Meestervervalser krijgt zes jaar gevangenisstraf

Miljoenen verdiende Wolfgang Beltracchi met door hem vervalste kunst. In een zaak die de kunstwereld schokte deed de Keulse rechtbank gisteren uitspraak.

Rotes Bild mit Pferden (1914)

De Duitse kunstvervalser Wolfgang Beltracchi is wegens bedrog veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf. Een rechtbank in Keulen achtte bewezen dat hij en drie andere verdachten jarenlang nagemaakte schilderijen van gerenommeerde kunstenaars op de markt hebben gebracht en daarmee miljoenen hebben verdiend.

Gisteren eindigde in Keulen een van de grootste naoorlogse processen over kunstvervalsing. Beltracchi (60), een man met een baardje en een weelderige grijze haardos, heeft er geen doekjes om gewonden. Hij bekende dat hij werken heeft geschilderd in de geest van en met de handtekening erop van onder anderen Max Pechstein, Max Ernst en Heinrich Campendonk. Die werden via veilingen en galeries verkocht en zouden afkomstig zijn uit de ‘collectie Werner Jäger’, een naar later bleek verzonnen naam die kennelijk toch indruk maakte in de kunstwereld.

Eén ding staat vast: Wolfgang Beltracchi is een niet ongetalenteerde schilder. Zijn doeken kwamen overtuigend over. „Als vervalsingen zijn ze goed, dat moet je Beltracchi nageven”, zei een geraadpleegde kunstkenner tijdens het proces. Maar daarvoor had rechter Wilhelm Kremer weinig begrip. Bedrog is bedrog, of het nu om klodderwerk of om hoogwaardige vervalsingen gaat.

Dat de hoofdverdachte en zijn drie helpers tot betrekkelijk milde straffen zijn veroordeeld, heeft te maken met de snelle bekentenis van Beltracchi en de zijnen. Oorspronkelijk was voorzien dat het proces lang zou gaan duren, met meer dan 150 getuigen en tientallen experts. Maar heel snel gooide Beltracchi het op een akkoordje: hij bekende alles en kreeg in ruil daarvoor een lichtere straf. Zijn vrouw kreeg vier jaar.

Tijdens het proces werd duidelijk hoe gemakkelijk het de vervalsers is gemaakt. De gefingeerde collectie van ‘Werner Jäger’ werd door veilinghuizen en kunsthandelaren moeiteloos en zonder verdere vragen voor echt aangenomen; de doeken werden niet of nauwelijks op originaliteit gecontroleerd, zogenaamd ‘zoekgeraakte’ certificaten wekten geen argwaan en experts keken slechts met een half oog naar deze prachtige onverwachte vondsten. Maar hun snelle oordelen leidden wel tot echtheidsrapporten op basis waarvan argeloze kopers zich veilig waanden. Op veilingen gingen de schilderijen grif van de hand.

Met het doek Rote Bild mit Pferden (1914) van Heinrich Campendonk ging het bijvoorbeeld zo: niemand had het ooit eerder gezien, maar kenners zagen er een sleutelwerk in van deze Duitse expressionist, die in 1957 in Amsterdam overleed. Het enthousiasme was groot, zelfs een Duits museum bood mee toen het op de markt kwam. De argwaan over de echtheid ontstond toen de koper het grondig liet onderzoeken. Daarbij werd ontdekt dat in de verf titaanwit zat, een stof die in 1914 nog niet als pigment werd gebruikt. Zo kwam de bal aan het rollen en klopte de Duitse politie na noest speurwerk uiteindelijk bij Beltracchi aan.

De Duitse en internationale kunstwereld stond na de onthullingen over de miljoenenvervalsingen lelijk te kijk. De zaak-Beltracchi heeft in ieder geval in Duitsland tot enige zelfreflectie geleid. Dat uitgerekend de Duitse Gründlichkeit als veelgeprezen nationale eigenschap kennelijk weinig waard is in de kunsthandel, werd als ronduit pijnlijk ervaren.

Beltracchi moet zes jaar de cel in. Ook achter de tralies hoopt hij de penseel te hanteren. Zijn advocaat Reinhard Birkenstock zei gisteren na afloop van het proces: „Hij zal blijven doen, wat hij kan: schilderen.”