Maak van internet een schoolvak

Volwassenen denken dat jongeren alles kunnen op internet, maar een simpele zoekopdracht is al te veel gevraagd, weten Ewoud Sanders en Marie-José Klaver.

Nederland is internationaal koploper wat betreft internetgebruik en breedbandaansluitingen. Alle Nederlandse jongeren zijn volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek online en 91 procent van hen is actief op sociale netwerken.

Minimaal 20 procent van de jongeren komt volgens onderzoek van de Universiteit Twente in aanraking met cyberpesten. Jonge sollicitanten worden steeds vaker afgewezen vanwege compromitterende foto’s die ergens op het net rondzwerven of vanwege andere online-uitlatingen.

Volwassenen gaan ten onrechte ervan uit dat alle jongeren digitaal vaardig en competent zijn. Ze zijn immers met internet opgegroeid. Uit diverse onderzoeken blijkt evenwel dat jongeren heel weinig van internet weten. Ze doen weliswaar veel op internet, maar weten bijvoorbeeld niet of nauwelijks hoe zoekresultaten tot stand komen of wie er achter dagelijks geraadpleegde sites als Wikipedia en YouTube zitten.

Wie als leraar, ouder of wetenschapper meekijkt met jongeren die iets op internet opzoeken, lezen of publiceren, ziet dat ze grote moeite hebben met zowel eenvoudige taken (een adres in een routeplanner invoeren of een woord op een pagina tekst vinden) als complexere (vier waardevolle bronnen vinden voor een profielwerkstuk, een document een logische naam geven opdat je het ook over vier maanden nog kunt terugvinden). Het is niet vreemd dat ze moeite hebben met dergelijke zaken. Ze hebben het nooit geleerd.

Het wordt dus hoog tijd dat ‘internet’ een vak wordt op de basisschool en in het voortgezet onderwijs. Als kinderen zouden leren hoe internet precies werkt, zouden ze zich beter kunnen weren tegen digitale pesters. Ze zouden ook leren hoe ze hun privacy kunnen beschermen, opdat ze later niet voor onplezierige verrassingen komen te staan omdat virtuele ‘jeugdzonden’ onuitwisbaar blijken te zijn.

In de internetles zou ook veel aandacht moeten worden besteed aan slimmer zoeken. Scholieren krijgen soms te horen: „je moet iets over slavernij opzoeken, maar je mag Wikipedia niet als bron gebruiken”. Dit doe je bijvoorbeeld met de simpele zoekopdracht ‘slavernij -site:nl.wikipedia.org/wiki/’. Het pijnlijke is dat de meeste leraren dit zelf ook niet weten. Sterker nog – uit onderzoek van Google blijkt dat 90 procent van de onderwijzers in de Verenigde Staten zelfs niet weet dat je met de toetscombinatie ‘ctrl + f’ op een webpagina kunt zien waar een gezocht woord staat. Op middelbare scholen geldt dit voor 75 procent van de leraren en op universiteiten toch nog altijd voor 50 procent van de docenten.

We hebben geen reden om aan te nemen dat leraren in Nederland veel beter scoren. ‘Internet’ zal dus niet alleen een verplicht vak moeten worden op basis- en middelbare scholen, maar ook op lerarenopleidingen. Leraren kunnen een en ander immers pas overtuigend overdragen als ze het eerst zelf goed in de vingers hebben.

Wordt op dit terrein dan niet al van alles gedaan? Op sommige basisscholen wordt wel aandacht aan internet besteed, maar niet als apart vak. Wel komt het af en toe ter sprake tijdens bijvoorbeeld maatschappijles – „niet zomaar gaan chatten met mensen die je niet kent”. Op sommige middelbare scholen leren kinderen tijdens ‘informatiekunde’ onder meer hoe ze presentaties moeten maken met PowerPoint.

Dit is niet voldoende. Internet is een complexe bron, die bovendien doorlopend in ontwikkeling is. Het niveau van de internetlessen zou moeten meegroeien met het niveau van de leerlingen.

Veel docenten op universiteiten en hogescholen klagen dat studenten nauwelijks in staat zijn om onbetrouwbare van betrouwbare bronnen te onderscheiden. Praktische lessen ‘geavanceerd zoeken op internet’ in de hoogste klassen van het middelbaar onderwijs, waarbij leerlingen per opdracht moeten documenteren hoe ze tot bepaalde zoekresultaten zijn gekomen, hadden dit kunnen voorkomen.

‘Internet’ moet zo snel mogelijk een verplicht vak worden. Geen ander medium heeft ooit zo veel invloed gehad op ons leven en geen ander medium is ooit in zo’n korte tijd uitgegroeid tot zo’n belangrijke bron van informatie. Aan deze bron zitten allerlei haken en ogen, die je van jongs af stapsgewijs zouden moeten worden bijgebracht.

Ewoud Sanders is zoekdeskundige en taalhistoricus. Marie-José Klaver is ict-journalist en leraar Duits in het voortgezet onderwijs.

    • Ewoud Sanders
    • Marie-José Klaver