Geen gif in het gifschip en geen zelfkritiek in de krant

In zijn boek ‘Het gifschip' reconstrueert en hekelt Jaffe Vink de berichtgeving over de lozing van afval in Ivoorkust.

Greenpeace activists paint on the tanker, the Probo Koala, in the harbour of Paldiski September 25, 2006. Oil trader Trafigura on Monday denied waste it offloaded in Ivory Coast was poisonous, saying independent analysis showed the chemical sludge blamed for seven deaths met international safety standards. However, Greenpeace has maintained pressure over the scandal by blockading the tanker, the Probo Koala, in Paldiski and demanding a European probe. NO SALES NO ARCHIVES REUTERS/Greenpeace/Christian Aslund/Handout (ESTONIA) REUTERS

De Probo Koala, was dat niet dat gifschip dat in 2006 tonnen zwaar giftig scheepsafval liet dumpen in de buitenwijken van Abidjan, Ivoorkust? Met als gevolg tientallen doden en tienduizenden zieken? Alleen maar omdat eigenaar Trafigura het te duur vond om het in Amsterdam te laten verwerken?

Gelukkig hebben ze later een flinke schadevergoeding moeten betalen aan de tienduizenden slachtoffers. En hebben ze in Amsterdam vorig jaar nog een miljoen euro boete gekregen. Inderdaad, een klassiek gifschandaal met een heldenrol voor de internationale onderzoeksjournalistiek die hier jarenlang bovenop gezeten heeft.

Het probleem is alleen: het gedumpte afval was niet levensgevaarlijk. Er zijn helemaal geen tientallen doden gevallen en evenmin zijn er tienduizenden bewoners van Abidjan ziek geworden (Zie kader). Dat was al vrij snel bekend. In deze krant schreef wetenschapsredacteur Karel Knip onder de kop ‘Meer drama dan gif’ zes weken later al over het afval dat dit „weliswaar gruwelijk stinkt, maar dat het niet dodelijk is”.

Waarom de Probo Koala dan toch tot dat grote internationale gifschandaal is uitgegroeid, is nu te lezen in het boek Het gifschip. Verslag van een journalistiek schandaal van journalist Jaffe Vink (ondermeer bekend van de bijlage Letter en Geest in Trouw). Het boek bevat geen nieuwe onthullingen, maar biedt wel een uitgebreide reconstructie van de hele affaire. Daardoor krijgt de lezer eindelijk een totaalbeeld van de hele zaak, inclusief alle rapporten, rechtszaken en de hele controverse over de chemische samenstelling van het in Ivoorkust gedumpte afval. En dat is belangrijk want media hebben over het algemeen niet de neiging terug te komen op eerdere berichtgeving. Door de fragmentarische berichtgeving verkeert het publiek dan nog jaren in de veronderstelling dat er een groot gifschandaal was.

Volgens de reconstructie in Het gifschip heeft de Volkskrant in samenwerking met Greenpeace een leidende rol gespeeld in Nederland bij de beeldvorming rond de Probo Koala en hebben andere media en ook politici zich op sleeptouw laten nemen. Centraal daarbij stond de theorie dat zwavelwaterstof (‘een extreem giftige stof’) de boosdoener moest zijn geweest die tot vergiftiging zou hebben geleid. Vink verbaast zich erover dat er helemaal niets is gedaan met de bevindingen van Knip in NRC Handelsblad die toch al vrij snel (op basis van NFI-analyses van monsters uit het schip toen het nog in Amsterdam lag) tot de conclusie was gekomen dat er geen zwavelwaterstof (H2S) in het afval kon zitten omdat de pH-waarde te hoog was.

De media blijven vervolgens nog jarenlang doorgaan op het spoor van het dramatische gifschandaal, want dat was nu eenmaal vanaf het begin het meeste aantrekkelijke referentiekader: ‘Europa vergiftigt Afrika’ (Greenpeace). De term ‘gifschip’ raakte zo ingeburgerd dat zelfs NRC Handelsblad het woord bleef gebruiken in de nieuwskolommen, de kritische publicaties van de eigen wetenschapsredactie ten spijt. Ook het NOS Journaal moet het ontgelden in het boek: correspondent Saskia Dekkers vertelt trots in een interview met de VPRO Gids dat ze eigenhandig een gifmonster uit Abidjan gesmokkeld om het in Parijs te laten onderzoeken. Vink vraagt zich af waarom ze hier nooit iets over heeft gemeld in het NOS Journaal, maar wel de resultaten heeft overhandigd aan advocaten die bezig waren met een zaak tegen Trafigura.

Even verbazingwekkend is dat de Ombudsman van de Volkskrant eind 2009 vierkant achter de publicaties van Jeroen Trommelen is blijven staan met als argument dat de krant gelijk heeft, omdat Trafigura anders wel een proces had aangespannen. Wat Nederland betreft heeft het bedrijf zich beperkt tot een serie advertenties, maar in Engeland zijn wel degelijk rechtszaken aangespannen, bijvoorbeeld tegen de BBC die werd veroordeeld tot een rectificatie en het betalen van een schadeclaim. Andere media zoals the Guardian, The Times, The Economist en The Independent zijn teruggekomen op eerdere berichtgeving over de ‘giframp’ en hebben daarvoor publiekelijk excuus aangeboden.

Wat zich in de Britse media en de politiek allemaal heeft afgespeeld, inclusief het optreden daar van Trafigura, komt niet aan bod in het boek dat zich concentreert op Nederland. En dat is jammer, want dat zou de hele affaire in een breder perspectief hebben kunnen plaatsen. Nu lijkt het net alsof één Volkskrant journalist met de oogkleppen van Greenpeace op verantwoordelijk is voor het hele schandaal. Maar hoe kon het gebeuren dat al die gerenommeerde media zo lang zijn meegegaan met het schandaalverhaal? In hoeverre heeft Trafigura zelf ook niet bijgedragen tot een versterking van het schandaal en het idee dat het ‘gif’ in de doofpot werd gestopt? Zo werd The Guardian met een zogenaamde ‘superinjunction’ verboden om melding te maken van een eerder afgedwongen verbod (‘injunction’) op publicatie van een geheim rapport van Trafigura, over de mogelijke gevaren, opgesteld kort na de afvaldump. In dat opzicht is het boek te weinig kritisch over Trafigura en de manier waarop het bedrijf de pers heeft proberen te censureren. Het gifschip biedt een lezenswaardige reconstructie van de affaire in Nederland, maar verzuimt naar verklaringen te zoeken. In dat opzicht is het boek, hoewel spannend leesvoer, toch wel een gemiste kans.

Jaffe Vink: Het gifschip. Verslag van een journalistiek schandaal. Prometheus, € 9,95