeven à acht ton, heeft dat grote gevolgen.

Directeur Irene Witmer (Ned. Kamerkoor): „Door onze hoge subsidie nu, is ons percentage eigen inkomsten laag. Alle aanvragers moeten straks over de afgelopen drie jaar een nader te bepalen percentage eigen inkomsten hebben gehaald. Hoe hoger je subsidie, hoe hoger de eigen inkomsten moeten zijn. Het is spannend voor ons hoe hoog dat percentage wordt.” Het Kamerkoor, nu nog gevestigd in Amsterdam, is in overleg over vestiging elders.

Ook Orkater zoekt alternatieve financiering, zegt artistiek leider Marc van Warmerdam. „Wij vragen subsidie aan de gemeente Amsterdam. En we zullen de toegangsprijzen met een paar euro moeten verhogen.”