Jan van V. had onvervalste ambitie

Omkopen? Dat was in de vastgoedsector volstrekt normaal. Van V. wordt gebruikt om de hele vastgoedsector aan te pakken, vindt zijn advocaat.

Voor een beetje gezonde ambitie hoef je je niet te schamen. En dat heeft Jan van V. ook nooit gedaan, zei zijn advocaat Willem Koops gisteren in de Haarlemse rechtbank. „Hij wilde de top bereiken. Hij wilde rijk worden. Succes hebben en respect krijgen van de concurrenten in het vastgoed.” Kortom, Jan had onvervalste ambitie.

En hij heeft de top bereikt, meende advocaat . Na een jarenlange carrière in het vastgoed, waarin hij tientallen miljoenen euro’s binnenhaalde, werd hij in november 2007 opgepakt. Hij was de hoofdverdachte van de vastgoedfraude. Justitie verdenkt hem van omkoping, valsheid in geschrifte, witwassen en de vorming van een criminele organisatie waarvan hij het brein was.

Jan van V. trof een schikking die hem ruim 75 miljoen euro kostte. Daarmee wilde hij de schade vergoeden. Zijn loopbaan is kapot, z’n vermogen is hij kwijt en justitie eiste eind september een gevangenisstraf van 7 jaar tegen hem. Een ongekend hoge straf, volgens advocaat Koops. Want nog nooit had een verdachte van niet-ambtelijke omkoping een celstraf tegen zich horen eisen, zei hij. „Maar dat was niet de top die hij voor ogen had.”

Na maanden van inhoudelijke behandeling van de grootste fraudezaak in de Nederlandse geschiedenis hield de advocaat van hoofdverdachte Jan van V. gisteren zijn pleidooi. En daarin wilde hij graag het imago van zijn cliënt wat proberen bij te stellen. Zijn cliënt was geen godfather, geen huurmoordenaar, geen plunderaar, geen rover en geen afperser. „Nee, Jan van V. is een voormalig omkoper.” Want daar deed Koops niet moeilijk over. Ja, de vastgoedman had in zijn loopbaan geregeld mensen omgekocht. Sterker nog, dat was volstrekt normaal.

Maar dat er sprake was van een criminele organisatie? Onzin, volgens Koops. Zijn cliënt had gewerkt met gelegenheidscoalities. Witwassen? Had zijn cliënt zich ook niet schuldig aan gemaakt. De vastgoedman had namelijk altijd alles netjes bij de belastingdienst opgegeven. Van alle betalingen waren facturen. Dat de omschrijving op die facturen niet altijd klopte? Dat was logisch, dat zet je niet op een factuur.

Met het pleidooi probeerde advocaat Koops het inktzwarte beeld dat het Openbaar Ministerie (OM) eind september van Jan van V. schetste wat lichter te maken. Het OM had de vastgoedman de grootste manipulator van alle verdachten genoemd. Het brein. De man die aan alle touwtjes trok. Plunderen, besodemieteren. Geld, dat was alles wat voor Van V. telde, had het OM gezegd. En de strafzaak en de eis tegen hem moest volgens het OM als voorbeeld dienen voor de Nederlandse maatschappij. „De integriteit van het Nederlandse bedrijfsleven staat op het spel en daarmee het vertrouwen in ons economisch systeem.”

Maar volgens advocaat Koops was deze visie van het OM op deze strafzaak nou net het probleem. Zijn cliënt wordt gebruikt om de hele vastgoedsector aan te pakken. Dat moet niet, zei hij tegen de rechtbank. „U moet niet over de rug van hem afrekenen met een complete branche.” Want wat zijn cliënt had gedaan, was de modus operandi in de vastgoedbranche. En dat werd volgens Koops bovendien gedoogd door bijvoorbeeld de belastingdienst en justitie. Maar na de bouwfraude was er harde kritiek op de belastingdienst en het OM dat bedrijfscorruptie blijkbaar jarenlang gedoogd was. Met deze strafzaak probeert justitie zich te revancheren, meent Koops

Zo was zijn cliënt ineens de kop van jut geworden. „Een arbitraire”, meende Koops. Er had ook zomaar een andere vastgoedman kunnen zitten. De advocaat noemde wat namen. „Muermans, Hilders, Groenewoud, Harry Mens.”

De kop van jut hoorde het pleidooi de hele dag onverstoorbaar aan. Het fikse pak papier van zijn advocaat bleef dicht. De gevallen vastgoedman luisterde en schreef soms wat op. Naast hem stond zijn leren koffertje, met daarin een stapeltje papieren, een pakje boterhammen en een stukje fruit voor in de pauze.