Oude slaolietanks verbouwd tot wc's

Kunstenaarscollectief WORM verhuist naar het oude pand van NRC.

Naast film- en concertzalen komen er ook studio’s. Bijna alles van gerecycled materiaal.

De eigen ingang bevindt zich in de zijgevel van het kapitale pand. Daar is simpelweg een gat in de muur gehakt, en vervolgens een roze toegangspoort ingebouwd. Met – opmerkelijk genoeg – toestemming van de gemeente Rotterdam, ondanks het feit dat het gebouw de status heeft van een beschermd stadsmonument. „Maar de gevel is letterlijk weer opgebouwd, steentje voor steentje, alleen twee meter vóór onze entree”, zegt zakelijk leider Mike van Gaasbeek van het kunstenaarscollectief WORM grijnzend tijdens een rondleiding.

Hergebruik is het toverwoord in het nieuwe onderkomen van WORM in een zijstraat van de als ‘hip’ versleten Witte de Withstraat in het centrum van Rotterdam. Vanavond volgt de officiële opening met een lezing en een optreden van Peter Hook, de bassist die bekend werd als lid van newwavebands Joy Division en New Order.

In het pand, gebouwd in 1874, was tot eind jaren tachtig van de vorige eeuw de centrale redactie van NRC Handelsblad gevestigd. Na een grondige verbouwing kregen verschillende culturele instellingen vanaf 1993 een plek in het gebouw, waaronder het Nederlands Foto Instituut, dat in 2007 verhuisde naar de Wilhelminapier op de Kop van Zuid.

Met de komst van WORM is het pand weer volledig ‘gevuld’. Andere gebruikers zijn het vorige maand geopende Nieuw Rotterdams Café, het Scapino Ballet, het V2_instituut voor instabiele media en zzp-werkplekken voor creatieve ‘eenpitters’. WORM past in dat rijtje, al is het geen alledaags kunstpodium. Het Rotterdamse cultuurcentrum (jaarbegroting circa één miljoen euro) noemt zichzelf ‘een instituut voor avant-gardistische recreatie’. „Wij doen en bieden onderdak aan alle vormen van kunst, waarvan wij denken en stiekem weten: dat is de toekomst”, zegt algemeen directeur Hajo Doorn, terwijl hij een biertje tapt in de ontvangstruimte.

WORM begon zeventien jaar geleden onder de naam Dodorama als een podium voor muzikanten die wars zijn van conventies, smaken en genres. In 2001 volgde een fusie met Pokufilm en de filmwerkplaats Studio 1. Avontuur en vernieuwing vormen nog altijd de uitgangspunten. In het vierde onderkomen sinds de oprichting hoopt algemeen directeur Doorn, in eigen kring beter bekend als Obersturmbahnführer, op zo’n 75.000 bezoekers per jaar. „Omdat we nu eindelijk in het centrum zitten, kunnen we sneller en makkelijker aansluiting vinden bij allerlei culturele festivals.”

Een rondgang door het nieuwe do-it-yourself-onderkomen (1.250 vierkante meter) leert wat Doorn bedoelt met kunst van de toekomst. Zowel de publieksruimtes als de kantoren en studio’s in de kelder ademen duurzaamheid. Vrijwel overal zijn restmaterialen verwerkt: vliegtuigstoelen gestoffeerd met oranje kunstleer uit afgedankte NS-treinen en aan de wand kluisdeuren van het failliete zwemparadijs Tropicana. Daarnaast is op spitsvondige wijze gebruikgemaakt van bestaande elementen in het pand, zoals restanten van het fotoarchiveringssysteem voor een verplaatsbare winkel en mobiele zitplaatsen in de foyer. Fraai zijn ook de bijna doorzichtige toiletten, vervaardigd van tanks die normaliter gebruikt worden om slaolie of brandstoffen op te slaan.

Alle fysieke ingrepen hebben geresulteerd in een „vervreemdende postindustriële sfeer”, zoals de initiatiefnemers het noemen. De verbouwing is gedaan door het Rotterdamse architectenbureau 2012Architecten, dat zich heeft gespecialiseerd in het hergebruik van oude en niet voor de hand liggende materialen. Vol trots laat Césare Peeren zien hoe zijn bureau een restpartij wit-bruine trespa- platen heeft gebruikt om de vloer en de lambrisering bij WORM aan te kleden. „Gezandstraald en voorzien van een Arabisch motief.”

Beeldend kunstenaar Joep van Lieshout kreeg de opdracht om de kantoorruimte en geluidsstudio’s onder handen te nemen. Die opdracht nam hij letterlijk. „Ik heb een restpartij oud staal in elkaar geragd en geramd, zoals ze dat in Siberië gewend zijn te doen.” Het resultaat van zijn laswoede: een uit zware, roestende platen opgetrokken wand die de werkplekken scheidt van de film- en concertzaal. De geluidsoverlast is daarmee beperkt, maar door de aangebrachte ramen is toch sprake van interactie tussen de warroom en het publiek.

Van Lieshout (1963) is geen onbekende in Rotterdam. Zijn Atelier Van Lieshout verrijkte het centrum van de stad vorig jaar met een acht meter hoog kunstwerk, getiteld Cascade: achttien op elkaar gestapelde olievaten die uit de lucht lijken te vallen, omgeven door een massa menselijke figuren. Het beeld heeft een plek gekregen op het Churchillplein, vlakbij het Maritiem Museum, en appelleert aan de economische crisis en het failliet van de consumptiemaatschappij.

Dat laatste is ook een terugkerend thema bij WORM. De gepantserde kantooreenheden worden niet voor niets aangeduid als „een fortificatie” waar bezoekers zich figuurlijk kunnen verschansen „tegen de op handen zijnde crisis”.