Jannes vader leek een sul, tot hij het geloof vond

Ellen Heijmerikx: Wij dansen niet Nieuw Amsterdam. 192 blz. 16,50

‘Zoals IJze sigarenbandjes spaarde in een blik.’ Dat zijn slechts zeven woorden. Maar Ellen Heijmerikx heeft er genoeg aan om te laten zien hoeveel ruimte de vader van Janne en diens broer IJze van zijn vrouw krijgt. Het is een keurige man, die vader, met een keurige baan, maar ‘eigenlijk had hij boer willen worden, maar dan was haar moeder [Jannes moeder dus] niet met hem getrouwd’. En nu hangt hij dus maar de hobbyboer uit: ‘Wel hielp hij boer Joor met melken en spaarde hij konijnen in de schuur, zoals IJze sigarenbandjes spaarde in een blik.’

Een voortreffelijk zinnetje over een man die buitenspel staat in zijn eigen huwelijk. Hij is misschien wel een beetje te eenvoudig voor zijn vrouw. Wanneer hem op zijn werk een ongeluk overkomt en hij thuis de wind van voren krijgt (‘Wat heb ik aan een vent die niet [...] capabel is om door te leren of meer te verdienen dan zijn eigen vrouw?’) gaat het roer om in het gezin. Ze sluiten zich aan bij een strenge geloofsgemeenschap en zweren alle aardse genietingen af. Waarom de moeder, zelf afkomstig uit een ontwikkeld gezin, ook bereid is die stap te nemen en al haar vrijheden in te leveren maakt Heijmerikx niet helemaal aannemelijk.

Je aansluiten bij zo’n devoot gezelschap is voor sommige mannen een uitgelezen kans om status te verkrijgen. Jannes vader leek een jandoedel, tot ze zich bij die geloofsgemeenschap aansloten. ‘Haar vader was geen domme arbeider, zoals de buren in de straat beweerden, haar vader was een broeder die Gods woord verstond, een leider die geroepen was om het evangelie te brengen en op wie iedereen trots kon zijn.’

Maar het is vooral in het eerste deel van het boek dat Heijmerikx met bewonderenswaardige precisie laat zien hoe een gezin aan het wankelen wordt gebracht.

Sebastiaan Kort