Gedumpt door de krijgsmacht, na 23 jaar dienst

Zijn agressie was „mogelijk uitzendinggerelateerd”, maar ex-marinier Peter Bercx kreeg geen behandeling. „Toen kon ik als wandelende tijdbom weer aan het werk.”

Nederland, Amersfoort, 26-10-11 Veteraan Peter Bercx. © Foto Merlin Daleman

Als hij vertelt over zijn zwartste periode, schakelt hij over op de derde persoon. Dan vertelt hij hoe de posttraumatische stressstoornis (ptss) „steeds meer grip kreeg op het lichaam van Peter Bercx”. En: „Heel veel mensen last hebben gehad van agressie en intimidatie door Peter Bercx”.

Veteraan Bercx (47) wil „geen huilebalkverhaal” in de krant, want hij heeft na een schikking met defensie vorig jaar de strijdbijl begraven. Maar hij wil wel graag vertellen wat hem is overkomen nadat hij vier keer was uitgezonden. Zodat mensen weten dat het anders moet, en hopelijk anders gaat, nu op initiatief van de Tweede Kamer een Veteranenwet is aangenomen die de zorg voor uitgezonden militairen regelt. „Het is beter om in het buitenland onder vuur te liggen, dan om in Nederland te vechten voor je rechten.”

Met zijn kaalgeschoren kop en grote, sterke lijf ziet Bercx er nog steeds uit als een marinier. Niet als een kwetsbare en gebroken man. Als hij de deur van zijn moderne flat in Utrecht opent, vertelt hij dat hij in deze hoogbouw is gaan wonen omdat het veilig voelt. „Hier kan de vijand moeilijker binnenkomen”, zegt hij met een serieus gezicht.

Die denkbeeldige vijand is langzaam in zijn leven geslopen. Die was er nog niet tijdens zijn eerste missie, in de Sinaïwoestijn in 1983, maar verscheen in Cambodja, begin jaren negentig. Bercx wilde er naartoe om te vechten, maar kreeg slechts de verantwoordelijkheid voor de post. „Dat werd gezien als een soepel baantje, maar ik was veel onderweg en werd regelmatig bedreigd, beschoten, uit de auto getrokken en met stenen bekogeld.

„Toen ik terugkwam, zei mijn moeder al dat ik een andere blik in mijn ogen had. Ik was agressiever, ging stiekem drinken en dan door het lint na een paar biertjes. Ik kreeg een sterke afkeer voor gezag.”

Daarvoor in behandeling gaan, kwam niet in hem op. „Het enige wat ik wilde was weer weg, op een echte missie.” Bercx ging snel nog een keer naar Cambodja en vervolgens naar Bosnië. „Dat was een echte, wilde oorlogssituatie. Ik vond het fantastisch. Het is een morbide gevoel, maar daar was ik voor gekomen.”

Maar de maanden onder extreme spanning en erbarmelijke omstandigheden lieten hem thuis niet meer los. „Toen ben ik eerst zelfmedicatie toe gaan passen met drank en cocaïne.” Eén verkeerde blik van een vreemde was genoeg om de stoppen te doen doorslaan. Ook zijn vrouw en kleine kinderen kregen zijn woedeaanvallen te verduren.

Bij defensie werd wel geconstateerd dat zijn problemen „mogelijk uitzendinggerelateerd waren”, maar na negen maanden in een militair ziekenhuis werd hij genezen verklaard zonder dat van een behandeling sprake was geweest. „Toen kon ik, diep in de schulden, als wandelende tijdbom weer aan het werk.” Dat ging mis toen hij in 2000 tijdens een oefening in Noorwegen na een botsing met een collega zichzelf in zijn borst sneed en vervolgens een deur vernielde. „Het schijnt dat de marechaussee toen heeft overwogen me neer te schieten.”

Hij werd ontslagen, „gedumpt” door de krijgsmacht. Na 23 dienstjaren heeft hij sindsdien gevochten tegen defensie. Hij heeft schreeuwend voor het ministerie in Den Haag gestaan. Rechtszaken aangespannen. En „tegen het systeem lopen schoppen” om de overheid op haar verantwoordelijkheden te wijzen. „Het heeft me de twaalf mooiste jaren van mijn leven gekost.”

Inmiddels is Bercx voor een tweede keer getrouwd. Hij heeft sinds vier jaar een vaste baan.

Daar werd hij vorig jaar zes weken geschorst omdat hij zich intimiderend had gedragen tegen een collega. „Dat ik dat deed, betekent dat Peter Bercx dit blijft houden. Ik ben ziek voor het leven.”