Niemand had grip op kapper-bokser Cor

De jong overleden kapper en bokser Cor Eversteijn was een rusteloos fenomeen. Een expo in Boijmans en fotoboek van Carel van Hees eren zijn compromisloosheid – in alles.

cor in spanje carel van hees

‘Edelkrachtstroom’: zo noemden zijn vrienden en collega-sporters de ontembare energie die door het lijf kolkte van Cor Eversteijn, bokser en herenkapper uit Rotterdam. Zuipen, boksen, lol trappen, hardlopen, achter de ‘wijffies’ aan – bij Corretje gaat het allemaal even onvoorwaardelijk. Hij had alles mee, leek het: vrouw en dochter, goddelijk lichaam, blond haar dat altijd goed zat – hij was immers kapper van beroep. En in 1982 wordt hij op z’n 33ste ook nog Nederlands profkampioen.

Tot het moment dat hij als verliezer uit de ring moet stappen. De blonde god met de kwetsbare ogen, die al eerder in drank, drugs en twijfels was verdwaald, weet niet hoe hij zonder applaus verder moet leven. Korte tijd later is hij, nog steeds nog maar 33, dood.

Morgen opent in Museum Boijmans Van Beuningen de tentoonstelling Eversteijn, bokser, herenkapper en wordt het boek gepresenteerd dat fotograaf Carel van Hees over Cor Eversteijn (1949-1983) heeft samengesteld. Ze leerden elkaar kennen toen Van Hees als broekie bij een persbureau de bokssport coverde. Op Eversteijns begrafenis sprak hij met diens dochter Peggy af dat hij een boek over Cor zou maken. Peggy kent haar vaders leven als bokser alleen van foto’s; ze heeft hem nooit live zien boksen, want hij wilde niet dat zijn dochter zou zien dat hij klappen kreeg.

Het heeft bijna dertig jaar geduurd, maar het boek is er. Het gros van de foto’s komt uit het familiearchief. We volgen de kleine Cor die in de voetstappen van zijn vader Bram volgt, een banketbakker die in 1939 Nederlands kampioen in het bantamgewicht was. We zien Cor met zijn ouders in Madurodam en vijf jaar later nog een keer, nu met zijn eigen gezin. En trainen trainen trainen. Hardlopen, boksen, touwtjespringen. Een collega-sporter herinnert zich hoe Cor het touwtjespringen tot een ware kunstvorm ontwikkelde. Maar het ging net zo hard met drank en drugs. „Dan ging de kofferbak open en lagen daar twaalf flessen citroenjenever”, zegt zijn zwager in het boek. „Toen pakte hij er een op en klokte zo de hele fles op, onbegrijpelijk.”

Een kwart van de foto’s is van Van Hees, die de bokser zowel in de ring volgde als daarbuiten. Ze waren bevriend, zegt de fotograaf, tenminste voorzover Cor echte vrienden had. Hij was een druktemaker, een practical joker van wie iedereen hield en op wie niemand grip had, vertellen vrienden, familieleden, collega’s en ook zijn huisarts in een reeks van zestien interviews die Van Hees op film maakte. Fragmenten eruit zijn op de tentoonstelling te zien en zijn in bewerking door Dirk van Weelden in het boek opgenomen.

Een collega-bokser herinnert zich hoe hij een keer met Cor ging hardlopen. Steeds sprintte die bij hem weg en wachtte hem dan weer op. „Het moest altijd harder en sneller, alles in een razende vaart”, zegt hij. „Er zat geen rust in hem.” En zijn ex-vrouw Tess, die met liefde over hem spreekt: „Hij wilde altijd graag blitzen. Ik föhnde thuis zijn haar voordat hij moest boksen. Hij wilde gewoon helemaal het mannetje zijn, hè?”

Op de tentoonstelling is een oude videoband te zien van Eversteijns eerste profwedstrijd in een oud theater in Den Haag. Kunstenaar Charly van Rest heeft er een soundscape bij gemaakt door het geluid op de band – de kreten, het klappen van het publiek – tot bizarre proporties uit te vergroten. Alsof we het horen via de oren van Cor.

Met dit project heeft Carel van Hees een belofte aan zichzelf en aan de familie van Cor Eversteijn ingelost. Door zijn selectie en presentatie slaagt hij erin de bezoekers dat korte, heftige leven van de bokser-kapper in te trekken. De fotograaf is biograaf met beelden geworden. De Rotterdamse volksjongen Cor Eversteijn die nog weinig mensen zullen kennen, wordt hiermee tot leven gewekt en boven zichzelf uitgetild. Hij roept mededogen op, op de expositie die zowel zijn hoogtepunten als val laat zien. Van Hees maakt van de bokser-kapper iemand in wie iedereen eigen ambities en twijfels en misschien zelfs wanhoop kan herkennen.

Een van de ontroerendste foto’s is die van Cor in de kleedkamer na zijn grote nederlaag. Daar zit hij, in een net pak, keurig gekamde haren en die grote handen weerloos in zijn schoot gevouwen, terwijl zijn trainer op hem inpraat. Eversteijn ging zwaar knockout en mag uit vrees voor hersenletsel een aantal maanden niet trainen. Dus loopt hij maar de marathon, de edelkrachtstroom blijft immers maar door zijn lichaam jagen, en hij leert ook nog parachutespringen. Kort daarna wordt hij dood gevonden, thuis liggend op een groezelig matras in een met flessen bezaaide kamer.

Eversteijn, bokser, herenkapper 1949-1983, € 27,50. T/m 15/1 in museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam. Inl: boijmans.nl