EU kan niet zonder hulp China, zorg over condities

De EU heeft China nodig om haar noodfonds te versterken. Die hulp komt er wel maar de vraag is: hoeveel en tegen welke voorwaarden? China's eigenbelang staat voorop.

Helpt China de Europeanen uit de brand, nu die nieuwe geldschieters zoeken voor hun noodfonds om de stabiliteit van de euro te garanderen? Daarover proberen EU-leiders zekerheid te krijgen na hun besluit gisteren het fonds uit te breiden tot 1000 miljard euro.

Klaus Regling, hoofd van het noodfonds (EFSF), is al in Peking in de hoop beduidend meer obligaties van zijn fonds te slijten aan de Chinese leiders dan ze tot nu toe afnamen. Chinese steun voor is onmisbaar. Zelf hebben de eurozonelanden nauwelijks geld meer, China heeft 3200 miljard dollar aan buitenlandse deviezen.

Regling, die niet namens de eurolanden kan onderhandelen, zei vanmorgen dat hij nog geen concrete overeenkomst verwacht van zijn bezoek. Maar hij zei er vanuit te gaan dat China doorgaat met de aanschaf van EFSF-obligaties. „We weten allemaal dat China een bijzondere behoefte heeft zijn overschotten te investeren”, vertelde hij journalisten.

De Franse president Sarkozy, op het moment tevens voorzitter van de G20-landen, besprak de kwestie van het noodfonds gisteren telefonisch met de Chinese president Hu Jintao, maar over het verloop van het gesprek is niets naar buiten gekomen.

De meeste Chinese investeringen zijn vanouds naar de VS gegaan, maar sinds begin 2010 belegt het land meer in Europa. Inmiddels is ongeveer een kwart van de Chinese reserves in investeringen gestopt, die in euro’s zijn uitgegeven.

Hoge Chinese functionarissen vertelden de Britse Financial Times gisteren dat China best wil meedoen als de Europeanen aan bepaalde voorwaarden voldoen. Belangrijk voor Peking is dat andere landen meedoen en dat zijn investeringen veilig zijn. De Chinese leiders zelf hullen zich nog in stilte over hun plannen.

„Het is in het eigen Chinese belang op lange termijn Europa te helpen, omdat het onze grootste handelspartner is maar de grootste zorg van de Chinese regering is dit aan onze eigen bevolking uit te leggen”, zei Li Daokui, lid van het monetaire beleidscomité van de Chinese centrale bank in de Financial Times. De krant sprak van een mogelijke bijdrage van vijftig tot honderd miljard dollar.

Hoewel een bijdrage van die omvang welkom is, zou dat nog lang niet voldoende zijn om de gewenste capaciteit van het fonds te bereiken.

Regling verklaarde dat de Chinezen tot dusverre geen speciale concessies hebben gekregen bij de aankoop van obligaties uit zijn fonds. „Als zij obligaties kopen, kopen ze dezelfde obligaties als alle anderen. Er is geen speciale deal.”

Toch gaan commentatoren er algemeen van uit dat de Chinese leiding in ruil voor investeringen ditmaal wel degelijk iets terug wil hebben. Zo zou ze kunnen verlangen dat ze compensatie krijgt voor eventuele koersschommelingen bij de terugbetaling van de leningen. Ook zou ze kunnen verlangen dat de Europeanen hun kritiek op het monetaire beleid van Peking staken. Net als de Amerikanen hebben ze vaak geklaagd dat de Chinezen de wisselkoers van de yuan kunstmatig laag houden om hun lucratieve export op gang te houden.

Tevens zou China van de EU de status van markteconomie kunnen eisen, die de Wereldhandelsorganisatie (WTO) tot dusverre niet heeft willen verlenen, omdat de greep van de staat op de economie nog te groot is. Met die status op zak zou de EU haar bedrijfsleven minder makkelijk kunnen afschermen tegen de concurrentie van Chinese bedrijven.

Peking zou voor zijn helpende hand bovendien van de Europeanen kunnen verlangen dat er een grondige hervorming van het Internationaal Monetair Fonds komt, die de Chinese invloed versterkt en de dominantie van het westen doorbreekt.

Sommige Europeanen, van de Franse socialistische leider Francois Hollande tot Duitse industriëlen, voelen zich echter onbehaaglijk bij massale Chinese steun. De euro zou daarmee te afhankelijk worden van externe partijen.

Zwakke banken betalen prijs: pagina 25