Geschiedenis zie ik als een zijtak van de biologie

In ‘De val van het westen’ onderzoekt de Brit Ian Morris als een humanist de rangorde van culturen in de geschiedenis. Waarom is de Arabische wereld op zeker moment gezakt? En hoe lang blijft het Westen nog aan kop? „Als de aarde 5 procent warmer wordt, betekent dat niet het einde van de mensheid.”

Waarom heerst het Westen? En hoe lang nog? Dat was de immense taak waaraan de Britse historicus en archeoloog Ian Morris zich zette: klaarheid brengen in de natte-vinger-discussie over de ‘superioriteit’ van de westerse wereld. In Why the West Rules – for Now, dat onlangs in het Nederlands verscheen, traceert hij aan de hand van een massa historische feiten de separate ontwikkeling van Oost en West vanaf het begin van de mensheid. De hegemonie van het Westen in de afgelopen tweehonderd jaar is onbetwistbaar, stelt hij, maar loopt nu ten einde.

Individuen hebben op de lange termijn weinig invloed op de loop van de geschiedenis

Morris, die doceert aan de Amerikaanse Stanford University, schreef eerder studies over de Oudheid; zijn jongste boek is niet alleen zijn eerste voor een groot publiek – het heeft dat publiek ook gevonden. In Londen, waar ik Morris spreek, ligt de paperbackeditie in hoge stapels in boekhandels. Morris: „Wanneer je een paar academische boeken hebt geschreven, wordt het routine. Ik wilde al lang schrijven over dit onderwerp, maar het bleek zo veelomvattend dat ik meerdere malen kopje onder dreigde te gaan. Er was zoveel wat ik niet wist. En van wat ik wel wist, bleek zoveel achterhaald.”

Behalve van een indrukwekkende hoeveelheid kennis getuigt uw boek ook van lef. U durft de mate van ‘sociale ontwikkeling’ van culturen in diverse historische perioden in een puntensysteem onder te brengen.

„Ik kreeg daar behoefte aan toen ik andere studies over dit onderwerp las. De een vindt dat de westerse overmacht bij de Romeinen begint en concentreert zich op die periode, terwijl de ander alleen de periode vanaf de Industriële Revolutie onder de loep neemt.

„Bovendien ontbrak het aan criteria om die overmacht te meten. Ik stel die criteria wel vast, zoals de mate van stedelijke ontwikkeling, geografische expansie, het vermogen om oorlogen te voeren. Aan de hand van de beschikbare kennis bepaal ik de mate van de sociale ontwikkeling van culturen. Ik denk echt niet dat je objectief bent zodra je alles in cijfers uitdrukt. En je kunt zeggen dat mijn cijfers of criteria niet kloppen, maar we weten nu in ieder geval wel waarover we spreken.”

Met de titel begeeft u zich al in een mijnenveld. U schopt tegen de schenen van degenen die vinden dat het geen pas geeft over de superioriteit van het Westen te spreken, en van degenen die denken dat die overmacht een natuurlijk gegeven is.

„De onderliggende vraag is: wat bepaalt de loop der geschiedenis? De grote historische figuren? De superioriteit van een bepaalde cultuur of religie? Is het een samenloop van omstandigheden? Mijn conclusie is dat het in de eerste plaats een kwestie van geografie is. Om dat aan te tonen concentreer ik me juist op de beslissende episoden, waarvan mensen tot dusver zeiden dat historische persoonlijkheden, cultuur of religie er een doorslaggevende rol in speelden.

„In de vijftiende eeuw stopten de Chinezen hun ontdekkings- en handelsreizen per schip naar India en Afrika. Men zegt altijd dat dat het moment was waarop het Westen op voorsprong kwam. In zekere zin is dat ook zo. Maar als je er goed naar kijkt, blijkt het niet de domme fout van een bepaalde Chinese keizer te zijn geweest. De Chinezen waren het centrum van de wereld en hadden maar heel weinig te winnen met die reizen. Europa was voor hen een plaats waar je inferieure geweren voor een te hoge prijs kon kopen. De Grote Oceaan hield voor China geen enkele commerciële belofte in. Het was volkomen logisch dat ze hun vloot ontmantelden.

„In Europa was de noodzaak om uit te varen er wel – om een zo kort mogelijk route naar China te vinden. Dat is wat Columbus, tegen alle adviezen in, probeerde. Tot de dag van zijn dood was hij ervan overtuigd dat hij in Azië was geweest.”

Grote mannen en vrouwen, of ideeën, spelen maar een beperkte rol in de geschiedenis, beweert u.

„Neem Churchill, die nu in veel polls als de belangrijkste historische figuur van de twintigste eeuw wordt gezien. Het grootste deel van zijn leven gold hij als een mislukkeling. Hij was de man die het drama van Gallipoli op zijn naam had en opdracht gaf met scherp op stakende mijnwerkers te schieten. Natuurlijk maakt het iets uit dat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog aan de macht was, zonder hem zou Groot-Brittannië in 1940 waarschijnlijk een vredesverdrag met Hitler hebben gesloten. Maar was Churchill er niet geweest, dan zou de wereld er aan het eind van de 20ste eeuw niet heel anders hebben uitgezien. Er zou zeker zoiets als een Koude Oorlog tussen supermachten zijn geweest, alleen was Centraal-Europa daar dan een van geweest. Op de lange termijn hebben individuen weinig invloed op de loop van de geschiedenis.”

Veel mensen zullen daar niet aan willen. Net als uw ontkenning dat sommige culturen in hun aard superieur zijn aan andere. Mensen over de hele wereld zijn min of meer hetzelfde, zegt u.

