Niet geloven mag nu in Israël

Met een joodse moeder ben je zelf automatisch ook joods.

Onzin, zegt een Israëlische rechter nu. Religie gaat de overheid geen bal aan.

Het joodse Nieuwjaar (nummer 5772) begon in Israël met een seculier succesje. Begin deze maand beval een rechter uit Tel Aviv het ministerie van Binnenlandse Zaken om de Israëlische schrijver Yoram Kaniuk te registreren ‘zonder geloof’.

In het vakje religie stond bij Kaniuks gegevens in het bevolkingsregister het predicaat ‘joods’. Hij is immers geboren als zoon van een joodse moeder en niet bekeerd tot een andere religie en dat maakt hem volgens de Israëlische wet een jood. Kaniuk (81) heeft zich echter nooit een religieuze jood gevoeld, zegt hij. Tegenover de krant Haaretz noemde hij de uitspraak „een vonnis van historische proporties”, waardoor iedereen in Israël voortaan „zijn eigen identiteit kan vaststellen”.

Het is een enorme stap voorwaarts, beaamt advocaat en burgerrechtenactivist Irit Rosenblum in haar kantoor in Tel Aviv. „Voorheen moest je met documenten van religieuze instanties aantonen dat je bij geen enkele religieuze gemeenschap hoort. Voortaan hoef je je ongelovigheid alleen maar voor een rechter uit te spreken.”

In theorie effent deze uitspraak de weg voor het burgerlijk huwelijk, dat in Israël is voorbehouden aan twee mensen die beiden als ongelovig te boek staan. Zo’n 75 procent van de Israëlische bevolking (7,7 miljoen) is geregistreerd als jood. Bijna 17 procent is officieel moslim, ongeveer 2 procent christen, ruim 1 procent druzisch en circa 4 procent heeft formeel ‘geen religie’. Dat die status niet eenvoudig te verkrijgen is, zegt Rosenblum, blijkt alleen al uit het feit dat het afgelopen jaar slechts drie stellen in Israël een burgerlijk huwelijk zijn aangegaan. En dat elk jaar drieduizend paartjes naar Cyprus uitwijken om daar een burgerlijk huwelijk te sluiten.

Wie een moeder heeft die ooit is gedoopt, wordt in Israël meestal aangemerkt als christen – of hij (of zijn moeder) nu gelooft of niet. En christenen mogen volgens de Israëlische wet in Israël alleen met andere christenen trouwen, en alleen voor de kerk. Hetzelfde geldt voor moslims, die alleen moslims kunnen trouwen en alleen voor hun religieuze autoriteiten.

„Eigenlijk kent Israël dus geen burgerlijk huwelijk”, zegt Rosenblum. „Dat is onmenselijk. Mensen worden verliefd, soms op iemand van een ander geloof. De regering verhindert dat die mensen verbintenissen met elkaar aangaan – het allerbelangrijkste in een mensenleven.” Volgens Rosenblum discrimineert de staat zo zijn eigen burgers. „Want als gehuwde heb je miljoenen voordelen bij sociale instanties en verzekeraars.” De advocaat wordt nu overladen met verzoeken om zaken als die van Kaniuk te beginnen.

Maar seculier Israël moet niet te vroeg juichen, zegt Uzzi Ornan, een 88-jarige hoogleraar linguïstiek in Haifa. Want achter de categorie ‘nationaliteit’ staat in Kaniuks dossier bij het ministerie van Binnenlandse Zaken nog steeds: ‘joods’.

Ornan richtte ruim twintig jaar geleden de organisatie ‘Ik ben een Israëliër’ op en voert al tien jaar rechtszaken voor erkenning van de Israëlische nationaliteit. Joodse inwoners van Israël hebben wel Israëlisch staatsburgerschap en een Israëlisch paspoort, maar zijn binnen Israël volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken ‘joods’ van religie en ‘joods’ van nationaliteit.

Islamitische en christelijke Israëliërs hebben in Israël doorgaans de ‘Arabische’ nationaliteit, druzen de ‘druzische’. Dat zijn kwalificaties die geen enkel ander land erkent. Verder noteert het ministerie voor niet-joodse immigranten meer dan 130 internationaal erkende nationaliteiten. Alleen niet de Israëlische.

Wat kan het schelen? „In de onafhankelijkheidsverklaring van Israël staat dat al zijn inwoners gelijk zijn”, zegt Ornan, „ongeacht geloof of ras. Maar bij registratie maakt de staat een racistisch onderscheid tussen joden en niet-joden. Israël is een apartheidsstaat.”

En niet alleen op papier, zegt Ornan. „De staat gebruikt de registratie voor discriminatie van niet-joden.” Tientallen wetten geven joden privileges waar niet-joodse burgers geen recht op hebben. Zo mogen Arabische Israëliërs geen huizen kopen in bepaalde dorpen.

Het belangrijkste verschil is dat joden waar ook ter wereld op basis van de Israëlische wet mogen ‘terugkeren’ naar Israël, al zijn ze er nooit geweest. Terwijl familieleden van de zogenoemde Arabische Israëliërs, de Palestijnen, volgens de Israëlische wet niet terug kunnen naar de huizen waaruit ze zo’n zestig jaar geleden zijn gevlucht of verjaagd.

Mede wegens hun (internationaal geaccepteerde) verlangen om terug te keren, weigeren de Palestijnen Israël te erkennen als een joodse staat. Terecht, vindt Ornan. Een joodse, democratische staat – zoals Israël wil worden genoemd – is volgens hem een contradictio in terminis.

„Wie denkt dat Israël een democratie is met een scheiding tussen kerk en staat vergist zich”, zegt ook advocaat Yoella Har-Shefi, die Ornan juridisch bijstaat. „Dit is een theocratie, geleid door rabbijnen.” De moeite die Kaniuk moet doen om zijn recht op godsdienstvrijheid in praktijk te brengen is daar volgens haar bewijs van.

En omdat de Israëlische staat geen onderscheid maakt tussen de joodse nationaliteit en de joodse religie is het logische gevolg van deze uitspraak, aldus Har-Shefi, dat Kaniuk ook zijn nationaliteit is kwijtgeraakt. „Deze zaak laat goed de absurditeit zien waarin wij leven.”