'Ik zoek met liefde naar onze tekortkomingen'

Sara Kroos (30) bereidt haar zesde cabaretprogramma Voor de Leeuwen perfectionistisch voor. Door zelfstudie, praten met theologen en veel proef-spelen – zelfs in huiskamers.

Sara Kroos Rogier Veldman ©

De man op de eerste rij is een hobbyboer, vertelt hij aan Sara Kroos. Hij houdt koeien en stieren. „Het insemineren doe je zelf?” vraagt Kroos.

Een week voor de première doet Sara Kroos in Barneveld een try-out voor haar nieuwe cabaretprogramma Voor de leeuwen. Ze improviseert veelvuldig in gesprekjes met het publiek. Grapjes maken ten koste van mensen in de zaal mag niet, zegt ze de volgende ochtend „Nee, die man heeft geen spijt van zijn antwoorden. Ik peil blikken, tot rij 6 kan ik iemand in de ogen kijken. Het gesprek moet respectvol zijn.” De cabaretière wil haar show spannend maken, legt ze uit. Daartoe speelt ze ook met vuur, letterlijk.

Kroos is pas dertig, maar dit is al haar zesde programma. Al vanaf haar achttiende heeft ze de naam een giftig type te zijn; fel en rauw, met bruuske humor en fijnzinnige liedjes. Voor het lied Nachtkaravaan uit haar vorige show, Boheems, ontving ze de Annie M.G. Schmidt-prijs. Haar bekendheid bij het grote publiek vergrootte ze voor die tijd als vaste medewerker van improvisatiegezelschap De Lama’s op televisie.

De verslaggever heeft in Barneveld nog een oude versie van de show gezien, zegt Kroos meteen. Dat heeft ze die ochtend besloten. Er is een scène waarin ze op een wc-hokje afluistert hoe een vrouw in een ander hokje door twee andere vrouwen wordt geïntimideerd vanwege haar promotie. Als de twee belagers weg zijn, gaat Kroos er nog eens overheen. „Maar ik noem haar geen bedrijfsslet meer. Dat gescheld is eruit. Van dat soort terminologie wil ik wegblijven. De vorige try-out speelde ik te klein, gisteren was het te vet en te heftig. Ik moet ergens daartussen gaan uitkomen. Dat het fout gaat, en fout mag gaan, dat is het fijne en verschrikkelijke van try-outen.”

Deze keer bewandelde ze bij het samenstellen van het programma een bijzondere weg. Voor de zomer speelde ze met twintig minuten materiaal geregeld in huiskamers, om te oefenen en het programma te laten groeien. Spelen bij mensen thuis blijft ze doen, de komende tijd.

Die intimiteit sluit aan bij de cruciale vraag die Kroos opwerpt in haar programma: hoe verhouden we ons tot de ander, hoe kun je samen leven. Die kwestie leidt haar langs verhalen over samenwonen met haar eigen vrouw, over inkijkjes bij de buren, over haar moeder en het verzorgingstehuis, vrijwilligerswerk en groepsvakanties.

Herman Finkers leidt vanaf een bandje de voorstelling in. Hij citeert Sartre: ‘De hel, dat zijn de anderen’. Waarom de hel, is de vraag aan Kroos. „Samenleven is niet gemakkelijk, omdat de meeste mensen zo onhandig in de omgang zijn. We weten niet wat we moeten doen, we snappen niet hoe de ander denkt. Er is angst voor wie we niet kennen. We kunnen ook slecht delen wat we hebben, macht, status. Dat gaat ook over mijzelf. Mezelf inleven is moeilijker dan me uitleven op een ander.”

Lastig is bijvoorbeeld dat haar eigen vrouw voortdurend denkt dat ze inbrekers hoort, vertelt ze op het podium. En dan moet ‘Saar’ uit bed en op onderzoek. „Ik ben zo’n beetje het mannetje thuis.”