„Je kunt niet zeggen dat er iets inherent aan de islam is dat inferieur is aan westerse culturen. Dan kun je de grote bloeiperiode van de islam, die eeuwen geduurd heeft, niet verklaren. Wat in de islamitische wereld heeft plaatsgevonden zie je in de geschiedenis steeds opnieuw gebeuren. De Arabische wereld kon zich lange tijd een centrum van beschaving wanen. Toen volgde een aantal catastrofale nederlagen en schoof het centrum van de islamitische wereld op naar Turkije en naar India.

„Daarop kwam de overmacht van het Westen in de late zeventiende en de achttiende eeuw. De reactie die volgde kun je vergelijken met wat er in China gebeurde na de komst van de Mongolen. Men verloor zich in het glorieuze verleden, riep op om terug te keren naar de zuivere leerstellingen van de voorvaderen. Dat is wat er de afgelopen tweehonderd jaar in de Arabische wereld is gebeurd.

„De Arabische lente had voorspeld kunnen worden. De landen waarin die plaatsvindt liggen in de periferie van het ontwikkelde Europa. Men voelt zich aangetrokken tot de materiële welvaart van Europa, de vrijheid en de voorsprong in technologie. Niemand had kunnen voorspellen dat in Tunesië een groenten- en fruitverkoper zichzelf op een dag in brand zou steken en dat die gebeurtenis de val van zoveel regimes zou inluiden. Had hij het niet gedaan, dan hadden corrupte mannen als Mubarak nog een paar jaar kunnen blijven zitten. Maar over een aantal jaren zullen historici concluderen dat die opstand onontkoombaar was.”

Mensen in grote groepen zijn min of meer hetzelfde, zegt u. Ook dat druist in tegen ons geloof in individuele uniekheid.

„Mensen zouden daar niet geschokt over moeten zijn, want die notie ligt ten grondslag aan de democratie. Twee mensen zijn onderling heel verschillend, maar in grote groepen vind je steeds dezelfde karaktertypes. Bij de opgravingen waar ik als archeoloog aan meegewerkt heb, zag je dat ook. Ieder jaar arriveerde een nieuwe groep van vijftig tot honderd mensen, die vaak een heel verschillende achtergrond hadden, en steeds weer herkende je dezelfde types onder hen: de feestbeesten, de loners, enzovoort. In echt grote groepen, zoals de bevolking van Europa of China, vind je in beide dezelfde karakteristieken en categorieën. Ik zie geschiedenis dan ook als een zijtak van de biologie. Je richt je op de studie van één bepaalde dierensoort.”

Een vorm van wetenschappelijk humanisme.

„Zeker. Ooit vonden humanisten dat ze ongeveer hetzelfde waren als wetenschappers. In de zestiende en zeventiende eeuw schreven ze tragedies, deden onderzoek, stelden adviezen voor de machthebbers op. Later vond vergaande specialisatie plaats. Dat was nodig, maar er ging ook iets verloren. De ontwikkelingen in de natuurwetenschappen van de afgelopen vijftig jaar zijn van het grootste belang voor historici. Als je nu wilt weten waarom het lezen van Shakespeare zoveel meer met je doet dan het lezen van de achterkant van een doos cornflakes, dan zul je iets van neurowetenschappen moeten weten. Andersom ook: onderzoek je wat er in je hersenen gebeurt als je Shakespeare leest, dan zul je zijn werk ook moeten bestuderen.”

Kennis van het verleden, schrijft u, stelt ons in staat iets over de toekomst te zeggen. Er zijn weinig historici die dat zo uitgesproken durven stellen.

„Men is te voorzichtig. Begrijpelijk. Aan de grote ideologieën van de twintigste eeuw, het communisme en het fascisme, lag een theorie van de geschiedenis ten grondslag waar niet aan te tornen viel. Met alle desastreuze gevolgen van dien. Tegelijk denk ik dat maar weinig mensen zullen vinden dat kennis van de geschiedenis niet behulpzaam is bij het denken over wat te gebeuren staat.

„In mijn boek besteed ik veel ruimte aan het wegen van verschillende biologische verklaringen voor de heerschappij van het Westen. Dat kun je onsmakelijk vinden, maar ik vind dat je het serieus moet onderzoeken. Vooralsnog lijkt het erop dat biologische verschillen geen rol spelen bij sociale ontwikkeling.”

Aan het eind schetst u enkele inktzwarte toekomstscenario’s. Toch lijkt u me geen pessimist.

„Omdat we meer van de wereld weten dan ooit. Je ziet dat bij pandemieën van virussen, zoals de vogelgriep. Die verspreidt zich razendsnel over de wereld, maar de wetenschap weet die uitbraak ook snel te ondervangen. Men is er steeds op tijd bij.

„Epidemieën in het verleden hebben hoge percentages van bevolkingen uitgeroeid, maar nooit 100 procent. Als de aarde 5 procent warmer wordt, dan veroorzaakt dat reusachtige problemen, maar het betekent niet het einde van de mensheid. Wordt het meer dan 5 procent, dan voorzie ik een catastrofe in juist die landen in het Midden-Oosten en Centraal-Azië die toch al wankel zijn. De mensen zijn daar arm, de staten zwak, en men beschikt over nucleaire wapens. Bovendien is het Westen van hen afhankelijk als bron van energie. Als daar een milieuramp plaatsvindt, krijg je massale migratie, storten staten in en volgen nucleaire conflicten. Het moet raar lopen wanneer de grote mogendheden daar niet bij betrokken raken.

„Verder is het lastig om voor te stellen wat er gebeurt wanneer de sociale ontwikkeling in oost west blijft doorgaan in het huidige tempo. Zoiets hebben we in de hele geschiedenis niet meegemaakt. Hoe die wereld er dan uit zal zien, kan ik niet zeggen. Niemand. Ik durf wel te zeggen dat hij voor ons onherkenbaar zal zijn.”