Na Srebrenica opnieuw in de steek gelaten

Was de Veteranenwet er maar eerder geweest. Terug uit Srebrenica werd Dave Maat van het kastje naar de muur gestuurd. „Een normaal mens zou er gek van worden.”

Nederland, Amersfoort, 26-10-11 Veteraan Dave Maat. © Foto Merlin Daleman

Dave Maat (35) vraagt om een vel papier en begint cirkels en lijnen te tekenen. Zo kan hij laten zien met welke organisaties en instanties hij allemaal te maken heeft gehad sinds hij in 1995 terugkwam uit Srebrenica. Het oogt als een stamboom met vertakkingen die nauwelijks op het A4’tje passen.

In feite tonen de strepen zijn route van het kastje naar de muur die hij de afgelopen jaren afgelegd heeft. Rechters zijn er inmiddels aan te pas gekomen om aan te tonen dat hij posttraumatische stressstoornis (ptss) heeft overgehouden aan de bestorming van de moslimenclave in Bosnië. „Ik ben twee keer geslachtofferd: één keer door in Srebrenica in de steek te worden gelaten en één keer door de ellenlange procedures om erkenning te krijgen.”

Negentien was hij toen hij in de Joegoslavische oorlog terechtkwam. Uitgezonden door het Nederlandse leger onder de vlag van de Verenigde Naties. Aangevallen, beschoten, gegijzeld, getuige van het omkomen van een collega. „Je schakelt dan je emoties uit, want als je op dat moment gaat nadenken, word je gek”, zegt Maat.

Terug in Nederland was duidelijk dat hij, en veel van de militairen met wie hij op missie was geweest, een klap hadden gekregen door Srebrenica. „Aan je lichaam en je gedrag merk je dat je langzaam verandert. Iedereen had wel wat: jongens gingen steeds meer drinken en kwamen terecht in vechtpartijen.”

Dave Maat scheurde bij een val van een trap de enkelbanden van zijn beide benen, maar wilde toch mee op een training. „Ik bleef maar doorgaan. Ik voelde geen pijnprikkels. Om de schade te herstellen, moest ik later geopereerd worden. Toen had de anesthesist een driedubbele dosis nodig om mij plat te krijgen, omdat mijn lichaam zich verzette.” Nu weet hij dat dat symptomen van ptss zijn, maar toen had hij nog nooit van die aandoening gehoord. „Ik had nooit een psycholoog gezien; niet voor, tijdens of na de uitzending.”

Na die operatie ging hij toch eens praten, met een maatschappelijk werker en een psycholoog van defensie. Die deden zijn klachten af als „adolescentieproblemen”. Voor de crisis met zijn geliefde luidde de oplossing: „neem een andere vriendin”.

Toen die relatie inderdaad uitging, kreeg hij het aan de stok met de nieuwe vriend van zijn ex. Maat gaat plotseling zachter praten als hij vertelt dat hij daardoor in 1998 „in aanraking kwam met de politie”. Hij werkte mee aan een forensisch-psychologisch onderzoek. „Dáár kwam toen uit dat mijn problemen te maken hadden met de uitzending. Dáár hoorde ik voor het eerst van ptss. Dáár kreeg ik de erkenning.”

Wat de stress en slapeloosheid intussen verhoogde, was de publieke veroordeling van de militairen die de moslimbevolking in Srebrenica niet voor genocide behoed hadden. „Ik las in de krant dat mijn sergeant vervolgd werd, ik was bang dat ik de volgende zou zijn. Dan trek je het echt niet meer.”

In 2002 kwam hij ziek thuis te zitten. Ptss was wel de officiële reden van defensie om hem twee jaar later te ontslaan. „Vervolgens kreeg ik een verzekeringsarts van het UWV op bezoek en die constateerde dat ik geen recht had op WAO omdat ik geen ptss had.” Zo ging het jarenlang. Telkens was er wel weer een deskundige bij een ander loket die de diagnose tegensprak. „Een normaal mens zou er al gek van worden.”

Nog steeds is hij in juridisch gevecht met defensie over de aansprakelijkheid voor zijn problemen. Dat wordt jongere militairen hopelijk bespaard met de nieuwe Veteranenwet die de overheid verantwoordelijk maakt voor hun zorg. „Een militair komt echt niet om hulp vragen als hij het niet echt nodig heeft. Als je er op tijd bij bent, kun je een hoop ellende besparen.”