Een jaar lang heeft ze zich grondig voorbereid, met historisch onderzoek, gesprekken met theologen over onder meer het boek Daniël, waarin Daniël voor de leeuwen wordt gegooid maar wordt beschermd door een engel van God. En met het bestuderen van de video-opnames die ze elke avond laat maken. „Het moet niet zo overkomen, maar dit is een heel doordachte voorstelling. Ik ben een perfectionist.”

Dat laat ze ook merken door voortdurend zelf vragen te stellen: wat ik van scènes vond, of ik ze begreep; en vervolgens uit te leggen hoe zij ze bedoelt. Een bezwaar van de try-out in Barneveld, zeg ik, was dat ze soms abrupt van toon wisselt. In de voorstelling laat Kroos zich ook kennen als macho, een sympathieke ‘dictatoresse’. Maar in de liedjes en naar het einde toe toont ze zich juist van een kwetsbare kant. „Dat ben ik allebei. Het is geen worsteling voor mij. Die tegenstrijdigheid hoort bij mij. Ik ben heel zwart-wit.”

Een van haar inkijkjes in de show is bij een buurtsuper, „zo’n winkel waar ze nooit wat hebben”. Dat staat voor het leven, zegt Kroos dan. „Je gaat naar binnen met allerlei wensen en je komt thuis met van alles wat je niet nodig hebt.” Geestig. Maar het gaat haar om het meisje dat ze beschrijft, in de kamer achter de winkel, betoogt Kroos. Ze is kritisch op zichzelf: „Dat is een mooi, breekbaar beeld. De kijker moet met mij meedraaien in die emotie, weg van de lach. Als jij dat niet voelde, moet ik het meer kleur geven.”

Om te benadrukken dat ze ouder wordt, gaat het ook al even over de dood. „In mijn eerste programma’s was ik vooral erg bezig met het vormgeven van mijn persoonlijkheid. Ik ben nu meer naar buiten gericht. Ik heb een dochter van acht en een vrouw, ik heb meer te verliezen. Ik voel die angst.”

Mooi is hoe ze een lied zingt alsof de dood zelf aan het woord is – een tekst van romancier Arthur Japin. „Hij beschrijft de dood als vriend. Nou, ik dacht het niet, Arthur! Het duurde wel even voor ik aan die tekst gewend was.”

Met de dood scheert ook het geloof langs. De gereformeerd opgevoede Kroos heeft haar geloof niet afgezworen, zegt ze, ondanks negatieve ervaringen met de kerk. „Wat mensen doen, heeft niets met geloven te maken. De grappen die ik maak over gelovigen vindt zelfs mijn moeder goed te doen, en die is streng gelovig.”

Met de jaren is ze losser geworden, zegt ze. „Minder van dik hout. Ik kampte met de basisonzekerheid dat het niet leuk zou zijn. Laat maar komen, denk ik nu.” Grappig wordt het als het niet grappig bedoeld is, maar als ze ‘natuurleuk’ is (zoals Kees van Kooten zei). Daar streeft ze naar. „Ik vertel het zoals ik het zie.”

Vandaag verschijnt ook haar verhalenbundel Doorkijk. „Dat boek past goed bij deze voorstelling. Het zit vol aandoenlijke zonderlingen, voor wie ik levens fantaseer. Alleen is de toon ingetogen, naar binnen toe. Mijn blik is hetzelfde. Ik hou van wereldleiders die zich verslikken, het vlekje op het pak, van de kleine mens achter de grote status.”

Het is haar er niet om te doen de mens te ontmaskeren. „Nee, dat klinkt zo negatief. Het gaat mij niet om de donkere ondergrond van het menselijk karakter. Ik zoek waar de struikeling zit, maar op een liefdevolle manier.”

Sara Kroos: ‘Voor de leeuwen’. Première vandaag, Kleine Komedie A’dam. Tournee t/m mei 2012.‘Doorkijk’, Veen, 176 blz, € 14,95.