'Jaffe Vink is selectief'

De Nederlandse media houden zich bezig met ‘rampenjournalistiek’. Dat is de conclusie van Het gifschip. Verslag van een journalisitiek schandaal dat deze week is verschenen. Het boek, geschreven door filosoof en schrijver Jaffe Vink, oud-hoofdredacteur van het blad Opinio, gaat over de Probo Koala, het schip dat in 2006 in West-Afrika afval dumpte. Destijds werd door diverse media gemeld dat de dumping tientallen doden en duizenden gewonden veroorzaakte.

Volgens Vink zijn er bij de ramp geen doden gevallen. Hij verwijt milieuorganisatie Greenpeace en de Nederlandse media het nieuws te hebben opgeklopt door te schrijven dat er sprake was van een groot gifschandaal.

Vooral de Volkskrant krijgt van Vink een veeg uit de pan. Onterecht, meent hoofdredacteur Philippe Remarque. Hij vindt dat Vink voor zijn boek „selectief” te werk is gegaan. Volgens Remarque plaatsten meerdere media in eerste instantie het nieuws over de dodelijke slachtoffers. „De regering van Ivoorkust stelde officieel 15 doden vast. Ook de internationale persbureaus maakten er melding van. We hadden ons achteraf gezien minder moeten laten leiden door de informatie die de Ivoriaanse media naar buiten brachten. Toen later bleek dat het bericht over doden niet bewezen was, hadden we daar bij de Volkskrant inderdaad ruimer aandacht aan kunnen besteden.”

Remarque wijst erop dat Vink zich vooral richt op de beginperiode van de affaire. „Maar hij schrijft nauwelijks over het werk dat de Volkskrant daarna heeft verricht. Wij hebben drie jaar lang artikelen geschreven over Trafigura. Dit bedrijf gaf immers de opdracht aan een schimmig bedrijfje om het afval te dumpen.” Ook wijst Remarque erop dat Vink nooit contact heeft opgenomen met de Volkskrant. „Dat vind ik kwalijk, je moet toch ook wederhoor toepassen.” Morgen zal de ombudsvrouw van de Volkskrant het boek van Vink bespreken en op de kwestie ingaan.