Geen verantwoording over miljarden Europees noodfonds

De rekenkamers in Europa slaan alarm over het veelbesproken noodfonds. Er gaan miljarden naar Griekenland zonder dat er iemand naar de doelmatigheid kijkt.

Kees Vendrik Lid van de Tweede Kamer en vice-fractievoorzitter Groen Links Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 15-10-2008

De discussie over het Europese noodfonds gaat vooral over de omvang. Momenteel zit er 440 miljard euro in. Bedoeld om landen en mogelijk ook banken in het eurogebied te redden. En wellicht groeit het uit tot een omvang van 1.000 miljard euro, zo werd op de Eurotop deze week afgesproken. Maar wordt er over dit immense bedrag ook verantwoording afgelegd? Nee. Dat is niet geregeld. „Dit doet het Europese project geen goed”, zegt Kees Vendrik, collegelid van de Algemene Rekenkamer.

Het permanente noodfonds ESM is wellicht vanaf volgend jaar al actief. Juist omdat hulp aan bijvoorbeeld Griekenland zo politiek gevoelig ligt. Waarom is er geen enkele controle op de bestedingen, los dan van accountantscontrole achteraf?

„Dat wordt voor mij speculeren, maar ik denk dat de politiek vooral bezig is geweest met het regelen van de voorkant van de regeling. Ook bij de Eurotop deze week is het voor zover ik weet niet geregeld. Minister De Jager van Financiën heeft deze week wel aan de Kamer laten weten het volledig met ons eens te zijn dat er publieke verantwoording moet komen.

„Nu zijn er alleen afspraken gemaakt over het bestuur van het ESM [Europese Stabilisatie Mechanisme]. En over accountantscontrole achteraf. Maar er is niets geregeld over controle op doelmatigheid. Er wordt geen enkele publieke verantwoording afgelegd, zoals dat wel gebeurt over Nederlandse rijksuitgaven.”

Wat is uw grootste angst? Dat er van die miljarden aan noodsteun geld aan de strijkstok blijft hangen?

„Het gaat niet om angst. Het gaat erom dat dat we hier feitelijk spreken over overheidssteun en dat daar gewoon controle op moet zijn.

„Alle nationale rekenkamers in de eurolanden maken zich hier zorgen over. Daarom roepen we ook op om een zogeheten board of auditors in te stellen die voor de publieke controle moeten zorgen. Zo’n board moet compact zijn en niet uit meer dan vijf mensen bestaan. Dus zeker geen vertegenwoordiging uit elk van de zeventien eurolanden. Ik merk veel goodwill over de oproep van de nationale rekenkamers, dus ik ga er vanuit dat het goed komt.”

Zit er bij sommige landen een politieke agenda achter? Een onderzoek naar doelmatigheid zou wel eens andere zaken aan het licht kunnen brengen.

„Die vraag suggereert dat er landen zijn die bewust transparantie proberen te voorkomen. Daar ga ik helemaal niet van uit. Het is toch niet vreemd dat we aan de bel trekken als de publieke verantwoording ontbreekt die wij volstrekt normaal vinden? Het is ons al een doorn in het oog dat er over bepaalde Europese fondsen geen verantwoording wordt afgelegd. We willen achteraf kunnen zien of de steun zin heeft gehad.”

In Griekenland bleken de statistieken over de economie niet te kloppen. Hoe is het daar met de nationale Rekenkamer gesteld?

„Daar heb ik geen zicht op. Ik weet wel dat er in Europa twee types Rekenkamers zijn. Wij behoren tot de Angelsaksische school, waar doelmatigheid van uitgaven en systematiek veel aandacht krijgt. Andere Rekenkamers, zoals die in Frankrijk, zijn meer juridisch georiënteerd en kunnen sancties opleggen.

„In sommige landen bieden wij op verzoek steun aan collega-rekenkamers, ook in Europa. Maar het zou wat paternalistisch zijn om dat ongevraagd te doen. En in Griekenland is de aandacht vooral uitgegaan naar foute statistieken. Dat gaat buiten een rekenkamer om. Wij controleren hier ook niet de gegevens van het Centraal Bureau voor Statistiek.”